0

‘Een patiënt stak zijn vork met grote kracht in mijn voorhoofd’

AD – Regelmatig is Veldzicht in Balkbrug in het nieuws. Medewerkers zijn het slachtoffer van de ‘patiënten’, die het personeel neersteken of overgieten met kokend water of olie. Lenny Temmink (39) uit Schuinesloot werkte in de kliniek, was slachtoffer van geweld en is sindsdien al twaalf jaar arbeidsongeschikt door PTSS. Jarenlang zweeg ze, maar nu is het genoeg.

Foto: Rob Voss

De nachtmerries begonnen. Ze zijn altijd ongeveer hetzelfde. Over geweld dat mogelijk kan gebeuren. Ze doet de deur van een ruimte open en ziet haar moeder dood liggen, of haar vader of haar zusje liggen in een plas bloed. Ze kan niks doen. Hijgend schrikt ze er huilend uit wakker.

 

Opklimmen in de kliniek

Zesentwintig is ze, als ze klaar is met haar hbo-opleiding SPH, gedreven en opgevoed met hard werken en carrière maken. ,,Ik dacht, Veldzicht, een tbs-kliniek, de moeilijkste patiënten, als ik dat kan, kan ik nog meer. Ik geloofde heel sterk dat iedereen een tweede kans verdient, dat mensen door wat voor omstandigheden dan ook misschien eens een verkeerde stap hebben gezet. Dat ik ze zou kunnen helpen weer terug te keren in de maatschappij. Dat positieve verschil wilde ik maken, ik ben wel een echte hulpverlener. En voor Justitie werken vond ik geweldig, ik zag mezelf binnen die kliniek wel opklimmen.”

De Veldzichtkliniek is één van de elf tbs-klinieken in Nederland en is samen met de Oostvaarderskliniek Almere de enige die onder de Rijksoverheid valt. Geweld tegen het personeel in de klinieken haalt regelmatig het nieuws. Wanneer je kijkt naar de wervingswebsite, kijkt een blije jonge man je aan, alsof het werk prima geschikt is voor jonge mensen. Lenny Temmink was zo’n jonge ambitieuze vrouw.

 


Er zijn gijzelingen van personeel. Of een patiënt die uitspreekt dat hij Temmink gaat pakken als hij de kans krijgt. Er wordt afgesproken dat zij nooit alleen naar hem toe mag, maar dat moet ze dan toch. Die opeenstapeling van incidenten hebben haar vertrouwen kapot gemaakt. Daar schiet ze nu weer van vol. ,,Mensen zeggen dat ze er zullen staan voor je, maar als het zover is ben ik alleen. Ik had eerder moeten stoppen, maar ik heb het niet doorgehad. Niemand had het door, want je ging door. Je bent jong, je wil je baan houden, je wil iets bereiken, je wil niet falen.”

Dat is precies de reden dat jurist Ferre van de Nadort uit Beilen inmiddels zeven voormalige werknemers helpt om hun zaak bij Veldzicht aanhangig te maken. ,,Deze mensen waren allemaal jong, in de bloei van hun leven, ze waren gedreven en wilden heel graag dat werk doen. Maar door de slechte begeleiding zijn ze geknakt. Het onrecht is groot, daarvoor moet erkenning komen, maar ook een financiële compensatie.’’

,,Het gaat niet om één geval, mensen als Lenny staan voor een heel aantal ex-werknemers van Veldzicht. Waarom zou je als werkgever zulke jonge mensen in zo’n stressvolle situatie neerzetten? Zij kan haar beroep nu niet meer uitoefenen.”


Lees het hele artikel: https://www.ad.nl/binnenland/lenny-werkte-in-een-tbs-kliniek-een-patient-stak-zijn-vork-met-grote-kracht-in-mijn-voorhoofd~aa93f88b/

Alma (50) werd in tbs-kliniek overgoten met bakvet: ’Ruik de geur van verbrand vlees nog’

Telegraaf – Alma Tieks (50) uit Hoogeveen heeft het posttraumatische stress syndroom (PTSS). Ze werd uitgescholden, bedreigd en overgoten met kokend heet bakvet in de toenmalige tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug. ,,Justitie erkent niet dat de PTSS komt door het werken in de kliniek.” Er komt een nieuwe rechtszaak over.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie erkent de oorsprong van hun ex-medewerker stoornis tot op heden niet. Binnenkort zal een rechtszaak dienen, vertelt jurist Ferre van de Nadort uit Beilen. Hij staat Tieks en anderen bij in hun strijd voor erkenning. ,,Als je als ministerie niet erkent dat je door het werk in een tbs-kliniek geen PTSS kan krijgen, dan erken je überhaupt het probleem niet. En dan neem je ook geen goede maatregelen voor je werknemers”, vindt Van de Nadort.

Volgens de jurist zijn de zaken zoals die van Alma Tieks schrijnend. ,,Een van hen heeft zo veel narigheid meegemaakt als werknemer in de tbs-kliniek en vindt dat het leven niet meer genoeg biedt. Dat is zo verdrietig om te horen.”

Lees het hele artikel: https://www.telegraaf.nl/nieuws/118850735/alma-50-werd-in-tbs-kliniek-overgoten-met-bakvet-ruik-de-geur-van-verbrand-vlees-nog

Zorgelijke reactie Defensie op berichtgeving rond gasmaskers

De gasmaskers die Defensie ter beschikking stelt aan Nederlandse militairen bieden onvoldoende bescherming. Defensie weet dat al sinds 2005, zo blijkt uit een TNO-onderzoek dat ik in handen kreeg.

 

 

Samenvatting TNO-onderzoek naar gasmaskers

Uit een eerdere studie is gebleken dat, mits verstrekt in dejuiste maat, goed afgesteld en na voldoende training, het Nederlandse FM 12 gasmasker in staat is om in rust voldoende bescherming te bieden. Het beschermingsniveau tijdens daadwerkelijk inzet dient echter nog bepaald te worden. Een methode ontwikkeld om de bescherming van het gasmasker in bet veld te meten toonde reeds aan dat bij het doorlopen van een oefeningen zoals hardlopen, kruipen en springen de beschermingsfactor zoals gemeten in rust een te rooskleurig beeld geeft van het daadwerkelijke beschermingsniveau van het masker. In de voorliggende studie wordt inzicht gegeven in bet bescbermingsniveau van het Nederlandse gasmasker tijdens realistische NBC-oefeningen.

Tijdens een drietal veldproeven werd gebruik gemaakt van speciale voor deze metingen ontwikkelde apparatuur om de lekkage van het gasmasker te meten. Gelaats- en uitlaatventiellekkage zijn verantwoordelijk voor de belangrijkste bijdrages van het mogelijk slecht functioneren van gasmaskers. Aanvullend aan de lekkage-metingen werden ook de bewegingen van het masker en de druk in het masker geregistreerd. De druk in bet masker is vervolgens om te zetten in een  ademhalingspatroon. Zowel negatieve druk als gevolg van zware ademhaling en beweging kunnen oorzaken zijn voor een toename in lekkage.

Twee van de drie veldproeven zijn gehouden in Engeland en waren georganiseerd door DSTL, ons Engels zusterinstituut, welke over vergelijkbare apparatuur beschikt. Tijdens de eerste twee veldproeven werd realistische oefeningen uitgevoerd door militairen zoals schieten, hardlopen, voertuig entsmetten en het lopen van een verkenningspatrouille. Tijdens een derde oefening op de vliegbasis Leeuwarden werd in een schietsimulator geschoten om het effect van terugslag op de bescherming van bet masker te kunnen meten. Gedurende alle drie de veldproeven waren de soldaten gekleed in volledige NBC-uitrusting em ook ze ook de effecten van warmte, gewicht en bewegingsbeperking mee te nemen en de oefeningen realistischer te maken.

Analyse van de veldproeven leert dat bet Nederlandse FM 12 gasmasker lang niet altijd voldoende bescberming biedt. Hoewel geen directe correlatie kon worden gevonden tussen de beschermingsfactor enerzijds en specifieke bewegingen zoals schieten, inspanning gekoppeld aan zware adembhaling anderzijds, is toch overall een trend te zien dat bij extreme bewegingen en zware inspanning bet beschermingsniveau van het masker (te ver) daalt. Overigens lopen de resultaten tussen militairen enderling sterk uiteen. Het ademvolume tijdens inspanning stijgt van ongeveer 20 l/min tijdens de oefening tot maximaal 100 l/min. Het gemeten beschermingsniveau kan als basis dienen in studies die inzicht geven in hoeveelheden slachtoffers tijdens een NBC-aanval. Daarnaast kan de opgedane kennis over het bescbermingsniveau van (delen van) oefeningen dienen als uitgangspunt voor het opstellen van doctrines, wat wel en niet te doen wanneer het masker gedragen wordt. Tenslotte dienen de vastgestelde ademhalingspatronen omgezet te worden in realistische testen waarbij de capaciteit van de filterbussen realistisch wordt bepaald.

Nu worden filterbussen nog getest met relatief veel lagere luchtsnelheden. Ondertussen is bet onderzoek voortgezet onder additionele financiering van bet KPU bedrijf. Tijdens bet vervolgonderzeek worden onder andere klimatologische omstandigheden bij bet onderzoek betrokken.

Levensgevaarlijk! Oordeel zelf…

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je "Mothers Finest" op belangrijke posities....

Veiligheid bij Defensie: zelfs het plan is slecht

Het lijkt een nieuwe trend bij Defensie: rapporten met titels die de lading niet dekken. Dinsdag bracht de visitatiecommissie Defensie en Veiligheid (de commissie Verbeet) een rapport uit met als titel “Het begin is er, maar het is te vroeg om tevreden te zijn”.

Een mooie manier om een vernietigend rapport een positieve draai te geven. De commissie komt in hoofdstuk 3 al direct tot de conclusie dat het huidige plan niet tot substantiële verbeteringen van veiligheid leidt. Op de suggestie om een verbeterd plan van aanpak te schrijven is Defensie niet ingegaan.

En dan komt het: hoewel de commissie op grond van veiligheidskundige inzichten vindt dat er behoefte is aan een aangepast plan, heeft zij als taakopdracht om de VOORTGANG van dit – slechte – plan van aanpak te toetsen.

Van een organisatie die flinke klappen heeft gehad en zelf aangeeft dat zij een lerende organisatie is, mag een andere houding worden verwacht als het om veiligheid gaat.

En ja: er zal ongetwijfeld een begin zijn gemaakt met de uitvoering van dit slechte plan. En dat is een slecht begin.


De Visitatiecommissie ziet het plan van aanpak als een middel waarmee Defensie veiliger werken tot stand wil brengen. Het huidige plan van aanpak leidt volgens de Visitatiecommissie echter niet tot een substantiële verbetering van veiligheid. De Visitatiecommissie komt tot dit oordeel op grond van de volgende bevindingen:
– Het plan van aanpak is vooral gericht op de veiligheidsorganisatie en minder op het organiseren van veiligheid.
– Het plan van aanpak is via de leidinggevenden in de organisatie gebracht zonder verdere aandacht voor de uitvoering en sturing.
– Het plan van aanpak zelf is niet voorzien van een meetinstrument en er zijn geen meetbare doelen gesteld.
– De financiering voor het gehele plan van aanpak vindt de Visitatiecommissie niet duidelijk.
– Het plan van aanpak is niet goed bekend bij de meeste manschappen, onderofficieren, officieren en niet-militaire medewerkers.
– In het plan van aanpak ontbreken belangrijke normen voor veiligheid.
– Het plan van aanpak heeft onvoldoende aandacht voor het unieke karakter van de verschillende defensieonderdelen.

Nu de Visitatiecommissie tot dit oordeel is gekomen, voelt zij een dilemma. In haar tussenrapportage heeft de Visitatiecommissie aangegeven dat zij uitkijkt naar een verbeterd plan van aanpak, een plan dat beter aansluit bij de uitdagingen waar de diverse defensieonderdelen voor staan. Defensie heeft deze suggestie voor zover de Visitatiecommissie kan nagaan niet overgenomen. Tegelijkertijd behoort het tot de taakopdracht van de Visitatiecommissie om voortgang van dit plan van aanpak te toetsen. Het huidige plan van aanpak is immers aanvaard beleid. De Visitatiecommissie moet dus kijken naar de voortgang van het plan van aanpak, maar vindt op grond van veiligheidskundige inzichten dat er behoefte is aan een
aangepast plan.

Dit dilemma constateert de Visitatiecommissie ook bij commandanten. Het is de Visitatiecommissie bijvoorbeeld opgevallen op dat er in sommige gevallen pas naar het plan van aanpak en de uitvoering van de maatregelen werd gekeken nadat de Visitatiecommissie hierover vragen stelde aan de bezochte defensieonderdelen.

Militairen melden longziekten door stinkende rook

NRC | Honderden militairen zijn in Afghanistan en Irak blootgesteld aan rook uit zogeheten burn pits. Een Van de Nadort heeft een meldpunt geopend en overweegt schadevergoeding te eisen bij Defensie.

Een burn pit was een nachtmerrie voor de afvalscheider, want het hele vuil-alfabet werd er verbrand – van accu’s, banden en chemisch en medisch afval tot rubber en smeermiddelen. Aan de rand van de legerplaatsen in onder meer Afghanistan brandden de afvalputten dag en nacht; alleen al op Kandahar Airfield (KAF) werd zo 90 ton per etmaal ‘verwerkt’. Uit al die afvalvuren van papier, piepschuim en poep stegen rookwolken op. „Witte en gitzwarte rook. En bij zandstormen werd alles rondgeblazen”, vertelde een militair na zijn uitzending aan het vakbondsblad OPlinie/km .

Militairen ademden die rook geregeld in en kregen een pijnlijke keel en hoestbuien waarbij soms zwarte brokken uit hun longen kwamen. Jaren later wijten vele tientallen (oud-)militairen hun gezondheidsklachten aan de burn pits. Ze hebben zich de afgelopen weken gemeld bij het ministerie met onder meer hartziekten. De Tweede Kamer praat volgende week over de burn pits bij een debat over de gezondheid van militairen.

 

Gezondheidskwesties bij Defensie

De burn pits zijn de zoveelste gezondheidskwestie van het ministerie van Defensie. Zo is er de kwestie rond PX-10, een mogelijk kankerverwekkende reinigingsolie voor wapens en materieel waarmee militairen tot 1993 werkten maar waarover nog rechtszaken lopen. En er is de zaak rond chroom-6, een anticorrosiemiddel dat onder meer kanker kan veroorzaken. Wat al deze kwesties gemeen hebben, is dat ze jaren duren – jaren vol onderzoeken, rechtszaken en Kamerdebatten.

De militaire vakbond AFMP vroeg al in 2010 bij Defensie om aandacht voor de burn pits, maar dat initiatief bloedde dood. „Het verschil is dat er nu wel onderzoeken zijn, in de VS, waarin duidelijk niet over een nacht ijs is gegaan bij het vaststellen van een verband tussen burn pits en bepaalde ziekten bij militairen”, zegt AFMP-voorzitter Anne-Marie Snels. Zij vindt de „aanwijzingen voldoende sterk om snel stappen te gaan zetten” – ofwel niet te lang te talmen met een vergoeding of uitkering voor getroffen (oud-)militairen.

Toch is de weg naar financiële compensatie voor gezondheidsschade doorgaans lang en kronkelig. De compensatie van (ex-)werknemers rust vrijwel altijd op twee pijlers: de verantwoordelijkheid van de werkgever én het verband tussen ziekte en blootstelling aan een stof. Die verantwoordelijkheid kan betekenen dat de werkgever zijn zorgplicht niet is nagekomen. Bij chroom-6 was dat het geval, doordat Defensie schilders in de werkplaatsen zonder voldoende bescherming liet werken aan vliegtuigen en voertuigen vol giftige verf.

In het geval van de burn pits zou Defensie de zorgplicht kunnen hebben verzaakt, doordat niet de voorgeschreven ovens werden gebruikt. Of doordat de afvalverwerking in Kamp Holland in de Afghaanse provincie Uruzgan „een volledig onbeheerst proces” was, zoals in 2010 werd vastgesteld in een onderzoeksrapport van Defensie waarover Dagblad van het Noorden onlangs schreef. Bij de rechter aantonen dat een werkgever een ‘normschending’ heeft begaan, is wel lastig.

Daarom volgt Van de Nadort een andere route, namelijk via het begrip ‘dienstverband’ in het militaire ambtenarenrecht: „Dienstverband betekent niet dat de werkgever iets fout heeft gedaan, maar dat wat de werknemer is overkomen voortkomt uit zijn werkzaamheden.” Denk aan de militair die op een bermbom reed . Denk ook aan de militair die de rook uit de burn pits inademde en die nu nauwelijks nog kan functioneren doordat hij de hele tijd kortademig is. Van de Nadort: „Dat dienstverband kan snel worden vastgesteld, en daarmee de verantwoordelijkheid van Defensie.”

 

Langdurige procedure

Dan hoef je inderdaad geen ‘normschending’ aan te tonen, zegt Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit. „Maar ik weet niet of dat in dit soort gevallen een langdurige procedure bespaart.” Lindenbergh benadrukt de technische aspecten van chroom-6 en burn pits niet te kennen. Maar als specialist in zaken over letselschade en beroepsziekten zegt hij dat hoe dan ook „vast moet komen te staan dat de invaliditeit in overwegende mate het gevolg is van de dienstuitoefening.” En dat kost een oud-werknemer veel tijd en moeite.

De kaarten lijken voor de werknemer gunstig te liggen. De Hoge Raad heeft namelijk jaren geleden gezorgd voor een omkering van de bewijslast, zo betoogt ook Van de Nadort. Als blootstelling aan een stof de ziekte kan hebben veroorzaakt, dan moet de werkgever bewijzen dat die ziekte niet door de blootstelling komt. „Maar daarmee is het niet ineens makkelijk geworden voor de werknemer”, zegt Lindenbergh.

Want wat is ‘kunnen’ veroorzaken? „Dat is eigenlijk alles met een kans van 1 tot en met 99 procent”, zegt Lindenbergh. De Hoge Raad heeft dit ‘kunnen’ daarom later gepreciseerd. „Kunnen drukt een vermoeden uit en dat betekent dat het aannemelijk moet zijn dat de ziekte is veroorzaakt door de blootstelling.”

Burn pit van de Amerikanen in Pashmul, Kandahar.Foto Sebastian Meyer 

Specifiek soort kanker

Bij asbest staat vast dat een heel specifieke kanker daardoor wordt veroorzaakt. Zo’n sterk verband vind je bij andere stoffen en ziekten bijna nooit. Daardoor krijgt en neemt een werkgever de ruimte om andere ziekte-oorzaken aan te wijzen dan de stof, bijvoorbeeld als een zieke heeft gerookt of langs de snelweg woonde.

Bij de burn pits speelt mee dat veteranen niet alleen de giftige rook in hun longen kregen, maar ook fijnstof als stuifzand en de rook van houtvuurtjes van de lokale bevolking. „Uit de wetenschappelijke onderzoeken naar de gezondheid van militairen in oorlogsgebied blijkt dat het samenstel van de stoffen bepaalde longziekten veroorzaakt”, zegt Van de Nadort. „Daarom moet Defensie niet elke stof afzonderlijk beoordelen, maar de stoffen samen.” Maar dat samenstel maakt de beoordeling extra ingewikkeld.

De hoop dat het toch behoorlijk snel kan gaan, put Van de Nadort uit de ervaringen in de VS. Daar loopt al langer een debat over ziekten-door-burnpits bij zo’n 150.000 Afghanistan- en Irak-veteranen. Zo’n 11.000 zieke militairen hebben bij het Amerikaanse ministerie van Defensie verzocht om erkenning van een verband met hun dienst. Van de Nadort: „Daarvan is in 2.318 gevallen een dienstverband vastgesteld.”

Het Nederlandse ministerie van Defensie, dat zich naar verluidt aan het verdiepen is in de Amerikaanse ervaringen, zou dat ook vlot kunnen doen. Van de Nadort: „Nederland kan zich aansluiten bij de VS. Mijn idee zou zijn dat Defensie bijvoorbeeld vanaf nu de gezondheid van mensen met longproblemen gaat monitoren.”

1 2