HOME / UWV moet bakzeil halen bij veteraan met PTSS

UWV moet bakzeil halen bij veteraan met PTSS

Het UWV faalt te vaak bij het erkennen van PTSS bij veteranen. WIA-uitkeringen worden vaak te laag vastgesteld of geweigerd, met enorme persoonlijke en financiële gevolgen.

Het UWV moet regelmatig bakzeil halen bij veteranen met PTSS

Voor veel veteranen is thuiskomen geen bevrijding, maar het begin van een nieuwe strijd. Posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan het dagelijks leven volledig ontregelen: herbelevingen, slapeloosheid, angst en concentratieproblemen maken werken vaak onmogelijk. In mijn praktijk zie ik te vaak dat het UWV de ernst van deze aandoening onvoldoende erkent.

In een recente zaak worden de schrijnende gevolgen duidelijk. Een veteraan ontwikkelde PTSS na traumatische ervaringen tijdens uitzending. Bij terugkomst in Nederland beoordeelde het UWV haar als minder dan 35 procent arbeidsongeschikt, ondanks duidelijke medische rapporten en psychologisch bewijs. Geen WIA-uitkering, geen erkenning van de beperkingen die haar dagelijks leven beheersten. Pas na vijf jaar van juridische procedures, tot aan de hoogste rechter, werd volledige arbeidsongeschiktheid erkend. Vijf jaar van onzekerheid, stress en bureaucratische strijd – terwijl het UWV juist bedoeld is om bescherming te bieden.

Het probleem is structureel: het UWV heeft geen duidelijke richtlijnen voor de beoordeling van veteranen met PTSS. Beoordelingen verlopen willekeurig en hangen sterk af van de verzekerings- of bedrijfsarts die het dossier onder ogen krijgt. Veel van deze artsen hebben onvoldoende kennis van oorlogstrauma en de langdurige psychische gevolgen daarvan. Ze beoordelen veteranen vaak op basis van korte gesprekken en standaardcriteria, zonder rekening te houden met de complexe realiteit van PTSS.

Het gevolg is schrijnend. Veteranen moeten hun trauma’s steeds opnieuw uitleggen, wat herbelevingen, slapeloosheid en stress verergert. Financieel raken ze vaak in de knel: inkomensverlies, risico op woningverlies, schulden en afhankelijkheid van sociale voorzieningen zijn dagelijkse realiteit. Ook gezinnen lijden mee; partners en kinderen dragen indirect de last van financiële onzekerheid en psychische overbelasting.

De WIA biedt normaal gesproken bescherming voor mensen die door ziekte of beperking niet meer volledig kunnen werken. Voor veteranen met PTSS kan een correcte toekenning het verschil betekenen tussen financiële stabiliteit en jarenlang overleven op het randje van armoede. Helaas wijst het UWV deze uitkeringen te vaak onterecht af of stelt ze veel te laag vast, waardoor langdurige juridische procedures nodig zijn om recht te krijgen.

Deze zaak laat zien dat tijdige juridische bijstand cruciaal is. Veteranen die hun rechten niet actief verdedigen, lopen het risico jarenlang zonder adequate uitkering te blijven, met alle persoonlijke, sociale en financiële gevolgen van dien. Het UWV faalt op meerdere niveaus: beleid, uitvoering en kennis van verzekerings- en bedrijfsartsen.

Het is hoog tijd dat het UWV structureel verbetert. Veteranen met PTSS verdienen een beoordelingssysteem dat consistent, transparant en trauma-gericht is. Artsen moeten getraind worden in het herkennen en begrijpen van oorlogstrauma. Juridische procedures mogen niet de enige manier zijn om erkenning en uitkering te krijgen; erkenning moet vanzelfsprekend zijn.

Veteranen en hun gezinnen verdienen erkenning, stabiliteit en zekerheid. Deze zaak toont scherp aan dat het UWV bakzeil moet halen en dat tijdige juridische bijstand onmisbaar is. Alleen zo kan een veteraan zich richten op herstel en het gezinsleven, in plaats van op een jarenlang gevecht tegen een systeem dat hun trauma structureel negeert.

Weten wat onze specialisten in uw zaak kunnen betekenen?

Leg uw zaak aan ons voor en wij vertellen u wat wij voor u kunnen doen. Het eerste consult is gratis en vrijblijvend, zo weet u waar u aan toe bent en zit u nergens aan vast!

Neem contact op met 020-496 9735

HOME / Vaststellingsovereenkomst veteranen verwerpelijk

Vaststellingsovereenkomst veteranen met PTSS

Een voorziening waar je recht op hebt, mag niet afhankelijk worden gesteld van het tekenen van een contract. Toch maakt Defensie de VSO tot regel en koppelt zelfs de betaling daaraan. Het gevolg: druk, lagere vergoedingen en verlies van rechtsbescherming.

Nadelen vaststellingsovereenkomst veteranen

Veteranen die ziek of gewond raken in dienst van ons land, hebben recht op volledige schadevergoeding. Dat recht is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Volledige Schadevergoeding (UVS). Het gaat hier om een rechtspositionele voorziening: zodra aan de voorwaarden is voldaan, móét Defensie de schade vaststellen en vergoeden.

Toch kiest Defensie er vaak voor om dit recht af te wikkelen via een vaststellingsovereenkomst (VSO). Daarmee wordt gedaan alsof de schadevergoeding een kwestie van onderhandeling is. Dat is juridisch onhoudbaar én schadelijk voor veteranen.

Een voorziening waar je recht op hebt, mag niet afhankelijk worden gesteld van het tekenen van een contract. Toch maakt Defensie de VSO tot regel en koppelt zelfs de betaling daaraan. Het gevolg: druk, lagere vergoedingen en verlies van rechtsbescherming.


Van uitzondering naar regel

Een VSO is een privaatrechtelijk instrument, bedoeld voor gelijkwaardige partijen die een geschil willen beëindigen. Binnen het bestuursrecht hoort het een uitzondering te zijn als het gaat om het toekennen van een rechtspositionele voorziening. Bij Defensie is het echter vaste praktijk geworden om een rechtspositionele voorziening toe te kennen. Daarmee wordt de bestuursrechtelijke weg – het besluit – omzeild, inclusief de rechtsbescherming die daarbij hoort. En dat leidt volgens mij tot misstanden.


Druk en afhankelijkheid

Het traject van arbeidsongeschiktheid tot definitieve schadevaststelling duurt vaak tien tot vijftien jaar. In die periode raken veteranen financieel aan lager wal en kampen ze vaak met ernstige gezondheidsproblemen. Onder zulke omstandigheden is onderhandelen over een contract over een rechtspositionele aanspraak geen vrije keuze. Onderhandelen over een rechtspositionele aanspraak pakt vrijwel altijd in het nadeel van de veteraan uit.

De druk wordt verder opgevoerd doordat Defensie betaling van de schadevergoeding in de praktijk afhankelijk maakt van het tekenen van een VSO. Zo lang niet is getekend, wordt er geen vergoeding betaald. Op deze manier wordt bij de veteraan de indruk gewekt dat het krijgen van de schadevergoeding afhankelijk is van het tekenen van de VSO. Dat beeld is misleidend – Defensie moet immers ook zonder VSO altijd gewoon een besluit nemen. En volgens de regeling moet die vergoeding overeenkomen met de uitkomst van de schadeberekening.


Waarom tekenen veteranen tóch?

Hoewel de VSO vaak geen enkel voordeel biedt, voelen veel veteranen zich toch gedwongen om te tekenen:

  • Financiële druk: door de lange doorlooptijd (soms meer dan een decennium) raken velen in financiële problemen. Zonder ondertekening blijven betalingen onzeker of ontoereikend.

  • Psychische belasting: jarenlang wachten (10-15 jaar) en procederen is buitengewoon zwaar, zeker voor wie kampt met PTSS.

  • Schijnvrijheid: De indruk bestaat vaak dat weigeren te tekenen betekent dat het traject nóg langer zal duren. Het niet toekennen van de voorziening zo lang de veteraan niet heeft getekend versterkt deze druk.

  • Onwetendheid: Aan veteranen wordt voorgehouden dat de VSO de norm is. De meeste veteranen zijn er niet van op de hoogte dat de voorziening ook moet worden toegekend zonder VSO.

De “vrijwilligheid” van de VSO is daarmee grotendeels een fictie.


Geen voordelen, wél verlies van rechten

Voor veteranen heeft de VSO meestal geen enkel voordeel. De schadevergoeding is zelden hoger dan bij een besluit en vaak juist lager. De beloofde tijdswinst is minimaal of ontbreekt volledig.

Wat de veteraan wel verliest: zijn rechtsbescherming. Een besluit bindt Defensie aan de schadeberekening en laat ruimte voor bezwaar en beroep. Bij een VSO vervalt die bescherming. Wie tekent, staat buitenspel.


Een kwetsbare groep verdient bescherming

We hebben het hier over veteranen die door hun inzet voor Nederland blijvend ziek of gewond zijn geraakt. Zij verkeren vaak al jarenlang in onzekerheid, met financiële en psychische druk. Juist deze groep moet door de overheid beschermd worden.

Het onder druk laten tekenen door veteranen van een VSO geeft geen pas. Het is juridisch onjuist, moreel onverdedigbaar en een bestuursorgaan onwaardig.


Het besluit is de norm

Belangrijk om te benadrukken: een besluit is niet een alternatief naast de VSO. Het is de enige juiste weg. Het bestuursrecht schrijft voor dat een bestuursorgaan bij een rechtspositionele voorziening een besluit neemt. Alleen zo zijn rechtszekerheid en rechtsbescherming gegarandeerd. Vanzelfsprekend kan een vaststellingsovereenkomst bij wijze van uitzondering worden gebruikt.


Conclusie

Een recht mag niet afhankelijk worden gesteld van het tekenen van een contract. Toch maakt Defensie de VSO tot regel en koppelt daar zelfs de betaling aan vast. Het resultaat: druk, onvrijwillig tekenen, lagere vergoedingen en verlies van rechtsbescherming.

Voor veteranen levert het niets op. Defensie moet erkennen wat de wet al voorschrijft: rechtspositionele aanspraken horen bij besluit te worden vastgesteld.

Weten wat onze specialisten in uw zaak kunnen betekenen?

Leg uw zaak aan ons voor en wij vertellen u wat wij voor u kunnen doen. Het eerste consult is gratis en vrijblijvend, zo weet u waar u aan toe bent en zit u nergens aan vast!

Neem contact op met 020-496 9735

HOME / Onzorgvuldig onderzoek draaginsigne gewonden veteranen

Bureaucraten met rekenmachientjes

Ik sta cliënten bij in het hele traject (UWV/IVA, ABP/MIP en RVS). Daarbij valt mij op dat er zich veel misstanden voordoen bij de schadeafwikkeling. Daarom heb ik de SG gevraagd onderzoek naar deze misstanden te doen.

Marco verwijt Defensie niets, wél de bureaucraten met hun rekenmachientjes

Ook getrainde militairen als ‘genezerik’ Marco Boerendonk (47) lopen tegen grenzen aan. Bloedige gebeurtenissen tijdens lange missies onder hoogspanning in Afghanistan en Irak nestelen zich in Boerendonks hoofd tot het overloopt. Hij knakt wanneer hij onterechtwordt gearresteerd voor vermeende oorlogsmisdaden. PTSS was hard op weg hem te slopen, maar na jaren breekt eindelijk de zon door.

Hij verwijt defensie niks. Niet het bloed van gewonde militairen dat zijn gymschoenen doorweekte, als combat medic bij het 13e bataljon luchtmobiele brigade uit Assen. Niet de lichaamsdelen die hij bijeenzocht. Niet de constante vrees om op een bermbom te rijden. Niet de bloedvegen op zijn armen na het afvoeren van gewonden naar helikopters. Of de vele militaire ceremonies waarbij hij lijkkisten in de buik van transportvliegtuigen zag verdwijnen.

Maar toen ex-korporaal Boerendonk in 2014 door een posttraumatische stressstoornis (PTSS) psychisch in de problemen raakte kwamen de ambtenaren, de Defensieburgers, de juristen, de rapporten, de keuringen, de brieven en het eindeloze gesteggel met Defensiebeambten over een financiële regeling. Want ‘gewoon werken’, dat lukt sindsdien niet meer; hij kan geen enkele baas garanderen dat-ie op tijd aanwezig is op kantoor of in de keet.

Die ,,bureaucraten met hun rekenmachientjes” en hun ellenlange briefwisselingen. Ja, die verwijt hij álles.

Zijn medische dossier beschrijft de duikvlucht die hij maakte door de PTSS. Hij verloor vrijwel alles: relaties, contact met zijn kinderen, zijn gezonde verstand, eergevoel, zelfs het dak boven zijn hoofd. From hero to zero . Vijf lange jaren woonde hij in veteranenopvangcentra in Assen en Eelde.

 

Na tien jaar knokken krijgt hij compensatie

Het jarenlange knokken, samen met raadsman Ferre van de Nadort, tegen Haagse ambtenaren om financiële genoegdoening werpt eindelijk vruchten af: binnenkort krijgt hij compensatie voor de jaren dat hij geen betaald werk meer kan doen. Daarmee kan hij weer een huis betrekken, momenteel heeft hij slechts een briefadres bij zijn vriendin in Arnhem. Formeel is hij dakloos. In Bronbeek kreeg oud-geneeskundig verzorger Boerendonk het Draaginsigne Gewonden opgespeld door zijn oud-commandant. Niet de minsten waren erbij: Marco Kroon, behangen met de hoge militaire Willems-Orde, die hij kreeg voor bijzonder moedig optreden bij vuurgevechten in Afghanistan.

Defensie heeft de financiële genoegdoening gestort. Na jaren vechten tegen de bureaucratie kan de eindeloze stapel rapporten, brieven, (her)keuringen eindelijk in de vuurton. ,,De officieren in het veld neem ik niks kwalijk, wél de bureaucratische semi-militairen bij Defensie die achter hun bureautje zitten, met hun rekenmachientjes, die moeten beslissen wat ik wel of niet moet krijgen.”

„De jurist die mij al die tijd bijstond is een goede vriend geworden. Maar eerlijk: ik wil zijn nummer wissen uit mijn telefoon. En hem liefst nooit meer spreken. Al die shit moet uit mijn hoofd. Niet meer dakloos zijn. Ik wil nooit meer op mijn knieën bij de gemeente of ik alsjeblieft een briefadres mag hebben. Ik wil rust in mijn kop.”

Weten wat onze specialisten in uw zaak kunnen betekenen?

Leg uw zaak aan ons voor en wij vertellen u wat wij voor u kunnen doen. Het eerste consult is gratis en vrijblijvend, zo weet u waar u aan toe bent en zit u nergens aan vast!

Neem contact op met 020-496 9735

HOME / Onzorgvuldig onderzoek draaginsigne gewonden veteranen

CRvB: Onderzoek Draaginsigne gewonden onzorgvuldig

Ik sta cliënten bij in bezwaar en beroep tegen afwijzingen van het Draaginsigne gewonden (DIG) en al enige tijd verbaas ik mij over de onzorgvuldige wijze waarop het CADIG, de commissie die adviseert over de toekenning van een draaginsigne gewonden, onderzoek uitvoert. Vorige week was het dan zo ver: de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door het CADIG onzorgvuldig was. Consequentie: de afwijzing van tafel en er moet nieuw onderzoek worden uitgevoerd.

CRvB: Onderzoek Draaginsigne gewonden onzorgvuldig

Ik sta cliënten bij in bezwaar en beroep tegen afwijzingen van het Draaginsigne gewonden (DIG) en al enige tijd verbaas ik mij over de onzorgvuldige wijze waarop het CADIG, de commissie die adviseert over de toekenning van een draaginsigne gewonden, onderzoek uitvoert. Vorige week was het dan zo ver: de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door het CADIG onzorgvuldig was. Consequentie: de afwijzing van tafel en er moet nieuw onderzoek worden uitgevoerd.

De casus van cliënt

Op 23 april 2021 heeft cliënt een verzoek ingediend om het Draaginsigne Gewonden (DIG) toegekend te krijgen, vanwege psychische verwondingen (PTSS) die hij volgens eigen zeggen had opgelopen door zijn deelname aan een militaire missie in 1993. Appellant verwees naar verschillende traumatische gebeurtenissen die zich tijdens zijn uitzending zouden hebben voorgedaan, waaronder het stappen op een mijn, een dreiging met een AK-47 door een ex-Joegoslaaf, en het zien van de stoffelijke overschotten van twee mannen die door het hoofd waren geschoten. Deze ervaringen zouden volgens hem de oorzaak zijn van zijn PTSS.

Het verzoek werd echter afgewezen. Het besluit, dat werd genomen op 21 maart 2022 en later werd bevestigd op 13 december 2022, stelde dat de genoemde gebeurtenissen niet voldoende aannemelijk waren gemaakt. Ook werd er geen causaal verband aangetoond tussen de incidenten en de psychische klachten van cliënt. Het Draaginsigne Gewonden kan volgens de wetgeving alleen worden toegekend als een gebeurtenis tijdens een militaire missie kan worden bewezen en deze leidt tot ernstige psychische of fysieke schade.

De uitspraak van de rechtbank

De rechtbank bevestigde de afwijzing van het verzoek. Ze oordeelde dat cliënt niet overtuigend had aangetoond dat de beschreven gebeurtenissen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. De mijnontploffing en de bedreiging met de AK-47 werden door de rechtbank niet als feitelijk bewezen beschouwd. Wat betreft het incident van de gedode mannen, stelde de rechtbank dat er geen sprake was van herhaaldelijke of langdurige blootstelling aan oorlogstrauma’s, zoals vereist in de wetgeving voor toekenning van het draaginsigne.

Het hoger beroep

Cliënt was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en ging in hoger beroep. Hij betoogde dat de procedure niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat het advies van de Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden (CADIG) niet deugdde. De Raad oordeelde echter anders dan de rechtbank en oordeelde dat het hoger beroep van cliënt slaagde.

Volgens de Raad was het onderzoek van de CADIG niet zorgvuldig genoeg uitgevoerd. De commissie had namelijk wel geprobeerd om getuigen te vinden die de gebeurtenissen konden bevestigen, maar had dit niet grondig genoeg gedaan. Zo bleek dat de door cliënt aangedragen getuigen, ondanks eerdere beloften, niet allemaal gevonden konden worden. Ook had de minister van Defensie geen verdere stappen gezet om getuigen te achterhalen die wel degelijk bij de uitzending waren betrokken. De Raad wees erop dat Defensie als organisatie toegang had tot uitgebreide lijsten van betrokkenen bij de uitzending, wat het voor hen eenvoudiger zou hebben gemaakt om getuigen te vinden.

De beslissing van de CRvB

De Raad concludeerde dat het onderzoek door de CADIG niet aan de vereiste zorgvuldigheidsnormen voldeed. Dit betekent dat het op dat onderzoek gebaseerde advies niet had mogen dienen als basis voor de afwijzing van het verzoek. De Raad stelde dat de minister van Defensie nader onderzoek moest verrichten en opnieuw moest besluiten over het bezwaar van cliënt. Dit besluit markeert een belangrijk punt in de discussie over de zorgvuldigheid van militaire procedures rondom de toekenning van het Draaginsigne Gewonden.

Conclusie

Het besluit om het Draaginsigne Gewonden niet toe te kennen aan appellant werd niet als zorgvuldig genoeg beschouwd door de Raad. Dit heeft te maken met het onvoldoende onderzoeken van getuigen en de onduidelijkheid over de nauwkeurigheid van de gebeurtenissen die appellant had meegemaakt. De Raad heeft de minister van Defensie verzocht om verder onderzoek te doen en op basis daarvan opnieuw een beslissing te nemen.

Het is een geval dat aantoont hoe belangrijk het is om zorgvuldig om te gaan met het vaststellen van feiten en het waarborgen van eerlijke procedures voor veteranen die mogelijk schade hebben opgelopen tijdens hun dienst.

Lees de hele uitspraak

Weten wat onze specialisten in uw zaak kunnen betekenen?

Leg uw zaak aan ons voor en wij vertellen u wat wij voor u kunnen doen. Het eerste consult is gratis en vrijblijvend, zo weet u waar u aan toe bent en zit u nergens aan vast!

Neem contact op met 020-496 9735

Eenvandaag | Uit het nieuwe RIVM-rapport over blootstelling aan giftige chroom-6-verf staat dat medewerkers bij alle defensieonderdelen gevaar liepen. “Keer op keer blijkt dat Defensie slecht omgaat met de gezondheid van medewerkers”, zegt jurist Ferre van de Nadort.

Uit het nieuwste rapport van het RIVM blijkt dat niet alleen (oud-)defensiemedewerkers op de zogenoemde POMS-locaties (prepositioned organizational materiel storage) zijn blootgesteld aan chroom-6-verf. Blootstelling aan de giftige stof was op alle defensielocaties mogelijk. Daarom komen ook (oud-)medewerkers van deze locaties in aanmerking voor een schadevergoeding als zij ziek geworden zijn door de chroom-6. In het rapport staat dat zij niet voldoende beschermd waren.

Uitkeringsregeling uitgebreid

Demissionair staatssecretaris van Defensie Barbara Visser biedt haar excuses aan alle (oud-)medewerkers en hun nabestaanden. Ook wordt de uitkeringsregeling uitgebreid naar medewerkers op alle defensielocaties.

Visser zegt dat ze daarmee ‘het leed niet kan wegnemen’, maar dat het de bedoeling is dat de regeling laagdrempelig wordt. Ook moeten slachtoffers binnen 8 weken antwoord krijgen als ze een aanvraag indienen. Voor (oud-)medewerkers die op een van de vijf POMS-locaties werkten, komt een hogere vergoeding beschikbaar. Daarbovenop kunnen mensen nog individuele claims indienen.

Gebruik van chroom-6

Defensie gebruikt chroom-6 al sinds 1984 in verf voor tanks en ander materieel. Verf gaat dan langer mee en beschermt beter tegen roest. Al sinds 1973 weet Defensie dat verf met chroom-6 giftig is voor mensen die ermee werken. Deeltjes komen bijvoorbeeld vrij als ze de verf spuiten of schuren.

Chroom-6 kan allerlei ziektes veroorzaken als het in contact komt met de huid of wordt ingeademd. Bij langdurige blootstelling kan het verschillende soorten kanker veroorzaken of leiden tot eczeem, astma of COPD. Uit eerder onderzoek van het RIVM in 2018 bleek dat Defensie verzweeg dat chroom-6 ziekmakend was en niet voor goede beschermingsmaatregelen zorgde.

 

Niet onder de indruk

Jurist Ferre van de Nadort maakt zich sterk voor defensiemedewerkers die zijn blootgesteld aan giftige stoffen en vroeg in 2018 interne documenten van Defensie op via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Hij is niet onder de indruk van het nieuwe RIVM-rapport: “Er staat niks nieuws in, we wisten allang dat Defensie slecht omgaat met de gezondheid van haar personeel.”

“Dit verhaal sleept zich al 20 jaar voort en het is gewoon een continuing story. We weten al sinds 2000 dat die schilderswerkplaatsen niet goed waren”, zegt Van de Nadort. Hij noemt het rapport dat ook ‘niet bevredigend’. “Hoe kun je als overheid uitleggen dat je achter de feiten aanloopt? Het is keer op keer bewezen dat Defensie niet haar voorbeeldfunctie neemt om te laten zien hoe mensen veilig kunnen werken met gevaarlijke stoffen.”

 

Bewijslast bij slachtoffer leggen

Van de Nadort hoopt dat er met dit rapport een einde komt aan de lijdensweg van de slachtoffers. “Deze mensen zijn soms al 20 of 30 jaar ziek en ze wachten nog altijd op een reactie van Defensie.”

De jurist is niet te spreken over de manier waarop Defensie nu omgaat met de uitkeringsregeling. “Wat ze nu doen, is in feite de bewijslast bij het slachtoffer leggen. Mensen die denken dat ze zijn blootgesteld aan chroom-6 moeten dat zelf aantonen en ook bewijzen dat ze daardoor ziek zijn geworden.” Dat is volgens Van de Nadort alleen heel ingewikkeld doordat de registratie van Defensie niet op orde is.

 

‘Situatie nog steeds bedroevend’

“Het is bedroevend dat de situatie anno 2021 ook niet beter is”, zegt Van de Nadort. “De spuitcabines voor de schilders waren slecht en zijn dat nog steeds. Defensie legt te veel nadruk op de inzetbaarheid. De gezondheid van mensen lijkt er gewoon niet toe te doen.”

“De luchtmacht heeft in 2019 spuitcabines gesloten omdat ze niet voldeden aan de eisen, maar er zijn er toen twee opengehouden omdat anders de inzetbaarheid in het gedrang komt. En dat terwijl er al sinds 1986 brieven zijn waarin de arbeidsinspectie zegt dat de cabines niet op orde zijn”, legt Van de Nadort uit.

1 2 3 38