Hulde aan de Genist!

Echte helden hoor je niet vaak. Zij doen hun werk in alle bescheidenheid en buiten de schijnwerpers. Meestal met gevaar voor eigen leven met een grote verantwoordelijk voor dat van anderen. Zij ontvangen daarvoor geen erkenning. Aan de echte helden die zelf geen aandacht vragen, besteedt dit artikel aandacht.

Foto van beeldbank Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (Arief Rorimpandey).

Tot de echte helden behoren zonder twijfel de genisten. Van oorsprong de bouwvakkers van Defensie. Maar in Afghanistan zijn zij verantwoordelijk voor de veiligheid van patrouilles. Het werk van onze helden is zeer gevaarlijk. Zij lopen voor patrouilles uit, waar zij met metaaldetectoren zoeken naar verstopte mijnen en bermbommen. Daar zijn zij niet beschermd tegen vijandelijk vuur. Zij zorgen er voor dat de weg vrij en begaanbaar is, zodat de patrouille veilig de route kan vervolgen.

Juist op plaatsen waar zij de op afstand bediende bermbommen vinden, lopen zij dat gevaar. Zij zijn dan in het zicht van de vijand, die de op afstand bediende (berm)bommen constant in de gaten houdt. Onder hoge werkdruk, want er was een chronische onderbezetting onder genisten. Terug gekomen op het kamp, stond de volgende patrouille vaak al weer klaar om begeleid te worden.

Genisten zijn de vergeten helden van Afghanistan. Veel militairen danken hun leven aan genisten. Aan hun werk wordt geen aandacht besteed. Kennelijk leent het beroep van (helikopter)piloot of commando zich beter voor promotie. Maar genisten vragen niet om aandacht en verdienen beter. Hulde aan de genist!

 

Met dank aan Rinze Klein (oorlogsfotograaf).

Aanmelden bij het onafhankelijk Meldpunt burnpits

Sinds 22 november 2018 vraagt het Meldpunt burnpits om informatie en erkenning voor slachtoffers van burnpits. Het Meldpunt burnpits deelt informatie, bundelt kennis en verleent juridische bijstand verleend. Het is een collectief waarbinnen zich slachtoffers hebben verenigd en militairen informatie over burnpits delen. Zo staan zij sterk en zo geeft het Meldpunt burnpits Defensie richting. Daarmee heeft burnpit.nl de problematiek rondom burnpits op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Daaruit blijkt al dat een collectief sterk is door kennis, onderzoek en juridische bijstand!

Het collectief dat zich bij het Meldpunt burnpits heeft verenigd heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon omdat slachtoffers en collega’s massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier heeft het Meldpunt burnpits de ontkenningen door de Minister van Defensie getrotseerd en burnpits boven aan op de politieke agenda gekregen.

Maar ze zijn er nog niet. Sterker nog: het collectief is nog maar net begonnen. Met de vele meldingen wil het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren, buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek. Het Meldpunt burnpits wil geen tweede slepend  Chroom-6 dossier.

 

Vertrouwelijkheid voorop

Dagelijks komen er tientallen meldingen binnen van slachtoffers, maar ook van (actief) dienende militairen. Deze meldingen zijn van belang voor het onderzoek. Veel melders maken duidelijk dat zij geen of weinig vertrouwen in Defensie hebben en daarom niet willen dat hun identiteit bij Defensie bekend wordt. Dat wordt gerespecteerd.

Meldingen worden bij de het Meldpunt burnpits vertrouwelijk behandeld. Daarom doet het Meldpunt burnpits Defensie geen mededelingen over de identiteit van de melders.

 

Juridische bijstand

Binnen het meldpunt burnpits is het mogelijk om juridische bijstand te krijgen. Door het collectief kunnen de kosten hiervan worden beperkt. Maar het Meldpunt burnpits gaat verder, waar anderen stoppen. Het Meldpunt burnpits werkt actief aan verandering van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door het verlangen van het recht op periodiek geneeskundig onderzoek en monitoring bij een zorginstelling naar keuze voor rekening van Defensie. Dat zou volgens ons voor alle veteranen moeten gelden. Wij onderscheiden ons met de lobby om regelgeving aan te passen van andere (rechts)hulpverleners. Als lid van het collectief profiteert u daarvan.

Defensie in de fout met getraumatiseerde veteraan

Door: Karel Berkhout, NRC; bron foto NIMH

Een reservist werd tijdens een missie in Afghanistan gepest door beroepsmilitairen. Zijn klachten zijn door Defensie laks afgehandeld, stelt de Veteranenombudsman.

Het ministerie van Defensie heeft zich „niet behoorlijk” gedragen tegenover een getraumatiseerde veteraan, die als reservist deelnam aan de missie in Afghanistan. Door de slechte begeleiding en de lakse afhandeling van zijn klachten, is de veiligheid van de reservist en van andere militairen in het geding gekomen.

Dit schrijft de Veteranenombudsman in een onderzoeksrapport, dat deze week is gepubliceerd. De Veteranenombudsman, die valt onder de Nationale Ombudsman, vindt dat Defensie zijn bijzondere zorgplicht voor veteranen heeft verzaakt en heeft „gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid”.

De reservist, die anoniem wil blijven, zegt over de uitspraak: „Het is jammer dat het zover is gekomen, maar ik ben erg blij mee. Ik krijg eindelijk steun, begrip en medewerking van de zijde van de overheid.” Zijn raadsman Ferre van de Nadort: „De uitspraak is belangrijk voor mijn cliënt, maar ook voor collega’s die hetzelfde meemaken.”

 

Timmerman in Afghanistan

De zaak draait om een timmerman, die als reservist werkte bij de Koninklijke Luchtmacht waar hij onder meer op oproepbasis vliegvelden bewaakte. Hij ging in september 2011 op een tijdelijk beroepscontract naar Afghanistan, waar hij werkte als beveiliger en timmerman in basiskamp Kandahar. Tijdens deze missie had hij te maken met vele (dreigende) raketaanvallen en bomaanslagen, en met pesterijen door de beroepsmilitairen in zijn eenheid, die hem als een buitenbeentje behandelden.

Bij een ernstig incident werd de reservist zo geslagen met een waszak, dat hij een wond in zijn gezicht opliep. De man meldde dit bij de marechaussee, die foto’s maakte van de verwondingen maar geen rapport opstelde. Tegen de dader werden geen stappen ondernomen, mogelijk omdat deze militair dicht tegen zijn pensioen aanzat.

Door alle incidenten was het slachtoffer zo getraumatiseerd, dat hij een gevaar voor zichzelf en anderen was gaan vormen. Zijn commandant stuurde hem in november 2011 naar huis, mede op advies van het Sociaal Medisch Team in het kamp. Bij zijn terugkeer in Nederland bleek de man ernstige ptss-klachten te hebben, waarvoor hij werd behandeld door psychiaters van de krijgsmacht.

 

Psychologische test

Het medisch team in Kandahar had inmiddels ook een rapport opgesteld met het advies om de reservist voor een eventuele vervolguitzending psychologisch te laten testen. Dit rapport is in december 2011 verstuurd naar de Groep Luchtmacht Reserve (GLR), het onderdeel van de luchtmacht waaronder ongeveer vijfhonderd reservisten vallen. De brief met het advies had opgenomen moeten worden in het personeelsdossier van de man, maar dat is nooit gebeurd. „De brief is recent opgevraagd bij het archief […] en alsnog op 16 augustus 2017 aangeboden aan de commandant GLR”, schrijft Defensie aan de ombudsman.

Er ging wel meer mis met de begeleiding van de getraumatiseerde militair. Reiskosten die de man moest maken voor zijn behandeling werden een tijd niet vergoed. Meer dan en eens werd hij van het kastje naar de muur gestuurd bij militaire en burgerlijke instellingen. Zijn integriteitsklacht over het voorval met waszak in Kandahar werd niet inhoudelijk behandeld wegens verjaring. „Ten onrechte is de klacht […] niet in behandeling genomen en afgedaan”, schrijft Defensie.

Naar aanleiding van het onderzoek van de ombudsman heeft Defensie in 2017 het reservistenbeleid bij de luchtmacht aangepast. Zo bespreekt een sociaal-medisch team voortaan vóór uitzending de reservisten om „mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen”. Desgevraagd voegt een woordvoerder van Defensie eraan toe het ministerie het rapport zal bestuderen om „er lering uit te trekken”.

Klein: onderzoek naar defensietop, niet naar Mariniers [OPEN BRIEF]

Excellentie,

Het is goed om te vernemen dat u stellig van mening bent dat alle medewerkers van Defensie zich onder en bij elkaar en bij de organisatie veilig moeten kunnen voelen. De heer Klein juicht een onderzoek naar de wijze waarop door de Chef Defensiestaf (CDS), de Hoofd Directie Personeel (HDP), de Directie Juridische Zaken (DJZ), het Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID)  en de Secretaris-Generaal (SG) met zijn melding is omgegaan en hoe de vertrouwelijkheid is geschonden, toe.

Foto: NIMH

De bemiddeling van de IGK bij het doen van een melding kwam aanvankelijk niet op gang en toen Klein een afspraak wilde maken met de CDS om te melden, werd de vertrouwelijkheid al direct geschonden. Er werd nog vóór die afspraak rondvraag gedaan bij de onderdelen waar hij heeft gewerkt of zij “iets wisten van eventuele meldingen van misstanden tijdens uitzendingen van hem over deze periode”. Toen hij vervolgens de melding bij HDP en DJZ wilde doen werd hij geconfronteerd met een “Peppi en Kokki”-act met “Saam en Moos”-metaforen. Vervolgens meldde hij bij de SG over een onveilige meldcultuur. Maar daar ontstond discussie over de vraag of er wel zou zijn gemeld, of die melding wel bij de SG kon worden gedaan en of de brief waarin de melding werd gedaan, wel een melding was. Vervolgens zou een onderzoek naar het schenden van de vertrouwelijkheid “niet meer opportuun” zijn en bemiddelde het COID in het aanhouden van de melding om een “veelbelovend alternatief traject” niet in de weg te staan. Het komt Klein goed voor dat u deze gang van zaken gaat onderzoeken.

Na wat Klein heeft meegemaakt toen hij misstanden wilde melden was hij verbaasd toen hij de beleidsreactie van u op het rapport Giebels las. Naar zijn mening wordt daarin miskend dat met name de top van een organisatie, bij Defensie de bestuursstaf, een grote invloed heeft op de (on)veiligheid van een organisatie. Ten onrechte wordt de oorzaak van de onveiligheid bij het middenkader gelegd. Wellicht komt dat omdat de bestuursstaf de beleidsreactie heeft geschreven. In de beleving van Klein keek men vanuit nu juist die bestuursstaf een andere kant op, waar het om de onveilige meldcultuur ging.

Een onderzoek naar misdragingen in Tsjaad, zoals u wilt, leidt af van de hoofdzaak: de onveilige meldcultuur. Bovendien is het ‘punt’ dat er een onveilige sociale cultuur binnen Defensie is, inmiddels gemaakt. Dat was anders toen Klein zijn melding medio juli 2017 wilde doen. Toen was er immers nog niets bekend over de Schaarsbergen-zaken en werd er nog geen onderzoek gedaan naar het mortier-incident in Mali.

In uw kamerbrief schrijft u dat u in gesprek zult gaan over de video. U gaat er daarbij aan voorbij, dat er voor cliënt een uiterst onveilige situatie is ontstaan door de wijze waarop er met zijn meldingen is omgegaan. Hij wenst eerst daarnaar onderzoek, voordat hij over overdragen van beeldmateriaal ook maar iets wil vinden. Bovendien was zijn wens om een sociaal onveilige cultuur aan te kaarten, geïllustreerd door beelden, en dat is iets anders dan het treffen van maatregelen tegen een individu.

Zoals gezegd, juicht Klein een onderzoek naar de wijze waarop met zijn melding is omgegaan, toe. Hij is dan ook zeer benieuwd naar de wijze waarop u dat onderzoek wilt doen. Vertrouwen in het COID heeft hij niet meer. Wellicht is het mogelijk om de Commissie Giebels een onderzoek naar de (meld)cultuur binnen de bestuursstaf en naar zijn melding te laten uitvoeren.

Apache Q15 down: Hoe een gevechtshelikopter van de luchtmacht in Mali kon neerstorten

Het ging niet zonder slag of stoot: het vrijgeven van het rapport over de noodlanding van de Apache-helikopter Q15 in Mali. Maar uiteindelijk lukte het mij om het rapport openbaar te krijgen. Niet omdat de Koninklijke Luchtmacht het wilde, maar omdat het moest. Ik gaf het aan David Davidson en Rasit Elibol van de Groene Amsterdammer en die onderzochten het.

De volledige toedracht van het dodelijke ongeluk met de Apache in Mali in 2015 is nooit bekendgemaakt, wijst onderzoek van De Groene Amsterdammer uit. Uit rapporten blijkt bovendien dat de luchtmacht in die tijd kampte met structurele problemen die gevolgen hadden voor de veiligheid.

Oud-minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert bezoekt de plek waar kapitein René Zeetsen en luitenant Ernst Mollinger zijn omgekomen. Gao, Mali 7 februari 2017© Evert-Jan Daniels / ANP

Twee AH-64D Apache- gevechtshelikopters razen over het woestijnachtige landschap van de Sahel. De toestellen van het 301 ‘Redskins’ squadron met als thuisbasis Gilze-Rijen zijn om 12.00 uur opgestegen op Kamp Castor in Gao en maken een trainingsvlucht. Het is uitstekend vliegweer op 17 maart 2015: zwakke wind, geen wolk te bekennen. De bestemming is een schietterrein. Sinds 2014 is geprobeerd toestemming te krijgen van de regering van Mali voor het gebruik van de oefenlocatie. Nu, maart 2015, is die permissie er eindelijk gekomen.

Dezelfde twee heli’s, met de registratienummers Q-15 en Q-22, zijn ’s ochtends ook al in actie gekomen, met andere bemanningen. Eigenlijk is het de bedoeling dat tijdens de tweede vlucht de Q-19 met de Q-22 de lucht in gaat, maar op het laatste moment stijgt toch de Q-15 op. De vliegers van dit toestel zijn kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger: Mollinger bestuurt de helikopter, Zeetsen zit voor hem en bedient de sensoren en wapens van de Apache.

Even later bereiken de twee Apaches het oefengebied, 45 kilometer ten noorden van Gao. De Q-22 leidt de formatie en bestookt als eerste het oefendoel. Dan volgt de run van de Q-15. Na het afvuren van twee raketten brengt Mollinger de Apache in een bocht naar rechts. Dan, ineens, rolt de helikopter op ruim vierhonderd meter hoogte hard over zijn rechterkant, zonder dat de vliegers daar een stuurbeweging voor maken. Het verrast Zeetsen en Mollinger totaal. Ze doen er alles aan om hun toestel weer onder controle te krijgen. Na twee volledige rollen hebben de ongewilde manoeuvres zoveel hoogte gekost dat de Apache crasht. Het voltrekt zich in vijftien seconden.

Het is 12.59 uur. De klap is zo hard dat het landingsgestel van de Apache in de romp wordt gedrukt. De motoren breken van de ophangpunten en hangen naar beneden. De Apache is met een verticale snelheid van 86 kilometer per uur tegen de grond geslagen. De stoelen in de cockpit zijn zo ontworpen dat ze een flinke impact absorberen, maar zijn op deze krachten niet berekend.

De bemanning van de andere Apache ziet vanuit de lucht wat er gebeurt. De vliegers doen noodoproepen aan het vliegveld in Gao en het Nederlandse helidetachement op Kamp Castor. Meteen daarna landen ze zelf naast het wrak. Dat is niet zonder risico. Er kunnen vijandelijke strijders in het gebied zijn. Terwijl een vlieger in de heli blijft, verleent de ander eerste hulp.

De Franse militaire missie in Mali pikt de noodoproep ook op en biedt aan te hulp te schieten met een helikopter. Dat aanbod wordt meteen geaccepteerd. De volledig voor medische hulp uitgeruste Nederlandse Chinook-helikopter is niet aanwezig. Het toestel is op dat moment in gebruik als transporthelikopter voor vredesbesprekingen in Kidal.

Een andere Nederlandse Chinook in Gao is niet speciaal uitgerust voor medische evacuatie-missies. Deze heli heeft net onderhoud gehad na een defect en moet nog een controlevlucht maken voordat hij weer inzetbaar is. Omdat iedere seconde telt, sturen de Nederlanders deze Chinook toch naar de crashplek. Door de vlucht te laten samenvallen met de verplichte functional check flight proberen ze in ieder geval formeel aan de eisen te voldoen. Aan boord van de Chinook gaat een team met een arts en een eenheid van de brandweer. Nadat de melding om 13.13 uur is binnengekomen vertrekken ze om 13.48 uur van Gao.

De Nederlandse militaire helikopters staan – anders dan bij operaties op land – niet ingepland voor medische evacuaties. Bij een crash van een heli of vliegtuig geldt dat afhankelijk van de situatie alle mogelijke middelen worden ingezet voor de afvoer van slachtoffers. Het is aan het improviserend vermogen van de Nederlandse militairen te danken dat de hulpverlening na de crash snel en op tijd op gang komt.

Om 14.00 uur, een uur na de crash, landt de Chinook met de Nederlandse hulpverleners. De Franse helikopter blijkt er nog niet te zijn. De Nederlanders starten daarom zelf de hulp. Mollinger is zwaargewond en Zeetsen (30) is ter plekke overleden. De Fransen landen om 14.24 uur bij het wrak en nemen de hulpverlening over omdat zij hier volledig voor zijn uitgerust. Ze brengen Mollinger (26) zo snel mogelijk naar het Franse hospitaal in Gao. Daar overlijdt hij.

‘Heel Nederland is diep geraakt door de dood van twee helikopterpiloten’, zegt premier Mark Rutte vlak na de dood van Zeetsen en Mollinger. ‘Het is moeilijk en gevaarlijk werk. Nederland staat als één man achter ze.’ Al snel gaat defensie uit van een ongeluk. Waarschijnlijk heeft een onderdeel het begeven. Een aantal Apaches met dezelfde component blijft aan de grond totdat dit is vervangen door een ander type. Hangende het onderzoek blijft het daarna anderhalf jaar stil.

Veel wijst erop dat het onderdeel beschadigd is geraakt tijdens een reparatie in de VS

Minister Jeanine Hennis van Defensie deelt de uitkomsten op 21 november 2016. ‘Het ongeval is veroorzaakt door het technisch falen van een component in het besturingssysteem van de helikopter. De oorzaak van het falen lag in het ontwerp van de component. Het technisch falen was dermate ernstig dat het voor de bemanningsleden onmogelijk was het toestel nog veilig te besturen’, schrijft ze in een weinig gedetailleerde brief aan de Tweede Kamer. De twee jonge vliegers treft geen blaam. Ze hadden geen enkele kans.

Voor de buitenwereld blijft ongewis wat er precies is gebeurd, of andere factoren een rol hebben gespeeld, hoe de hulpverlening is verlopen en wie er verantwoordelijk is. Hoewel deze vragen ook politiek van belang kunnen zijn, vraagt de Tweede Kamer niet echt door. Het uitgebreide onderzoeksrapport van de luchtmacht over de crash blijft vertrouwelijk. De Groene Amsterdammer heeft het wel gekregen door tussenkomst van jurist Ferre van de Nadort, zelf oud-militair van de luchtmacht. Hij vindt de luchtmacht te gesloten over veiligheidsincidenten, waardoor problemen niet aan het licht komen en onopgelost blijven.

1 2 3 6