Militairen melden longziekten door stinkende rook

NRC | Honderden militairen zijn in Afghanistan en Irak blootgesteld aan rook uit zogeheten burn pits. Een Van de Nadort heeft een meldpunt geopend en overweegt schadevergoeding te eisen bij Defensie.

Een burn pit was een nachtmerrie voor de afvalscheider, want het hele vuil-alfabet werd er verbrand – van accu’s, banden en chemisch en medisch afval tot rubber en smeermiddelen. Aan de rand van de legerplaatsen in onder meer Afghanistan brandden de afvalputten dag en nacht; alleen al op Kandahar Airfield (KAF) werd zo 90 ton per etmaal ‘verwerkt’. Uit al die afvalvuren van papier, piepschuim en poep stegen rookwolken op. „Witte en gitzwarte rook. En bij zandstormen werd alles rondgeblazen”, vertelde een militair na zijn uitzending aan het vakbondsblad OPlinie/km .

Militairen ademden die rook geregeld in en kregen een pijnlijke keel en hoestbuien waarbij soms zwarte brokken uit hun longen kwamen. Jaren later wijten vele tientallen (oud-)militairen hun gezondheidsklachten aan de burn pits. Ze hebben zich de afgelopen weken gemeld bij het ministerie met onder meer hartziekten. De Tweede Kamer praat volgende week over de burn pits bij een debat over de gezondheid van militairen.

 

Gezondheidskwesties bij Defensie

De burn pits zijn de zoveelste gezondheidskwestie van het ministerie van Defensie. Zo is er de kwestie rond PX-10, een mogelijk kankerverwekkende reinigingsolie voor wapens en materieel waarmee militairen tot 1993 werkten maar waarover nog rechtszaken lopen. En er is de zaak rond chroom-6, een anticorrosiemiddel dat onder meer kanker kan veroorzaken. Wat al deze kwesties gemeen hebben, is dat ze jaren duren – jaren vol onderzoeken, rechtszaken en Kamerdebatten.

De militaire vakbond AFMP vroeg al in 2010 bij Defensie om aandacht voor de burn pits, maar dat initiatief bloedde dood. „Het verschil is dat er nu wel onderzoeken zijn, in de VS, waarin duidelijk niet over een nacht ijs is gegaan bij het vaststellen van een verband tussen burn pits en bepaalde ziekten bij militairen”, zegt AFMP-voorzitter Anne-Marie Snels. Zij vindt de „aanwijzingen voldoende sterk om snel stappen te gaan zetten” – ofwel niet te lang te talmen met een vergoeding of uitkering voor getroffen (oud-)militairen.

Toch is de weg naar financiële compensatie voor gezondheidsschade doorgaans lang en kronkelig. De compensatie van (ex-)werknemers rust vrijwel altijd op twee pijlers: de verantwoordelijkheid van de werkgever én het verband tussen ziekte en blootstelling aan een stof. Die verantwoordelijkheid kan betekenen dat de werkgever zijn zorgplicht niet is nagekomen. Bij chroom-6 was dat het geval, doordat Defensie schilders in de werkplaatsen zonder voldoende bescherming liet werken aan vliegtuigen en voertuigen vol giftige verf.

In het geval van de burn pits zou Defensie de zorgplicht kunnen hebben verzaakt, doordat niet de voorgeschreven ovens werden gebruikt. Of doordat de afvalverwerking in Kamp Holland in de Afghaanse provincie Uruzgan „een volledig onbeheerst proces” was, zoals in 2010 werd vastgesteld in een onderzoeksrapport van Defensie waarover Dagblad van het Noorden onlangs schreef. Bij de rechter aantonen dat een werkgever een ‘normschending’ heeft begaan, is wel lastig.

Daarom volgt Van de Nadort een andere route, namelijk via het begrip ‘dienstverband’ in het militaire ambtenarenrecht: „Dienstverband betekent niet dat de werkgever iets fout heeft gedaan, maar dat wat de werknemer is overkomen voortkomt uit zijn werkzaamheden.” Denk aan de militair die op een bermbom reed . Denk ook aan de militair die de rook uit de burn pits inademde en die nu nauwelijks nog kan functioneren doordat hij de hele tijd kortademig is. Van de Nadort: „Dat dienstverband kan snel worden vastgesteld, en daarmee de verantwoordelijkheid van Defensie.”

 

Langdurige procedure

Dan hoef je inderdaad geen ‘normschending’ aan te tonen, zegt Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit. „Maar ik weet niet of dat in dit soort gevallen een langdurige procedure bespaart.” Lindenbergh benadrukt de technische aspecten van chroom-6 en burn pits niet te kennen. Maar als specialist in zaken over letselschade en beroepsziekten zegt hij dat hoe dan ook „vast moet komen te staan dat de invaliditeit in overwegende mate het gevolg is van de dienstuitoefening.” En dat kost een oud-werknemer veel tijd en moeite.

De kaarten lijken voor de werknemer gunstig te liggen. De Hoge Raad heeft namelijk jaren geleden gezorgd voor een omkering van de bewijslast, zo betoogt ook Van de Nadort. Als blootstelling aan een stof de ziekte kan hebben veroorzaakt, dan moet de werkgever bewijzen dat die ziekte niet door de blootstelling komt. „Maar daarmee is het niet ineens makkelijk geworden voor de werknemer”, zegt Lindenbergh.

Want wat is ‘kunnen’ veroorzaken? „Dat is eigenlijk alles met een kans van 1 tot en met 99 procent”, zegt Lindenbergh. De Hoge Raad heeft dit ‘kunnen’ daarom later gepreciseerd. „Kunnen drukt een vermoeden uit en dat betekent dat het aannemelijk moet zijn dat de ziekte is veroorzaakt door de blootstelling.”

Burn pit van de Amerikanen in Pashmul, Kandahar.Foto Sebastian Meyer 

Specifiek soort kanker

Bij asbest staat vast dat een heel specifieke kanker daardoor wordt veroorzaakt. Zo’n sterk verband vind je bij andere stoffen en ziekten bijna nooit. Daardoor krijgt en neemt een werkgever de ruimte om andere ziekte-oorzaken aan te wijzen dan de stof, bijvoorbeeld als een zieke heeft gerookt of langs de snelweg woonde.

Bij de burn pits speelt mee dat veteranen niet alleen de giftige rook in hun longen kregen, maar ook fijnstof als stuifzand en de rook van houtvuurtjes van de lokale bevolking. „Uit de wetenschappelijke onderzoeken naar de gezondheid van militairen in oorlogsgebied blijkt dat het samenstel van de stoffen bepaalde longziekten veroorzaakt”, zegt Van de Nadort. „Daarom moet Defensie niet elke stof afzonderlijk beoordelen, maar de stoffen samen.” Maar dat samenstel maakt de beoordeling extra ingewikkeld.

De hoop dat het toch behoorlijk snel kan gaan, put Van de Nadort uit de ervaringen in de VS. Daar loopt al langer een debat over ziekten-door-burnpits bij zo’n 150.000 Afghanistan- en Irak-veteranen. Zo’n 11.000 zieke militairen hebben bij het Amerikaanse ministerie van Defensie verzocht om erkenning van een verband met hun dienst. Van de Nadort: „Daarvan is in 2.318 gevallen een dienstverband vastgesteld.”

Het Nederlandse ministerie van Defensie, dat zich naar verluidt aan het verdiepen is in de Amerikaanse ervaringen, zou dat ook vlot kunnen doen. Van de Nadort: „Nederland kan zich aansluiten bij de VS. Mijn idee zou zijn dat Defensie bijvoorbeeld vanaf nu de gezondheid van mensen met longproblemen gaat monitoren.”

Hulde aan de Genist!

Echte helden hoor je niet vaak. Zij doen hun werk in alle bescheidenheid en buiten de schijnwerpers. Meestal met gevaar voor eigen leven met een grote verantwoordelijk voor dat van anderen. Zij ontvangen daarvoor geen erkenning. Aan de echte helden die zelf geen aandacht vragen, besteedt dit artikel aandacht.

Foto van beeldbank Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (Arief Rorimpandey).

Tot de echte helden behoren zonder twijfel de genisten. Van oorsprong de bouwvakkers van Defensie. Maar in Afghanistan zijn zij verantwoordelijk voor de veiligheid van patrouilles. Het werk van onze helden is zeer gevaarlijk. Zij lopen voor patrouilles uit, waar zij met metaaldetectoren zoeken naar verstopte mijnen en bermbommen. Daar zijn zij niet beschermd tegen vijandelijk vuur. Zij zorgen er voor dat de weg vrij en begaanbaar is, zodat de patrouille veilig de route kan vervolgen.

Juist op plaatsen waar zij de op afstand bediende bermbommen vinden, lopen zij dat gevaar. Zij zijn dan in het zicht van de vijand, die de op afstand bediende (berm)bommen constant in de gaten houdt. Onder hoge werkdruk, want er was een chronische onderbezetting onder genisten. Terug gekomen op het kamp, stond de volgende patrouille vaak al weer klaar om begeleid te worden.

Genisten zijn de vergeten helden van Afghanistan. Veel militairen danken hun leven aan genisten. Aan hun werk wordt geen aandacht besteed. Kennelijk leent het beroep van (helikopter)piloot of commando zich beter voor promotie. Maar genisten vragen niet om aandacht en verdienen beter. Hulde aan de genist!

 

Met dank aan Rinze Klein (oorlogsfotograaf).

Defensiemeldpunt heeft de schijn tegen

Minister Bijleveld (Defensie) beloofde tijdens het vragenuur vorige week dat zij een meldpunt zal inrichten voor ex-werknemers die ziek zijn geworden door het werken bij Defensie. Gisteren werd een Defensiemeldpunt geopend. Door de slachtoffers die zich via burnpit.nl hebben verenigd, worden grote vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van dat meldpunt. Ook lijkt Defensie weinig te hebben geleerd uit het verleden.

Defensie heeft er voor gekozen om een meldpunt in te richten bij de Stichting CAOP, volgens haar een onafhankelijke  organisatie. In het bestuur van deze stichting zit een voormalig Hoofd Directeur Personeel van Defensie en tevens oud-contingentscommandant in Afghanistan in 2010. Hij moet toentertijd wel op de hoogte zijn geweest van burnpits in Afghanistan. Naast hem maakt ook de Directeur Werkgeverszaken Defensie deel uit van het bestuur. Daarmee wordt de schijn van partijdigheid gewekt.

 

Niet geleerd van het verleden

De betrokkenheid van oud-commandanten bij het Defensiemeldpunt, vertoont veel gelijkenis met de chroom-6 zaak. Toen koos Defensie er voor om een oud-commandant, oud-generaal Freek Groen, aan te stellen als onderzoeksleider van het onderzoek naar de kankerverwekkende chroomverf. Toen bekend werd dat Groen van 1984 tot en met 1992 een hoge leidinggevende was op de vliegbasis Twenthe, moest hij zich terug trekken.

 

Slachtoffers burnpits hebben zich verenigd in een eigen meldpunt

Het is met name deze onbetrouwbaarheid die door het onafhankelijke Meldpunt burnpits (burnpit.nl). Het collectief dat zich daar heeft verenigd, heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon, omdat zij massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier was het mogelijk ontkenningen door de Minister van Defensie te trotseren en burnpits bovenaan de politieke agenda te krijgen.

Met de vele meldingen het Meldpunt burnpits van het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits door Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek.

 

Aanmelden bij het onafhankelijk Meldpunt burnpits

Sinds 22 november 2018 vraagt het Meldpunt burnpits om informatie en erkenning voor slachtoffers van burnpits. Het Meldpunt burnpits deelt informatie, bundelt kennis en verleent juridische bijstand verleend. Het is een collectief waarbinnen zich slachtoffers hebben verenigd en militairen informatie over burnpits delen. Zo staan zij sterk en zo geeft het Meldpunt burnpits Defensie richting. Daarmee heeft burnpit.nl de problematiek rondom burnpits op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Daaruit blijkt al dat een collectief sterk is door kennis, onderzoek en juridische bijstand!

Het collectief dat zich bij het Meldpunt burnpits heeft verenigd heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon omdat slachtoffers en collega’s massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier heeft het Meldpunt burnpits de ontkenningen door de Minister van Defensie getrotseerd en burnpits boven aan op de politieke agenda gekregen.

Maar ze zijn er nog niet. Sterker nog: het collectief is nog maar net begonnen. Met de vele meldingen wil het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren, buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek. Het Meldpunt burnpits wil geen tweede slepend  Chroom-6 dossier.

 

Vertrouwelijkheid voorop

Dagelijks komen er tientallen meldingen binnen van slachtoffers, maar ook van (actief) dienende militairen. Deze meldingen zijn van belang voor het onderzoek. Veel melders maken duidelijk dat zij geen of weinig vertrouwen in Defensie hebben en daarom niet willen dat hun identiteit bij Defensie bekend wordt. Dat wordt gerespecteerd.

Meldingen worden bij de het Meldpunt burnpits vertrouwelijk behandeld. Daarom doet het Meldpunt burnpits Defensie geen mededelingen over de identiteit van de melders.

 

Juridische bijstand

Binnen het meldpunt burnpits is het mogelijk om juridische bijstand te krijgen. Door het collectief kunnen de kosten hiervan worden beperkt. Maar het Meldpunt burnpits gaat verder, waar anderen stoppen. Het Meldpunt burnpits werkt actief aan verandering van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door het verlangen van het recht op periodiek geneeskundig onderzoek en monitoring bij een zorginstelling naar keuze voor rekening van Defensie. Dat zou volgens ons voor alle veteranen moeten gelden. Wij onderscheiden ons met de lobby om regelgeving aan te passen van andere (rechts)hulpverleners. Als lid van het collectief profiteert u daarvan.

Defensie in de fout met getraumatiseerde veteraan

Door: Karel Berkhout, NRC; bron foto NIMH

Een reservist werd tijdens een missie in Afghanistan gepest door beroepsmilitairen. Zijn klachten zijn door Defensie laks afgehandeld, stelt de Veteranenombudsman.

Het ministerie van Defensie heeft zich „niet behoorlijk” gedragen tegenover een getraumatiseerde veteraan, die als reservist deelnam aan de missie in Afghanistan. Door de slechte begeleiding en de lakse afhandeling van zijn klachten, is de veiligheid van de reservist en van andere militairen in het geding gekomen.

Dit schrijft de Veteranenombudsman in een onderzoeksrapport, dat deze week is gepubliceerd. De Veteranenombudsman, die valt onder de Nationale Ombudsman, vindt dat Defensie zijn bijzondere zorgplicht voor veteranen heeft verzaakt en heeft „gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid”.

De reservist, die anoniem wil blijven, zegt over de uitspraak: „Het is jammer dat het zover is gekomen, maar ik ben erg blij mee. Ik krijg eindelijk steun, begrip en medewerking van de zijde van de overheid.” Zijn raadsman Ferre van de Nadort: „De uitspraak is belangrijk voor mijn cliënt, maar ook voor collega’s die hetzelfde meemaken.”

 

Timmerman in Afghanistan

De zaak draait om een timmerman, die als reservist werkte bij de Koninklijke Luchtmacht waar hij onder meer op oproepbasis vliegvelden bewaakte. Hij ging in september 2011 op een tijdelijk beroepscontract naar Afghanistan, waar hij werkte als beveiliger en timmerman in basiskamp Kandahar. Tijdens deze missie had hij te maken met vele (dreigende) raketaanvallen en bomaanslagen, en met pesterijen door de beroepsmilitairen in zijn eenheid, die hem als een buitenbeentje behandelden.

Bij een ernstig incident werd de reservist zo geslagen met een waszak, dat hij een wond in zijn gezicht opliep. De man meldde dit bij de marechaussee, die foto’s maakte van de verwondingen maar geen rapport opstelde. Tegen de dader werden geen stappen ondernomen, mogelijk omdat deze militair dicht tegen zijn pensioen aanzat.

Door alle incidenten was het slachtoffer zo getraumatiseerd, dat hij een gevaar voor zichzelf en anderen was gaan vormen. Zijn commandant stuurde hem in november 2011 naar huis, mede op advies van het Sociaal Medisch Team in het kamp. Bij zijn terugkeer in Nederland bleek de man ernstige ptss-klachten te hebben, waarvoor hij werd behandeld door psychiaters van de krijgsmacht.

 

Psychologische test

Het medisch team in Kandahar had inmiddels ook een rapport opgesteld met het advies om de reservist voor een eventuele vervolguitzending psychologisch te laten testen. Dit rapport is in december 2011 verstuurd naar de Groep Luchtmacht Reserve (GLR), het onderdeel van de luchtmacht waaronder ongeveer vijfhonderd reservisten vallen. De brief met het advies had opgenomen moeten worden in het personeelsdossier van de man, maar dat is nooit gebeurd. „De brief is recent opgevraagd bij het archief […] en alsnog op 16 augustus 2017 aangeboden aan de commandant GLR”, schrijft Defensie aan de ombudsman.

Er ging wel meer mis met de begeleiding van de getraumatiseerde militair. Reiskosten die de man moest maken voor zijn behandeling werden een tijd niet vergoed. Meer dan en eens werd hij van het kastje naar de muur gestuurd bij militaire en burgerlijke instellingen. Zijn integriteitsklacht over het voorval met waszak in Kandahar werd niet inhoudelijk behandeld wegens verjaring. „Ten onrechte is de klacht […] niet in behandeling genomen en afgedaan”, schrijft Defensie.

Naar aanleiding van het onderzoek van de ombudsman heeft Defensie in 2017 het reservistenbeleid bij de luchtmacht aangepast. Zo bespreekt een sociaal-medisch team voortaan vóór uitzending de reservisten om „mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen”. Desgevraagd voegt een woordvoerder van Defensie eraan toe het ministerie het rapport zal bestuderen om „er lering uit te trekken”.

1 2 3 29