Defensie wist het, de Kamer niet: onderzoek naar burnpits lag jarenlang op de plank

Eenvandaag |Onderzoeksorganisatie TNO kreeg in 2012 de opdracht van het Ministerie van Defensie om de gevaren van burnpits te onderzoeken. De resultaten van dat onderzoek zijn alleen nooit openbaar gemaakt.

Het rapport van TNO dateert van maart 2013, maar is tot nu toe niet actief naar buiten gebracht door het Ministerie van Defensie. Volgens toxicoloog Martin van den Berg, die op verzoek van EenVandaag het rapport bekeek, is de uitkomst duidelijk: “Er is een verhoogd risico voor mensen die in aanraking zijn gekomen met burnpits op een missie.”

Burnpits

Tijdens missies wordt al het afval verbrand in kuilen, omdat het te gevaarlijk is om het daar achter te laten. Het onderzoeksinstituut heeft een burnpit gesimuleerd en daar onder andere plastic afval, verfblikken en isolatiemateriaal in verbrand.

“Je ziet bij de verbranding stoffen ontstaan die slecht zijn voor je gezondheid, zoals PAX en chloor in hoge concentraties. TNO heeft ook onderzoek gedaan met longcellen en dan zie je ook dat daar schade ontstaat. Je kan dus concluderen dat deze stoffen ervoor zorgen dat de kans groot is dat je problemen krijgt met je longen”, zegt Van den Berg.

Gezondheidsklachten

Ferre van de Nadort is jurist en staat honderden militairen bij die klachten hebben nadat ze in aanraking kwamen met die zogenaamde burnpits. Veel van zijn clienten hebben longziektes, maar ook andere gezondheidsklachten zoals hartproblemen. Hij deed eerder een WOB-verzoek bij Defensie waarbij hij alle documenten over burnpits opvroeg, maar daar zat dit onderzoek niet bij.

“Het verbaast me dat dit onderzoek nu nog boven water komt. Zaken weglaten of niet volledige rapporten verstrekken, dat vind ik toch een vorm van achterhouden. En ik denk dat je daar niet goed aan doet.”

Onderzoek

Tweede Kamerlid Isabelle Diks van GroenLinks had dit rapport graag ontvangen, ook omdat er voortdurend over de gezondheid van militairen is gesproken. “Wat mij eigenlijk verbaast in deze zaak is dat de minister bij het eerste gesprek in de Tweede Kamer over de burnpits heeft aangegeven dat ze onderzoek gaat doen. Een beetje met de bijklank alsof zij niet wist dat het onderzoek van TNO dus al zeven jaar op de plank ligt.”

LEES OOK

Diks gaat de minister om opheldering vragen. “Waar ik Defensie op aanspreek, is dat op het moment dat informatie vrijkomt, dat beter inzicht geeft in welke positie wij onze militairen brengen, dan moet die informatie gewoon meteen gedeeld worden en niet jarenlang op de plank blijven liggen. Het gaat om de gezondheid van onze medewerkers.”

Ander doel

Defensie laat weten dat de zorg voor het personeel hoog in het vaandel staat. “Als mensen ziek zijn, is dat altijd erg, ongeacht de vraag waar het door komt. We trekken ons het lot aan van onze mensen of ze nu actief dienen of veteraan zijn.” Volgens Defensie was het doel van het TNO-onderzoek niet om de gevolgen van de burnpits voor de gezondheid van de medewerkers te onderzoeken.

“Het onderzoek is verricht om te bekijken hoe het beste de uitstoot van een burnpit kan worden gemeten. Het TNO-rapport is wel opgenomen in het literatuuroverzicht van het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) dat in april 2019 is aangeboden aan de Kamer, met name omdat het inzicht geeft in de samenstelling van verbrandingscomponenten bij vuilverbranding.”

Zorgelijke reactie Defensie op berichtgeving rond gasmaskers

De gasmaskers die Defensie ter beschikking stelt aan Nederlandse militairen bieden onvoldoende bescherming. Defensie weet dat al sinds 2005, zo blijkt uit een TNO-onderzoek dat ik in handen kreeg.

 

 

Samenvatting TNO-onderzoek naar gasmaskers

Uit een eerdere studie is gebleken dat, mits verstrekt in dejuiste maat, goed afgesteld en na voldoende training, het Nederlandse FM 12 gasmasker in staat is om in rust voldoende bescherming te bieden. Het beschermingsniveau tijdens daadwerkelijk inzet dient echter nog bepaald te worden. Een methode ontwikkeld om de bescherming van het gasmasker in bet veld te meten toonde reeds aan dat bij het doorlopen van een oefeningen zoals hardlopen, kruipen en springen de beschermingsfactor zoals gemeten in rust een te rooskleurig beeld geeft van het daadwerkelijke beschermingsniveau van het masker. In de voorliggende studie wordt inzicht gegeven in bet bescbermingsniveau van het Nederlandse gasmasker tijdens realistische NBC-oefeningen.

Tijdens een drietal veldproeven werd gebruik gemaakt van speciale voor deze metingen ontwikkelde apparatuur om de lekkage van het gasmasker te meten. Gelaats- en uitlaatventiellekkage zijn verantwoordelijk voor de belangrijkste bijdrages van het mogelijk slecht functioneren van gasmaskers. Aanvullend aan de lekkage-metingen werden ook de bewegingen van het masker en de druk in het masker geregistreerd. De druk in bet masker is vervolgens om te zetten in een  ademhalingspatroon. Zowel negatieve druk als gevolg van zware ademhaling en beweging kunnen oorzaken zijn voor een toename in lekkage.

Twee van de drie veldproeven zijn gehouden in Engeland en waren georganiseerd door DSTL, ons Engels zusterinstituut, welke over vergelijkbare apparatuur beschikt. Tijdens de eerste twee veldproeven werd realistische oefeningen uitgevoerd door militairen zoals schieten, hardlopen, voertuig entsmetten en het lopen van een verkenningspatrouille. Tijdens een derde oefening op de vliegbasis Leeuwarden werd in een schietsimulator geschoten om het effect van terugslag op de bescherming van bet masker te kunnen meten. Gedurende alle drie de veldproeven waren de soldaten gekleed in volledige NBC-uitrusting em ook ze ook de effecten van warmte, gewicht en bewegingsbeperking mee te nemen en de oefeningen realistischer te maken.

Analyse van de veldproeven leert dat bet Nederlandse FM 12 gasmasker lang niet altijd voldoende bescberming biedt. Hoewel geen directe correlatie kon worden gevonden tussen de beschermingsfactor enerzijds en specifieke bewegingen zoals schieten, inspanning gekoppeld aan zware adembhaling anderzijds, is toch overall een trend te zien dat bij extreme bewegingen en zware inspanning bet beschermingsniveau van het masker (te ver) daalt. Overigens lopen de resultaten tussen militairen enderling sterk uiteen. Het ademvolume tijdens inspanning stijgt van ongeveer 20 l/min tijdens de oefening tot maximaal 100 l/min. Het gemeten beschermingsniveau kan als basis dienen in studies die inzicht geven in hoeveelheden slachtoffers tijdens een NBC-aanval. Daarnaast kan de opgedane kennis over het bescbermingsniveau van (delen van) oefeningen dienen als uitgangspunt voor het opstellen van doctrines, wat wel en niet te doen wanneer het masker gedragen wordt. Tenslotte dienen de vastgestelde ademhalingspatronen omgezet te worden in realistische testen waarbij de capaciteit van de filterbussen realistisch wordt bepaald.

Nu worden filterbussen nog getest met relatief veel lagere luchtsnelheden. Ondertussen is bet onderzoek voortgezet onder additionele financiering van bet KPU bedrijf. Tijdens bet vervolgonderzeek worden onder andere klimatologische omstandigheden bij bet onderzoek betrokken.

Levensgevaarlijk! Oordeel zelf…

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je "Mothers Finest" op belangrijke posities....

Nieuw onderzoek naar gezondheidsklachten militairen door burnpits

Het ministerie van Defensie laat het RIVM onderzoek doen naar mogelijke gezondheidsklachten door burnpits. Een groeiend aantal militairen – uitgezonden naar Afghanistan, Irak en voormalig Joegoslavië – zegt ziek te zijn door de vuilverbrandingen.

Minister Bijleveld wil meer duidelijkheid over de mogelijke relatie tussen gezondheidsklachten van veteranen en de uitstoot van burnpits. “Het gaat om mensen die bij ons gewerkt hebben of nog steeds bij ons werken. Wij zijn verantwoordelijk voor hun gezondheid en moeten dat serieus nemen. Wat we kunnen doen, doen we eraan,” zegt ze.

 

327 meldingen

Tijdens militaire missies werd in het kamp afval met benzine en kerosine verbrand in de open lucht. Het ging onder meer om huishoudelijk afval, medicijnresten en banden. In de rook van die zogenoemde burnpits kunnen giftige stoffen hebben gezeten. Onder uitgezonden militairen ontstond onrust nadat collega’s gezondheidsklachten hadden gemeld die verband zouden houden met burnpits.

Begin februari opende minister Bijleveld een meldpunt. Daar zijn inmiddels 327 meldingen binnengekomen. Een deel van die mensen maakt zich zorgen en een deel denkt daadwerkelijk ziek te zijn geworden van burnpits. Klachten die worden genoemd zijn onder meer oogklachten, astma, COPD, maar ook een herseninfarct of lymfeklierkanker.

 

Dertigers

Jurist Ferre van de Nadort maakt zich al langer sterk voor veteranen die tijdens een militaire missie zijn blootgesteld aan giftige stoffen. Hij startte al eerder een meldpunt burnpits. Daar kwamen al 586 meldingen binnen, waaronder 272 van mensen met ernstige klachten. “Het gaat vooral om longklachten en om hart- en vaatziekten”, vertelt Van de Nadort. “Wat me opvalt zijn de geboortedata, veelal na 1980. We hebben het dus echt over dertigers.”

Van de Nadort is bang dat de uiteindelijke onderzoeksvraag van het RIVM te beperkt wordt. “Als het alleen over de rook van de burnpits gaat, weet ik het antwoord al: we kunnen niet alle klachten toeschrijven aan de burnpits.”

 

Niet eerste onderzoek

Minister Bijleveld zegt dat ze breder wil kijken dan alleen de rook van burnpits. “Bij de analyse willen we ook andere dingen bekijken die de luchtkwaliteit en misschien ook de longfuctie van mensen beïnvloeden.”

Het is niet voor het eerst dat militairen en ex-militairen zich zorgen maken over hun gezondheid en een verband leggen met hun werkzaamheden voor Defensie. Het ministerie liet het RIVM eerder al onderzoek doen naar de kankerverwekkende reinigingsmiddelen PX-10 en de giftige chroom-6-verf.

 

Jurist Ferre van de Nadort is kritisch op het voornemen om onderzoek te laten doen door het RIVM.

Het beleid voor veteranen met PTSS moet op de schop

De strijd die veteranen met PTSS tegen Defensie moeten leveren, is ongelijk en het beleid is onrechtvaardig. Daarom moet het stelsel op de schop. Dat bepleitte jurist Ferre van de Nadort, die vandaag was uitgenodigd om inspraak te houden bij het rondetafelgesprek Defensie vandaag. Bekijk het pleidooi hieronder.

‘Defensie doet te weinig voor veteranen met PTSS’

Veteranen die kampen met PTSS worden nu niet altijd op de juiste manier geholpen. Dat zegt jurist Ferre van de Nadort, die een aantal veteranen bijstaat, tegen EenVandaag.

Een van hen is oorlogsfotograaf Dave. Hij is voor het Ministerie van Defensie op verschillende missies geweest, waaronder in Afghanistan en Mali. In 2010 krijgt hij de diagnose PTSS, posttraumatische stressstoornis. Nu, bijna 10 jaar later, kampt hij nog steeds met de gevolgen daarvan.

 

‘Zorg valt vies tegen’

Jurist Ferre van de Nadort, die hem bijstaat, ziet dat Dave geen uniek geval is. Er zijn volgens hem veel meer militairen die adequate zorg verdienen, maar dat niet altijd krijgen.

“Er is binnen de organisatie weinig begrip voor deze groep slachtoffers. Ik krijg het idee dat Defensie vooral beleidsmatig zich erop richt dat men kan zeggen: ‘Ik heb wat gedaan’. Maar in de praktijk valt dat vies tegen.”

Jurist Ferre van de Nadort: ‘Defensie heeft te weinig aandacht voor veteranen met wie het niet goed gaat’

Geen goede behandeling

Het blijkt wel uit het verhaal van Dave. Als hij in 2010 de eerste klachten krijgt, meldt hij dit. Hij ondergaat een EMDR-sessie: een oogbewegingstherapie om trauma’s te verwerken. Daarna wordt hij zonder verdere voorbereiding weer twee keer uitgezonden. Dave werkt door, maar krijgt daarna veel kritiek op zijn werk van collega’s. Ook dat meldt hij, maar toch wordt hij ook daarna meerdere keren uitgezonden, zonder behandeling.

In 2017 meldt Dave zich bij de militair arts: hij ondergaat veel herbelevingen van wat hij heeft meegemaakt. Hij krijgt geen behandeling, maar komt thuis te zitten. De herbelevingen stapelen zich daar op. Op zoek naar hulp komt hij in Utrecht nog voor een dichte deur te staan. Uiteindelijk wordt hij opgenomen.

SP: Defensie heeft speciale verantwoordelijkheid

Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) steunt de oproep voor betere zorg voor veteranen. Zij is één van de initiatiefnemers voor het rondetafelgesprek over veteranenzorg.

“Zeker als Defensie heb je gewoon een speciale verantwoordelijkheid. In een oorlog leven of vechten, daar maken mensen, zoals ook zichtbaar wordt, de meest afschuwelijke dingen mee. Dus wanneer mensen uitgezonden worden, dan moeten ze de beste zorg krijgen voordat ze op missie gaan. Tijdens de missie en daarna.”

1 2 3 13