Minister van Defensie aansprakelijk voor schade Libanonveteraan

De Centrale Raad van Beroep beslist in zijn uitspraak van 14 december 2015 dat de minister van Defensie aansprakelijk is voor de schade van een militair die uitgezonden is geweest naar Libanon. Na de uitzending is bij de militair een PTSS ontstaan. Het is niet gebleken dat aan de militair voldoende voorlichting over mogelijke psychische klachten is gegeven en dat tijdig hulp is aangeboden.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

In zijn uitspraak van 14 december 2015 oordeelt de Centrale Raad van Beroep – anders dan de rechtbank eerder deed – dat de minister van Defensie zijn zorgplicht heeft geschonden ten aanzien van een militair die uitgezonden is geweest naar Libanon en die daarna een PTSS heeft ontwikkeld. Er was sprake van een combinatie van gebrek aan zorg vóór, tijdens en met name na de uitzending. Pas in 2007, toen alle Libanonveteranen zijn benaderd, is aantoonbaar nazorg aangeboden. Verder heeft de minister niet aannemelijk gemaakt dat de PTSS ook zou zijn ontstaan als wel voldoende (na)zorg was verleend. De minister is daarom aansprakelijk voor de door de militair gestelde schade.

De militair is in 1980/1981 uitgezonden geweest naar Libanon als dienstplichtig militair van het UNIFIL-bataljon. Het is niet gebleken dat aan de militair vooraf voldoende voorlichting is gegeven over mogelijke psychische klachten als gevolg van ervaringen tijdens de uitzending. Ook is niet gebleken dat de leidinggevenden de militair tijdens de uitzending hebben gewezen op hulpverlening of zelf hulpverlening hebben ingeschakeld toen de militair ernstig afwijkend gedrag ging vertonen. Verder heeft de minister niet aannemelijk gemaakt dat voldoende nazorg is verleend. Uit het Rapport Nazorg ex-UNIFILmilitairen van 1987 bleek al dat veel ex-Libanongangers voorlichtingsbrieven over nazorg niet hadden ontvangen en dat veel Libanonveteranen psychische klachten hadden ontwikkeld, maar daarvoor niet in alle gevallen hulp zochten of ontvingen. Niet is gebleken dat daarna alsnog nazorg is aangeboden. In 1998 heeft de minister in een brief aan de Tweede Kamer het belang van een actief nazorgbeleid erkend. Toch heeft de minister ook daarna de militair niet aantoonbaar nazorg aangeboden. Pas in 2007 zijn alle Libanonveteranen alsnog benaderd over beschikbare nazorg. De Centrale Raad van Beroep is tot de conclusie gekomen dat de minister zijn zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de gestelde schade.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaak een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak dan ook geen hoger beroep instellen.

Utrecht, 14 december 2015


Centrale Raad van Beroep, uitspraakdatum 14 december 2015
Zaaknummer 14/2027 MAW, ECLI:NL:CRVB:2015:4336

De genoemde uitspraak van de rechtbank is:
Rechtbank Den Haag van 5 maart 2014, zaaknummer 13/5478, ECLI:NL:RBDHA:2014:4897

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Minister informeert de Kamer over verankering PTSS en 24/7 Loket Politie

29 628 

Politie

Nr. 545

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2015

Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer toegezegd u voor de zomer 2015 te informeren over de wijze waarop de zorg voor politieambtenaren met beroepsziekten zoals PTSS wettelijk verankerd kan worden. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging. Tevens wordt daarin ingegaan op twee andere toezeggingen, te weten het functioneren van het 24/7 Loket Politie en de behoefte aan geestelijke verzorging bij de politie.

Wettelijke verankering zorg voor politieambtenaren met beroepsziekten.

Het werk van politieagenten heeft een bijzonder karakter. Politieagenten gaan immers met regelmaat naar gevaarlijke of anderszins ingrijpende situaties om in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Daar waar anderen terugtreden zet de politie een stap naar voren.

Politieambtenaren verdienen dan ook erkenning en waardering voor hun inzet ten dienste van de Nederlandse samenleving. Hier ligt een taak voor de overheid om de erkenning van de inzet van de politiemedewerkers en de waardering die hen daarvoor toekomt meer dan tot nu toe gedaan is te bevorderen.

Als gevolg van het uitvoeren van hun taken en de risico’s die dat met zich brengt kunnen er gevolgen voor de gezondheid van politieambtenaren optreden. Ik ben van oordeel dat, waar dergelijke gevolgen aan de orde (kunnen) zijn, politiemedewerkers recht hebben op een vorm van bijzondere zorg. Deze bijzondere zorg komt in aanvulling op de gebruikelijke zorg voor politiemedewerkers als gevolg van goed werkgeverschap en in aanvulling op de bestaande wet- en regelgeving. De bijzondere zorg omvat het bieden van goede, passende (na)zorg voor politieambtenaren, die dat als gevolg van het bijzondere karakter van het politiewerk nodig hebben en op het ondersteunen van hun relaties. Ook is deze zorg gericht op het voorkomen van gezondheidsproblemen bij politiemedewerkers als gevolg van het politiewerk.

Ik ben voornemens deze bijzondere zorgplicht op basis van artikel 47 van de Politiewet 2012 vast te leggen in een nieuw hoofdstuk in het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Hiermee wordt de bijzondere zorg voor politieambtenaren geëxpliciteerd en afgebakend. De uitvoering wordt beter toetsbaar en controleerbaar.

De bijzondere zorgplicht laat uiteraard onverlet – en ligt in het verlengde van – de materiële zorg op grond van wettelijke voorschriften in verband met werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en overlijden en de psychosociale zorg en begeleiding.

Bij de inrichting van de bijzondere zorgplicht voor politieambtenaren dringt een vergelijking met de Veteranenwet zich op. Daarbij dienen naast de overeenkomsten ook de verschillen goed voor ogen te worden gehouden. Zo staat bij de Veteranenwet de inzet onder oorlogsomstandigheden of deelname aan een missie centraal. Hierbij kan een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de periode voor, tijdens en na inzet. Kenmerkend voor deze – militaire – inzet is dat reguliere Nederlandse regelgeving veelal toepassing mist. De politietaak daarentegen wordt uitgeoefend binnen het in Nederland geldend wettelijk kader. Anders dan bij militaire inzet is de uitoefening van de politietaak continue aan de orde. De periodes voor, tijdens en na inzet vloeien iedere dag weer in elkaar over, inzet van de politieambtenaar vindt elke dag plaats. Een groot deel van de veteranen is bovendien buiten de Defensieorganisatie werkzaam terwijl bovengenoemde zorgplicht voor het merendeel van toepassing zal zijn op politieambtenaren in actieve dienst.

In het Besluit algemene rechtspositie politie zullen ter invulling van de zorgplicht de volgende elementen worden geregeld:

  1. De verplichting voor de korpschef om een beleid te voeren dat gericht is op bevordering van erkenning van de verdiensten van politieambtenaren, van erkenning van de mogelijke gevolgen van de uitoefening van de politietaak voor hun gezondheid als onderdeel van goed werkgeverschap, en van de waardering die politieambtenaren op grond van hun verdiensten toekomt. Hierbij kan worden gedacht aan herdenkingen en bevordering van de beroepstrots, zoals de Tuin der Bezinning, en het medaillebeleid.
  2. Een verplichting voor de korpschef met betrekking tot de zorg voor politieambtenaren, die inhoudt dat politieambtenaren zowel mentaal als fysiek goed worden voorbereid op de uitoefening van de aan hen opgedragen politietaak en dat politieambtenaren goed worden begeleid tijdens de uitoefening van deze taken
  3. Een verplichting voor de korpschef met betrekking tot de bijzondere zorg voor (gewezen) politieambtenaren met beroepsgerelateerde aandoeningen. Deze bijzondere zorgplicht houdt in dat (gewezen) politieambtenaren met beroepsgerelateerde aandoeningen en hun relaties worden bijgestaan bij hun revalidatie en re-integratie en bij het verkrijgen van materiële zorg en psychosociale ondersteuning Een concreet onderdeel van deze zorgplicht is het in stand houden van voorzieningen voor 24-uurs bereikbaarheid bij acute hulpvragen en voor vroegtijdige signalering of hulpvragen vanuit familieleden of directe omgeving van de politiemedewerker.
  4. De verplichting voor de korpschef om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen naar aandoeningen die gerelateerd kunnen zijn aan de uitoefening van de politietaak. Deze opdracht vloeit voort uit hierboven gedefinieerde bijzondere zorgplicht voor politieambtenaren. Met de resultaten van dit onderzoek wordt beoogd om op basis van nieuwe inzichten beroepsgerelateerde aandoeningen van politieambtenaren beter te kunnen behandelen of voorkomen en zodoende beter invulling te kunnen geven aan de zorgplicht.

De bijzondere zorgplicht zal mede van toepassing zijn op de (gewezen) politieambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend in het kader van deelname aan een door mij aangewezen missie. Aangezien politie- en defensiepersoneel steeds meer gezamenlijk worden uitgezonden zal daar waar wenselijk en mogelijk worden samengewerkt met Defensie op gebied van bijzondere zorg, met aandacht voor de verschillen in beide organisaties.

De bijzondere zorgplicht zal verder vergelijkbaar worden geregeld voor de vrijwillige politieambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.

Met de voorgenomen vastlegging van de bijzondere zorgplicht in regelgeving wil ik waarborgen dat politieambtenaren met beroepsgerelateerde aandoeningen, fysiek dan wel psychisch, de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

In de praktijk is te zien dat de politie er hard aan werkt om dit binnen de context van de nationale politie al zoveel mogelijk vorm te geven. In de visie op Veilig en Gezond Werken erkent de politie de zorgplicht die voortvloeit uit de risico’s van het politievak. Deze visie is richtinggevend voor de inrichting op het gebied van veilig en gezond werken, die op dit moment wordt omgevormd tot een landelijke inrichting. Ook de politievakorganisaties hebben ingestemd met deze visie. Gebaseerd op deze visie richt de politie een stelsel van zorgvoorzieningen in, waarmee de begeleiding, ondersteuning en zorg voor politiemedewerkers die ziek zijn geworden wordt vormgegeven. Ook is in de nieuwe inrichting van Veilig en Gezond Werken ruimte gemaakt voor voorzieningen voor collega’s die extra zorg nodig hebben als gevolg van het politiewerk, zoals de erkenningsprocedure voor politiemedewerkers met beroepsziekten en gespecialiseerde opvang, (medische)zorg en ondersteuning van deze collega’s. Het 24/7 loket is eveneens een voorbeeld van de extra zorg die geboden wordt.

Daarnaast heb ik uw Kamer vorig jaar geïnformeerd over de Coulanceregeling PTSS (kamerstuk 29 628, nr. 468) waarmee invulling wordt gegeven aan een (im)materiële schadevergoeding voor (gewezen) politiemedewerkers. Op dit moment is een Regeling Vergoeding beroepsziekten politie in voorbereiding waarmee hieraan structureel invulling wordt gegeven. Tot slot heb ik in mijn CAO inzet ook benoemd dat ik wil komen tot een aanspraak op schadevergoeding in het geval van een beroepsincident. Hiermee wordt betrokkene een gang naar de rechter bespaard.

Met formele vastlegging wil ik voor nu en de toekomst borgen dat politieambtenaren de zorg krijgen die zij verdienen. De tot stand te brengen regelgeving legt daarmee als het ware een fundament onder de huidige ontwikkelingen en zorgt ervoor dat deze ook in de toekomst gewaarborgd zijn.

Door deze in de regelgeving vast te leggen kan de politieambtenaar zich hierop ook beroepen tegenover de werkgever indien dit nodig mocht zijn.

Het 24/7 loket Politie.

Het 24/7 Loket Politie is een externe en laagdrempelige voorziening voor (oud) politiemedewerkers, leidinggevenden en het thuisfront. Bij het loket kan men 24 uur per dag en 7 dagen in de week terecht met diverse hulpvragen. Doorverwijzing naar deskundige hulp (bijvoorbeeld een gespecialiseerde GGZ-instelling) binnen of buiten het korps behoort tot de mogelijkheden. Het uitgangspunt daarbij is altijd de eigen wens van de politiemedewerker.

Bij het loket zijn gespecialiseerd maatschappelijk werkers werkzaam, die beschikken over kennis van de politiecontext. Enkele leden van de Tweede Kamer gaven aan signalen te hebben ontvangen over het functioneren en de positionering van het 24/7 Loket Politie. Zo zouden er bijvoorbeeld politiemensen zijn die zich niet tot het loket willen wenden of zou het loket niet goed bereikbaar zijn. Deze signalen neem ik zeer serieus en heb ik laten uitzoeken.

Het 24/7 Loket Politie voorziet in aanvullende professionele en eenduidige zorgopvang, iets dat in de voormalige politiekorpsen lang niet altijd aanwezig was. Ik ben er van overtuigd dat het 24/7 Loket Politie aantoonbaar meerwaarde heeft. Dat neemt niet weg dat de doeltreffendheid en dienstverlening van het 24/7 Loket Politie voortdurende aandacht heeft. De korpschef ziet in nauwe samenwerking met het 24/7 Loket Politie ruimte voor verdere verbetering.

Terugkijkend naar het 24/7 Loket Politie vanaf het moment van oprichting in 2012, staat vast dat er geen enkele klacht met betrekking tot het loket is ingediend op basis van de privacy- en klachtenprocedure die wordt gehanteerd.

Daarnaast is het 24/7 Loket sinds de opening in 2012 altijd bereikbaar geweest, buiten enkele technische storingen bij KPN. Het 24/7 Loket Politie is tweemaal geëvalueerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. De uitkomsten van deze evaluaties zijn op hoofdlijnen positief en bevestigen de oorspronkelijke doelstellingen. De laagdrempeligheid, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid worden als sterke punten genoemd. Wel doet het onderzoeksbureau een aantal aanbevelingen om de dienstverlening te verbeteren:

  • Het verschaffen van meer duidelijkheid over de vragen waarmee cliënten bij het 24/7 Loket terecht kunnen en over de concrete producten die het 24/7 Loket biedt;

  • De anonimiteit van de cliënten moet weliswaar geborgd blijven, maar meer geaggregeerde, geanonimiseerde informatie op niveau van de eenheid kan heel waardevol kan zijn voor onder meer de verbetering van de interne zorglijn;

  • Het 24/7 Loket moet beter in staat zijn om psychische problematiek te signaleren en tijdig door te verwijzen.

De politie neemt de aanbevelingen uit de evaluaties over en zal deze in het 24/7 Loket implementeren.

Geestelijke verzorging.

Zoals hierboven is geschetst brengt politiewerk de confrontatie met ingrijpende situaties met zich mee, soms op leven en dood.

Dit vraagt binnen het politievakmanschap extra aandacht voor het maken van morele afwegingen en raakt aan vraagstukken over identiteit en levensbeschouwing. In de CAO Politie 2005–2007 zijn reeds afspraken gemaakt over de geestelijke verzorging binnen de politiekorpsen. Door korpsen is hier op verschillende wijze invulling aan gegeven.

De totstandkoming van de nationale politie biedt de mogelijkheid om een gezamenlijke visie op zingevingsvragen in relatie tot goed politievakmanschap en veilig en gezond werken te ontwikkelen.

Het onderzoeksrapport «Zin in politiewerk» (2014) geeft hiervoor een aantal aanknopingspunten.1 Het rapport onderschrijft dat zingeving onlosmakelijk verbonden is met het politiewerk, vanwege de waardengedrevenheid van de politieorganisatie, de morele dimensie van het dagelijkse politiewerk en de impact die het werk kan hebben op de politiemedewerkers.

Op dit moment wordt uitgewerkt hoe de aandacht voor zingevingsvraagstukken het beste kan worden vormgegeven binnen het politiekorps, als onderdeel van het politievakmanschap en van de zorg voor en begeleiding van het politiepersoneel en op welke wijze daar vanuit het vak geestelijke verzorging ondersteuning en versterking aan gegeven kan worden. Bij de uitwerking wordt zowel intern aanwezige als externe expertise op het gebied van zingeving en geestelijke verzorging betrokken, waaronder expertise vanuit de Diensten Geestelijke Verzorging van Defensie en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

In het najaar 2015 ontvang ik een advies van de korpschef over passende vormen van bewustwording, begeleiding en ondersteuning van politiemedewerkers bij vraagstukken over zingeving en geestelijke verzorging binnen de politieorganisatie. Uiteraard zal ik dit advies bespreken met de politievakorganisaties, mede in relatie tot de al eerder gemaakte afspraak uit CAO Politie 2005–2007. Ik zal uw Kamer informeren over de uitkomsten van dit overleg.

Tot slot.

Ik ga er van uit dat ik met deze brief aan de toezeggingen u te informeren tegemoet ben gekomen en hoop en verwacht dat u met de door mij voorgestelde uitwerking en borging van de bijzonder zorgplicht voor politieambtenaren kunt instemmen.

De Minister van Veiligheid en Justitie,G.A. van der Steur


Coulanceregeling PTSS definitief

09-09-2014 | In het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) van donderdag 4 september 2014 is overeenstemming bereikt over de Coulanceregeling PTSS. De verjaringstermijn van vijf jaar wordt tijdelijk verruimd en (oud-)medewerkers met PTSS maken aanspraak op een forfaitaire compensatie voor medische kosten en de geleden immateriële schade.

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, de korpsleiding en de politievakorganisaties bereikten in het CGOP van 4 september overeenstemming over de Coulanceregeling PTSS. Dat beleid bepaalt de wijze waarop wordt omgegaan met de vergoeding van rechtspositionele aanspraken van (voormalige) politiemensen die door hun werk posttraumatische stresstoornis (PTSS) opliepen.

PTSS opgelopen tussen 1984 en 1997

Voor (oud-)medewerkers die tussen 1984 en 1997 PTSS kregen geldt:
– dat er geen beroep op verjaring is.
– een tegemoetkoming voor medische kosten van 2250 euro netto.
– een forfaitaire compensatie voor immateriële schade à 20.000 euro netto, met finale kwijting door de politieambtenaar voor wat betreft de medische kosten en de immateriële schade, indien er PTSS is gediagnosticeerd en arbeidgerelateerdheid is vastgesteld.

Met forfaitaire compensatie wordt een vast bedrag bedoeld. Om voor deze compensatie in aanmerking te komen, moet de (oud-)medewerker met PTSS uit de periode 1984-97 aan voorwaarden voldoen en aantonen dat PTSS tot blijvende invaliditeit heeft geleid. Herkeuring of een aanvullende keuring zijn in dat geval niet nodig, omdat het om een vast, forfaitair bedrag gaat.

PTSS opgelopen na 1997

Voor wie na 1997 PTSS heeft opgelopen geldt:
– eveneens geen beroep op verjaring.
– een tegemoetkoming in de medische kosten van 2250 euro netto met finale kwijting voor wat betreft deze kosten. Wie na 2007 PTTS heeft opgelopen, kan de daadwerkelijke medische kosten declareren. Zijn er geen bewijsstukken meer voor handen, dan geldt eveneens het bedrag van 2250 euro. Vanaf 2015 zal de vergoeding van de medische kosten conform artikel 54 van het BARP gelden.
– een compensatie van immateriële schade door een vergoeding analoog aan artikel 54a BARP, regeling dienstongevallen. Hiervoor komt op termijn een definitieve regeling. Het percentage van de invaliditeit of arbeidsongeschiktheid bepaalt de hoogte van de compensatie die maximaal 150.000 euro bedraagt. Bij blijvende invaliditeit, die leidt tot arbeidsongeschiktheid, geldt het hoogste percentage. Beoordeling vindt plaats op basis van de medische eindsituatie.

Verruiming

Het korps neemt bij gebeurtenissen vanaf 1 januari 1984 de aanvraag voor vergoeding in behandeling. Iemands aanspraak wordt dus tot en met 31 december 2014 niet meer afgewezen met een beroep op de vijfjarige verjaringstermijn. Daarmee verruimt de minister de gangbare verjaringstermijn in sterke mate.

Beroep doen?

Wil je een beroep doen op deze coulanceregeling? Meld je dan uiterlijk 31 december 2014 aan bij het Meldpunt PTSS Politie (meldpuntptsspolitie@rijnmond.politie.nl), indien mogelijk met een compleet PTSS-dossier met daarin een machtiging, de incidentenbeschrijving en de PTSS-diagnose of een Besluit Erkenning Beroepsziekte. Als er al een Besluit Erkenning Beroepsziekte is, hoeft dus alleen dit besluit meegestuurd te worden. Voor alle zaken vanaf 1 januari 2015 gelden de normale regels voor de verjaring na vijf jaar.

Bron: Politie

Circulaire PTSS Politie

PTSS Politie: Tijdelijke werkafspraken tot 1 juli 2013

Sinds januari 2013 is de circulaire PTSS Politie van kracht. Deze circulaire beschrijft hoe voor medewerkers van de politie met de diagnose PTSS tot de beslissing wordt gekomen om de ziekte PTSS ook aan te merken als beroepsziekte. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een beroepsziekte wordt op basis van de circulaire nog uitsluitend gekeken of er een oorzakelijk verband is tussen het werk en/of de werkomstandigheden en de ziekte PTSS. Deze circulaire is op u van toepassing indien:

  • u op of na 1 januari 2007 een verzoek heeft ingediend en uw verzoek is afgewezen;
  • u vóór 1 januari 2007 een verzoek heeft ingediend en u na 1 januari 2007 een afwijzend besluit heeft ontvangen;
  • u na 1 januari 2007 PTSS heeft ontwikkeld en van mening bent dat u in aanmerking komt voor de erkenning van uw PTSS als beroepsziekte.

Deze regeling geldt ook voor medewerkers die niet meer in dienst zijn van de politie. In afwachting van het operationeel worden van de adviescommissie zullen tijdelijke werkafspraken gelden. Deze worden hieronder nader toegelicht. Tijdelijke werkafspraken: U kunt uw verzoek (opnieuw) indienen bij het Meldpunt PTSS, als u voldoet aan een van de hierboven genoemde criteria. Voor het nemen van het besluit wordt u verzocht, voor zover u dat nog niet heeft gedaan, om het volgende aan te leveren:

  • een medische verklaring, waaruit de diagnose PTSS blijkt;
  • een omschrijving van de gebeurtenis(sen) en de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de ziekte PTSS in (overwegende mate) door het werk en/of de werkomstandigheden is ontstaan.

In die gevallen waarbij uit de onderliggende documenten overduidelijk blijkt dat de PTSS oorzakelijk verband houdt met het werk en/of de werkomstandigheden, zal de ziekte PTSS worden erkend als beroepsziekte. U ontvangt hierover een besluit. In die gevallen waarin het verband tussen de ziekte PTSS en het werk en/of werkomstandigheden minder duidelijk blijkt, wordt gewacht met het nemen van een besluit totdat de commissie is ingesteld. Dit uitstel gebeurt uitsluitend als u daarmee instemt.

U kunt uw verzoek indienen bij het Meldpunt PTSS (vergeet daarbij niet te vermelden: uw telefoonnummer en het korps waar u werkzaam bent geweest). U kunt dit schriftelijk doen ter attentie van: mevrouw A.M.M. Rademaker/ mevrouw P.H.M.E. van de Ven, Eenheid Rotterdam, Doelwater 5, 3011 AH Rotterdam of via e-mail: (vooralsnog) MeldpuntPTSSPolitie@rijnmond.politie.nl. Ook voor vragen over het bovenstaande kunt u zich schriftelijk of via e-mail wenden tot het Meldpunt PTSS.

Politie: Richtlijn aanmerken PTSS als beroepsziekte

Politie, 21 maart 2013 | Politiemedewerkers die de diagnose posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben, maar bij wie de ziekte niet is erkend als beroepsziekte, kunnen zich melden voor een nieuwe beoordeling.

Dit is onderdeel van de invoering van de circulaire PTSS Politie. Deze circulaire van de minister van Veiligheid en Justitie regelt hoe de politie omgaat met PTSS. En hoe ondersteuning wordt gegeven aan politiemensen die hiermee te maken hebben.

Opnieuw beoordeeld

Tot de komst van nationale politie gingen de 26 regiokorpsen verschillend om met de beoordeling van de verzoeken om de ziekte PTSS. Met de circulaire PTSS wordt deze rechtsongelijkheid rechtgezet. De belangrijkste wijziging is dat verzoeken om PTSS te erkennen als beroepsziekte op een nieuwe wijze worden beoordeeld. In de nieuwe werkwijze wordt nog uitsluitend gekeken of de ziekte PTSS overwegend is veroorzaakt door het werk en/of de werkomstandigheden.

Tijdelijke werkafspraken

De nieuwe regels zijn van toepassing op medewerkers van de politie die op of na 1 januari 2007 een afwijzing hebben gekregen op hun verzoek voor erkenning van de ziekte PTSS als beroepsziekte. Deze afwijzing zal worden voorgelegd aan een onafhankelijke commissie van deskundigen. De commissie kijkt aan de hand van eenduidige criteria of er een verband is tussen de ziekte PTSS en het werk of de werkomstandigheden. De commissie is vanaf 1 juli 2013 actief. Tot die tijd gelden tijdelijke werkafspraken.

Ook voor ex-medewerkers

De circulaire is ook van toepassing op medewerkers van wie het verzoek nog in behandeling is of die op korte termijn een verzoek gaan indienen. Ook politiemensen die voor 1 januari 2007 een verzoek hebben ingediend en na die datum de afwijzing hebben ontvangen, komen in aanmerking. Het gaat ook om politiepersoneel van wie een deel niet meer bij de politie werkt. Voor zover de politiesystemen niet helemaal toereikend zijn, maakt de politie hierbij ook gebruik van belangengroepen als Reflectie in Blauw , politiebonden en Hulp aan Hulpverleners, zodat zoveel mogelijk oud-medewerkers bereikt kunnen worden.

1 2 3 4