Moordsporen

Op zoek naar de waarheid achter de cold cases

Door: Jolande van der Graaf en Dick Gosewehr

In dit fascinerende boek doen misdaadverslaggever Jolande van der Graaf en oud-rechercheur Dick Gosewehr naspeuringen naar onopgeloste moordmysteries en raadselachtige verdwijningen. Zulke dossiers vormen in ons land vaak een onderschoven kindje voor politie en justitie. Veel cold cases belanden in een la om stof te vergaren. Tot wanhoop van de nabestaanden die indringend beschrijven hoe zij in de kou zijn gezet door de autoriteiten en alleen staan met hun verdriet. De auteurs van Moordsporen gaan voor deze radeloze familieleden op jacht naar antwoorden. Een zoektocht met verbluffende resultaten, die de onderzoekers tot in de voetsporen van moordenaars brengt.

Het speurdersduo doet al jarenlang intensief onderzoek en draait elke steen drie keer om. Van der Graaf en Gosewehr ploegen zich door stapels onderzoeksrapporten, weten getuigen te traceren en bijten zich vast in achtergelaten sporen. Soms blijken op het oog onbeduidende details cruciaal, in andere zaken komen tips en nieuwe feiten aan het oppervlak.

Door hun gedegen onderzoek hebben Van der Graaf en Gosewehr kunnen constateren waar het fout ging. In dit boek schuwen de auteurs de kritiek niet. Keer op keer komt vast te staan dat de recherche tijdens eerder onderzoek grote steken liet vallen.

In alle zaken spraken de onderzoekers met nabestaanden. Mensen die om de hoek van de straat konden wonen en soms al decennialang in het ongewisse verkeren over het lot van hun dierbare. Moordsporen schetst een ontluisterend beeld hoe deze familieleden aan de goden zijn overgeleverd.

Een greep uit enkele cold cases in Moordsporen:

  • Een jonge vrouw – mooi, rijk en moeder van een peuter – komt in het midden van het land om het leven. Een dodelijk ongeval, zegt de politie. Maar Van der Graaf en Gosewehr vermoeden een andere toedracht en gaan jaren later op onderzoek. Hartsvriendinnen van de vrouw blijken nooit in een ongeluk te hebben geloofd maar zijn door de politie genegeerd. De onderzoekers klopten dit najaar aan bij Amerikaanse misdaadexperts. Één voor één bevestigen deze deskundigen, onder wie een voormalige FBI-profiler en een forensisch patholoog, dat het gaat om een moord die in de doofpot verdween.
  • Als hij met een vriendinnetje aan het spelen is, raakt een kleine jongen plotseling spoorloos. Tot wanhoop van zijn familie wordt het kindje niet meer teruggevonden en doet de politie geen nader onderzoek. De auteurs besluiten zelf in actie te komen. Zij keren terug naar de plek van de verdwijning, spreken met getuigen en ontdekken dat het signalement van de kidnapper nooit naar buiten kwam. Zij komen een mogelijke dader op het spoor. Politie en justitie doen niets met hun tip. Ook tijdens het schrijven van dit boek doet zich een ontwikkeling voor die in de richting van de dader wijst. Een nieuwe getuige meldt zich. En alweer blijkt dat de politie belangrijke informatie achterhoudt.
  • Een auto klapt in het holst van de nacht op een Gelderse camping tegen een boom. Geschrokken neemt een kampeerster poolshoogte en treft tot haar ontsteltenis haar eigen broer dood aan in de laadbak van het autowrak. Hoewel er niets van de zaak klopt, sluit de politie al snel het dossier. Als journalist doet Jolande van der Graaf met het zusje van het slachtoffer jaren naspeuringen naar dit verdachte ongeval. Een expert van de politie blijkt vergeefs op een moordonderzoek te hebben aangedrongen en door zijn vroegere bazen te zijn geboycot. In Moordsporen ontrafelen de auteurs hoe politie en justitie ook in deze zaak een misdrijf onder de pet houden.

Jolande van der Graaf en Dick Gosewehr werken sinds 2008 samen en hebben inmiddels tientallen cold cases onder de loep genomen. In Moordsporen blijkt wat er aan het licht komt als een ervaren misdaadjournalist en een doorgewinterde oud-rechercheur de handen ineen slaan.

Jolande van der Graaf  coverde ruim twintig jaar ernstige en geruchtmakende misdrijven als misdaadverslaggever voor De Telegraaf. Haar specialiteit is onderzoek naar cold cases, forensische kwesties en misstanden in politieonderzoeken.

Dick Gosewehr werkte veertig jaar bij de politie waarvan dertig jaar bij de recherche. Daar was hij onder meer verbonden aan een coldcaseteam. Gosewehr speelde een belangrijke rol bij het blootleggen van drie gerechtelijke dwalingen waarbij onschuldig veroordeelden later zijn vrijgesproken.

Moordsporen

Technische gegevens

Omvang              : ca. 288 blz.

Formaat              : 13,5 x 21 cm, paperback

ISBN                      : 97890 8975 049 5

Prijs                       : € 20,00

Defensie zet motorrijdende veteraan in verdachtenhoek

Door de Koninklijke Marechaussee geregistreerd worden in de politieregistratie, omdat je lid bent van een vereniging van motorliefhebbers. Dat overkwam een nietsvermoedende motorrijdende veteraan voor wie wij onderzochten welke gegevens van hem door Defensie werden verwerkt. Niet elke motorclub is “verdacht”. Maar Defensie lijkt geen onderscheid te maken.

De betrokken veteraan, die verder onbekend wil blijven, geeft aan dat hij zich is rotgeschrokken toen hij ontdekte dat de Marechaussee (onderdeel van Defensie) zijn lidmaatschap zomaar in het politieregister opneemt. Hij voelt zich ten onrechte door Defensie in de verdachtenhoek gedrukt.

Lidmaatschap van een motorclub maakt nog niet verdacht. Al ruim een jaar geleden schreef de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) een brandbrief aan de minister, de Tweede Kamer en de media over het begrip “motorclubs”. Zij waarschuwt er voor dat niet alle 500 motorclubs “verdacht” zijn en dat vrijwel al deze clubs “echte verenigingen” zijn, die louter bestaan uit liefhebbers van motorrijden die een passie delen en die niets van doen hebben met criminele activiteiten.

Van zo’n vereniging is ook onze motorrijdende veteraan lid. Gewoon een vereniging van brave huisvaders uit het hele land zonder eigen “clubgebouw”, die in de weekenden tourtochten organiseren. Kennelijk wordt de vereniging waar hij lid van is door Defensie als “verdacht” aangemerkt. Er is immers geen enkele andere reden waarom dit lidmaatschap in het politieregister wordt verwerk door de Marechausse.

 

Profileren

Het is moeilijk voor te stellen wat de noodzaak is van de Marechaussee om bij te houden dat iemand lid is van een motorclub zonder verdenking. Dit zou zonder directe verdenking een vorm van profileren zijn, zo stelt AVG-specialist Arnoud Punt. Uit de stukken die de Marechaussee aan cliënt heeft gestuurd, blijkt dat cliënt op deze lijst van leden van een motorclub staat. Dit terwijl zijn motorclub niet valt onder de zogenaamde 1% clubs en er voor zover bekend geen enkele aanleiding is om aan te nemen dat zijn motorclub een verhoogd risico club is. Het is een vereniging voor motorliefhebbers. Het lijkt er op dat dit voor de Marechaussee reden is om alle leden bij te houden en lidmaatschap als een verdachtmakende omstandigheid aan te merken.

Er is voor mij in ieder geval aanleiding om van Defensie nadere uitleg te vragen over profilering van leden van motorclubs.

 

PTSS

Vakbondsman verrijkte zich met geld voor agenten met PTSS

De voormalig voorzitter van politievakbond ANPV heeft zich verrijkt met geld dat bestemd was voor politiemensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het gaat om zo’n 130.000 euro. Ook loog hij over zijn kwalificaties zodat hij in een commissie kon plaatsnemen die moest beoordelen of agenten PTSS hebben opgelopen door hun werk.

Bron: NOS

Uit intern onderzoek van de politie blijkt dat ex-voorzitter Geert P. agenten met een posttraumatische stressstoornis hielp met het indienen van schadeclaims en daar zelf aan verdiende. Dat had volgens de politie niet gemogen. Dat de facturen toch zijn betaald, wijt de politie aan administratieve problemen tijdens de reorganisatie.

Verder gebruikte P. een vervalst cv en loog hij over zijn academische titels waardoor hij in de ‘PTSS-commissie’ kon plaatsnemen. “De voormalig vakbondsvoorzitter heeft deskundigheid voorgewend tegenover politiecollega’s en derden die soms in een kwetsbare positie verkeerden”, schrijft korpschef Erik Akerboom in een reactie. “Daarmee heeft hij hun belangen ernstig geschaad.”

Declaraties

De oud-voorzitter en twee andere bestuursleden van de ANPV hebben ook de vakbond zelf benadeeld. Uit het politieonderzoek blijkt dat ze daar te veel hebben gedeclareerd. Daarnaast ontvingen ze soms jarenlang toelages waar ze geen recht op hadden.

De drie medewerkers zijn vandaag door de politie ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. “Ze hebben de goede naam van de vakbond en de politie aangetast”, aldus Akerboom. Eerder werd al bekend dat ze voor de rechterzullen worden gebracht wegens fraude.

“Dit onderzoek bevestigt nog eens dat de drie oud-bestuursleden veel schade hebben aangericht”, reageert de huidige voorzitter van de ANPV, Xander Simonis. “Aan het korps, aan onze leden en onze vakbond en aan het vertrouwen dat mensen hebben in de politie.” Het nieuwe bestuur hoopt het vertrouwen in de politiebond te herstellen.

Aangifte

Voor hoeveel geld de bond is gedupeerd, valt niet meer te achterhalen. De ANPV heeft tegen zeven bestuursleden aangifte gedaan. Een deel van hen was in dienst van de politie.

De fraude kwam in 2017 aan het licht toen andere bestuursleden van de ANPV aan de bel trokken. Zowel de rijksrecherche als de politie deden daarna onderzoek. Wanneer de strafzaak dient, is nog niet bekend.

‘Veteraan wordt nu pas geholpen als-ie piept’

Veteranenombudsman Reinier van Zutphen was een tijd geleden in Afghanistan, om een idee te krijgen van de omstandigheden waaronder Nederlandse militairen hun missie moesten uitvoeren. „Op 500 meter van ons vandaan werd een aanslag gepleegd”, vertelt Van Zutphen. Even voelde hij iets van de stress die een militair vaker en heftiger ervaart – en die een trauma kan veroorzaken, net zoals de stress van een ontploffende bermbom, een inslaande raket, een neerstortende helikopter of een beschieting in een hinderlaag.

NRC, door Karel Berkhout

Bij sommige veteranen komt dit soort gebeurtenissen maanden, maar vaak ook jaren later terug in nachtmerries en in herbelevingen die zich op de meest onverwachte momenten voordoen. Dan is sprake van het posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), 3 tot 5 procent van de veteranen heeft er last van. Zij hebben behalve flashbacks veelal ook slaapproblemen, stemmingswisselingen (soms ook woede-uitbarstingen) en allerlei angsten, worden vaak wantrouwig en sluiten zich af, ook voor hun naasten. De PTSS-klachten kunnen zo ernstig zijn dat de veteranen niet meer (volledig) kunnen werken en hun relatie zien stranden.

Van de veteranen die zich met een klacht melden bij de Veteranenombudsman, sinds 2014 een extra rol van de Nationale Ombudsman, zijn die met PTSS in de minderheid. „Toch valt PTSS ons wel op, omdat de stoornis vaak zo ernstig is. Wie last heeft van PTSS is echt aan de beurt. En dat geldt niet alleen voor jezelf maar ook je partner en je kinderen”, zegt Van Zutphen. „Uit gesprekken met familieleden weten we dat PTSS zo’n enorme druk op het gezin legt dat de partner van de veteraan soms ook een trauma oploopt.”

De Veteranenombudsman greep niet alleen in bij individuele gevallen, maar schreef ook enkele kritische rapporten over onder meer de omgang met Afghanistan-veteranen (titel ‘Uit het oog uit het hart’). Want, zegt Van Zutphen: „Ik wil dat defensie ook zorgt voor de mensen die nu tussen wal en schip vallen. Daar kan nog wel een schepje bovenop.”

Deze rapporten bespreekt de Tweede Kamer maandag met minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) bij een overleg over het veteranenbeleid. Deze maand is het namelijk vijf jaar geleden dat Nederland de Veteranenwet kreeg en daarmee de verplichting voor de staat om bijzondere zorg te verlenen aan militairen die op missie zijn geweest. „Nederland is sindsdien bezig met een inhaalslag. Landen als Groot-Britannië, de Verenigde Staten en Canada hebben al veel langer een speciaal veteranenbeleid”, zegt Matthijs van der Hoeven, onderzoeker bij de Veteranenombudsman en zelf veteraan.

Die inhaalslag verloopt met horten en stoten, toont bijvoorbeeld het aanvragen van het Militair Invaliditeitspensioen (MIP) door (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte veteranen. Een zwaar getraumatiseerde Bosnië-veteraan kreeg het pensioen pas toegekend na zeven jaar van formulieren invullen en keuringen doorstaan – anderen pas na negen jaar. Naar aanleiding van dit soort gevallen stelde de Veteranenombudsman vorige maand een onderzoek in naar de afhandeling van de pensioenaanvragen. Van Zutphen: „Twee weken na onze aankondigingen van het onderzoek hadden we vijftig klachten binnen, allemaal nieuwe zaken.”

Wanneer is het onderzoek klaar?

Reinier van Zutphen (RvZ): „Kort na het zomerreces, is de bedoeling. Het ABP, de uitvoeringsinstantie van de pensioenen, noemt zelf de afhandelingstermijn van een half jaar, dus vragen wij: hoe komt het dat het niet lukt? Nu duurt het vaak anderhalf jaar of nog langer. Al die tijd zit de veteraan in onzekerheid en dat is onmenselijk. Het gaat om mensen die hebben gestreden voor vrijheid, veiligheid en recht en daarbij hun leven op het spel hebben gezet. We hebben in een wet vastgelegd dat ze recht hebben op erkenning, waardering en bijzondere zorg. Die moeten we dan ook geven.”

Waarom is dat bij PTSS zo lastig?

RvZ: „Er ontbreekt nogal eens begrip over wat PTSS precies betekent voor iemand. Zowel voor de behandeling als voor de keuring moet je naar een arts, maar voor iemand met PTSS is dat een moeilijke stap. Artsen moeten dat begrijpen, deugdelijk inzicht hebben in wat het trauma medisch gezien precies inhoudt. Die kennis ontbreekt nogal eens. Dat zagen we ook bij de Q-koortspatiënten, dat de kennis van artsen niet helemaal up to the standards was.”

In uw rapporten schrijft u dat ook veteranen zelf vaak niet om hulp vragen. Hoe komt dat?

RvZ: „Eigenlijk zijn alle veteranen trots op wat ze gedaan hebben en willen ze graag bij de krijgsmacht blijven horen. Vertellen dat het niet goed met je gaat, zou kunnen betekenen dat je niet meer mee kan doen. Dat hebben we gezien bij Afghanistan-veteranen die een trauma opliepen door de ontploffing van een bermbom. Daarnaast zijn er veteranen die eigenlijk niets meer met de organisatie te maken willen hebben. Zij ontkennen wat hun is overkomen en praten er ook niet over. Die worden met een rotwoord zorgmijders genoemd.”

Wat mag je in die gevallen verwachten van defensie?

RvZ: „Ik verwacht dat defensie heel voortvarend optreedt als veteranen na hun terugkeer de nazorg-vragenlijsten niet invullen. Daarover maakt ik me grote zorgen, want nu geldt ‘geen bericht is een goed bericht’. Ik zeg: ‘Geen bericht is een signaal dat je erop af moet gaan’. Dat is zeker bij PTSS zo want die klachten kunnen zich soms jaren na terugkeer ontwikkelen. Zo kennen we veteranen uit Libanon, die twintig jaar later ineens de herinneringen aan hun uitzending herbeleven. Dus als iemand niet reageert op een verstuurde vragenlijst, ga dan naar hem of haar toe. Maak persoonlijk contact. Zeg: ‘Ik ben er voor jou en kom maar als er wat is’. Wacht niet af.”

Onderzoeker Matthijs van der Hoeven (MvdH): „Als veteranen nog in dienst zijn, moet een commandant het verzuim goed in de gaten houden. Verzuim kan betekenen dat de man of vrouw zich een dag kennelijk niet lekker voelt. Maar het kan ook een signaal zijn dat er meer aan de hand is. Daarom moet de commandant vaker doorvragen.”

In een individuele zaak van een veteraan met PTSS, die volgens u ‘onbehoorlijk’ is behandeld, bleken reservisten zoals hij bepaalde voorzieningen niet te krijgen. Hoe is het nu met de positie van reservisten?

MvdH: „ Gedurende onderzoek heeft defensie ingezien dat de ongelijkheid niet klopte en is dat gaan rechtzetten. Reservisten hebben nu in de nazorg dezelfde rechten als gewone militairen. Reservisten verdienen wel extra aandacht, omdat ze tijdelijk in dienst zijn. Zo zijn jongens met een goede baan op de Amsterdamse Zuidas naar Afghanistan gegaan om daar het lokale bestuur te ondersteunen. Na vier tot zes maanden deden ze dat uniform uit en meldden ze zich weer in driedelig pak op hun werk. Ook hen moet je goed monitoren.”

RvZ: „Zoals de artsen en verpleegkundigen die geregeld meegaan op een missie naar bijvoorbeeld Afghanistan. Naar hen wordt met enige regelmaat goed gekeken. Dat moet je ook met andere reservisten doen.

„Wat we van reservisten ook leren is dat de lifetime employed beroepsmilitair niet meer vanzelfsprekend is. Veel militairen gaan uit dienst, maar waar blijven die dan en hoe gaat het met ze? Defensie moet beter haar best doen om die mensen in de smiezen te houden.”

Veteranen die zich melden raken vaak verdwaald tussen de verschillende instanties. Zien jullie dat ook?

RvZ: „Ja, om aanspraak te kunnen maken op voorzieningen moet je vaak eerst een invaliditeitspensioen krijgen. Als je door deze poort heen bent, gaan er deuren voor je open – maar je moet de poort wel vinden. Vervolgens word niet altijd verteld waar je aanspraak op kunt maken.”

MvdD: „Bijvoorbeeld: mensen die heel erg transpireren kunnen in aanmerking komen voor een wasvergoeding, elke maand wat extra geld om lakens en kleding te wassen. Er zit bij het invaliditeitspensioen een hele menukaart van dit soort voorzieningen, maar veteranen krijgen die niet te zien. Je krijgt het pas als je ‘piept’. Dit ‘piep-systeem’ vinden wij zo vreemd dat we het meenemen in ons onderzoek naar het pensioen.”

RvZ: „Dat is voor mij – en misschien dat ik dit iets te vaak zeg – een signaal dat we te maken hebben met de overheid. Met een overheid die vanuit systemen denkt en zich niet verplaatst in degenen voor wie ze aan het werk is. Zo krijg je klachtenprocedures en rechtszaken. Die kun je voorkomen door je te verplaatsen in de veteraan en je af te vragen: wat heeft deze man of vrouw op dit moment nodig? Die hoeft niet te baden in weelde tot het eind van zijn of haar leven, maar moet krijgen wat hij of zij nodig heeft om zelfredzaam te zijn en mee te blijven doen in de samenleving.”

Correctie (24 juni 2019): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Reinier van Zutphen een aanslag in Mali meemaakte. Dat moet zijn: Afghanistan. Dat is hierboven aangepast.

Kamerbrief Defensie 20 juni 2019 (onderzoeken voorvallen KMA)

Op 13 december jl. heb ik, mede namens de minister, uw Kamer geïnformeerd over verschillende onderzoeken die Defensie op dat moment instelde naar aanleiding van enkele gesignaleerde voorvallen op het gebied van sociale onveiligheid en onwenselijk gedrag (Kamerstuk 35.000-X, nr. 76). De onderzoeksrapporten zijn inmiddels gereed. Ik informeer u in deze brief, mede namens de minister, over de bevindingen en maatregelen.

 

Onderzoeken NLDA naar ongewenst gedrag

Op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), beide onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), zijn in december jl. twee onderzoeken gestart naar aanleiding van signalen die de commandant van de NLDA op dat moment had ontvangen over ontoelaatbaar gedrag. Het ging enerzijds om het delen van kwetsend en beledigend beeldmateriaal in een WhatsApp-groep, waaronder afbeeldingen van pornografische en racistische aard en met verwijzingen naar Nazi-Duitsland (onderzoek 1). Anderzijds had de commandant van de NLDA signalen ontvangen die de sociale veiligheid betroffen, onder meer over ongepaste relaties tussen een kaderlid en cadetten (onderzoek 2).

In de bijlage bij deze brief vindt u de bevindingen van de beide onderzoeken, evenals de bevindingen van een derde onderzoek naar ontoelaatbare uitingen in relatie tot Nazi-Duitsland op een andere defensielocatie. Gelet op de bevindingen van de onderzoeken naar het ongewenste gedrag op de NLDA, ben ik van oordeel dat er sprake was van grensoverschrijdend gedrag door de betrokken studenten (onderzoek 1) en door het betreffende kaderlid dat relaties had met meerdere cadetten (onderzoek 2).

 

Maatregelen

Allereerst zullen algemene maatregelen worden genomen, zoals het nadrukkelijker uitdragen en strakker handhaven van de bestaande normen en het actief bevorderen van een sociaal veilige leef- en werkomgeving binnen de NLDA.

Daarnaast vraagt het om meer specifieke maatregelen. Op basis van het onderzoek naar het beeldmateriaal ben ik van oordeel dat vijf NLDA-studenten de normen op ernstige wijze hebben overtreden. Dit geldt ook voor het kaderlid dat relaties had met meerdere cadetten. Het proces dat moet leiden tot het treffen van passende maatregelen ten aanzien van deze studenten en het kaderlid is in gang gezet.

Ook zal een evaluatie plaatsvinden met en van de voor hen verantwoordelijke leiding ter plaatse met als doel herhaling te voorkomen. Met de overige betrokkenen bij de WhatsApp-groep en de voor hen verantwoordelijke kaderleden en docenten zullen gesprekken worden gevoerd waarin normbesef centraal zal staan, evenals het bevorderen van een cultuur waarin cadetten en leidinggevenden elkaar veilig kunnen aanspreken op ongewenst gedrag.

Bovendien zal dit incident in samenhang met de gedragscode en -regels Defensie in nader te bepalen werkvormen met alle studenten van de NLDA worden besproken om er lering uit te trekken.

Tevens wordt de SG-aanwijzing waarin regels zijn gesteld met betrekking tot het aangaan van relaties in de werkomgeving op korte termijn gepreciseerd met bepalingen die specifiek zijn toegesneden op de context van Defensie-opleidingen. Het gaat hierbij onder andere om het aanscherpen van de regels voor opleidingseenheden. Zodra dit gereed is, zal hier binnen de NLDA breed aandacht voor worden gevraagd. Voorts worden de richtlijnen omtrent het gebruik van social media en communicatie binnen groepen zoals WhatsApp nader gepreciseerd.

Uit het onderzoek sociaal veilige leef- en werkomgeving (onderzoek 2) en uit het werkbelevingsonderzoek dat is gehouden onder de NLDA-studenten, zoals aangekondigd in mijn brief van december, komt naar voren dat er ook maatregelen nodig zijn die voorwaardelijk zijn om een sociaal veilige leef- en werkomgeving te realiseren. Daarbij zal onder meer moeten worden gekeken naar de kwaliteit van huisvesting, de personele bezetting, het tegengaan van verveling, de inrichting van opleidingen, cultuur, communicatie, de verdeling van bevoegdheden en de samenstelling van het kader. Ik heb daarom de secretaris-generaal opdracht gegeven om een taskforce in te richten die de benodigde maatregelen in kaart gaat brengen en een plan van aanpak zal opstellen dat zich richt op de oplossing van problemen op systeemniveau. De taskforce betrekt hierbij ook de uitkomsten van het genoemde werkbelevingsonderzoek. Uiteraard zal ik uw Kamer op de hoogte stellen van de voortgang.

Mede namens de minister,

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Drs. B. Visser

1 2 3 4