Levensgevaarlijk! Oordeel zelf…

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je “Mothers Finest” op belangrijke posities. Mannen en vrouwen die dat varkentje wel even zullen wassen. Die weten waar ze het over hebben, veiligheid serieus nemen en maak je het voor hen mogelijk om  doortastend en krachtdadig op te treden bij onveilige situaties. Maar je bent vooral eerlijk over veiligheid en licht het personeel juist en volledig voor. Wie zich in het gasmasker (filterbus) dossier verdiept komt bedrogen uit.

Wat is er aan de hand? Defensie gebruikt filterbussen van het type AMF-12. Volgens een onderzoek uit 2016 is het koolstof in deze filterbus geïmpregneerd met chroom-6. Er wordt door Defensie een onderzoek opgestart met als doel het vaststellen van de mate van blootstelling en het toetsen van de blootstelling aan de grenswaarden voor chroom-6.

Volgens Defensie kon met de gebruikte meetmethode de daadwerkelijke hoeveelheid koolstof niet worden vastgesteld, omdat de detectielimiet van de methode 0,1 mg was en de waarden hieronder lagen. Dat wil zeker niet zeggen dat er geen ontoelaatbare blootstelling is, want volgens een berekening verderop in het stuk was de grenswaarde voor de blootstelling 0,050 mg (50 ug) en dat is dus ver onder de detectielimiet van de meetmethode. Met de methode kan dus alleen worden vastgesteld of er een blootstelling is van 0,100 mg, de dubbele toegestane blootstelling. Met de meetmethode kan de stof dus pas ver boven de grenswaarde worden vastgesteld: de meetmethode is dus ongeschikt.

Dan wordt de blootstelling niet gemeten, maar berekend. Volgens die berekening ligt de maximale dosis dan ‘net’ boven de toegelaten dosis per dag. Dus ontoelaatbaar. Het woord ‘net’ verandert daar niets aan. Zeker wanneer bedacht wordt dat de grenswaarde sinds 2017 nog maar 1/5 van die in 2016 is.

De aanbevelingen, volgens het schrijven van 4 juli 2016 luiden dan ook dat de filterbussen vervangen moeten worden en dat er blootstellingsonderzoek moet worden uitgevoerd waarbij specifiek de afgifte van chroom-6 wordt gemeten.

Er is hier wel een opmerking te maken. Volgens het schrijven van Defensie is het niet bekend welke chroomverbinding is gebruikt om het koolstof te impregneren. Vandaar ook de het geadviseerde specifieke onderzoek naar afgifte van chroom-6. Dat onderzoek is niet uit gevoerd. Hoeveel chroom-6 blootstelling er is, kan dus niet worden vastgesteld. Net zomin als dat deze blootstelling gering is. Met de gebruikte meetmethode kan immers pas een blootstelling vanaf tweemaal de grenswaarde worden gedetecteerd. Op 17 maart 2017 heeft Defensie in ieder geval onderkend dat de AMF-12 filterbus chroom-6 bevat en daarom vervangen moet worden (bekijk de brief hier). Haast wordt daar niet mee gemaakt: de vervanging (40 euro per bus) is om financiële redenen uitgesteld tot 2013.

Gisteravond was de hoogste baas op het gebied van veiligheid bij Defensie in Nieuwsuur (bekijk de uitzending hier). De problemen met de filterbussen leken mee te vallen: “Overigens die chroom is bij gebruik niet te meten. Dus het is niet zo dat wij hebben kunnen aantonen dat je het inhaleert.” Deze uitlatingen zijn hoogst opmerkelijk. Je zou verwachten dat Defensie heeft geleerd en in ieder geval in woord duidelijk zal aangeven dat de filterbussen chroom-6 bevatten en écht niet meer gebruikt mogen worden. Dat is het minste wat je zou kunnen doen als goed werkgever. Maar kennelijk neemt men het niet zo nauw met de veiligheid van haar personeel.

 

Levensgevaarlijk

Deze houding – en het niet bekend maken van de onveiligheid van de filterbussen – is levensgevaarlijk. Daarmee ontneem je de werknemer de mogelijkheid om ook zelf een risico in te schatten. Bovendien weet de militair dan niet waarom de filterbus wordt vervangen en je werkt in de hand dat, ondanks dat er een veilig exemplaar beschikbaar is, militairen toch de oude bussen blijven gebruiken. Zij weten immers niet van het gevaar.

Maar het gaat verder. Ik sprak militairen die naar Mali gingen. Zij hebben de filterbussen gecontroleerd en vastgesteld dat hen voorafgaand aan de missie de chroom-6 houdende bussen (AMF-12) zijn verstrekt. Eén van hen zei: “ze hebben zich op papier goed ingedekt, want volgens mijn kledinglijst heb ik de nieuwe MILCF50-bus”. Hij had dus de nieuwe  chroomvrije filterbus moeten hebben, maar die was hem niet verstrekt. Kennelijk heeft de medewerker bij KPU (het kledingmagazijn) gedacht: we maken eerst de oude op, dan pas de nieuwe. Hij of zij moet zich van geen kwaad bewust zijn geweest…