Militair arts heeft vier petten op

Er is iets vreemds aan militair artsen. En Defensie benadrukt dat ook. Militaire artsen hebben namelijk meerdere petten op, zo staat onomwonden in een vacature voor militair arts die momenteel open staat: ‘Als arts bij de Koninklijke Landmacht lever je integrale zorg. Dat betekent dat je tegelijkertijd de pet op hebt van huisarts, bedrijfsarts, verzekeringsarts en GGD-arts. Iedere patiënt bekijk je dan ook vanuit elk van deze invalshoeken.’

Militair artsen zijn om meer redenen onvergelijkbaar met een huisarts. In de burgermaatschappij kun je kiezen: als je ontevreden bent over een huisarts, dan stap je over. Maar zo werkt dat niet voor militairen. Die moeten naar de aangewezen militaire arts, verplicht volgens artikel 12h van de Militaire Ambtenarenwet. En ze zijn verplicht zijn behandelplan op te volgen.

Ook de medische geheimhoudingsplicht is ‘een tikje’ anders geregeld. Die bestaat feitelijk niet. De militair arts mag op eigen initiatief en ongeacht de toestemming van een patiënt/militair de commandant informeren over diens inzetbaarheid. „Luchtmacht-militair F. was dus volledig aangewezen en afhankelijk van de militaire arts en de zorg die werd voorgeschreven”, aldus jurist Ferre van de Nadort. „Het stond hem niet vrij elders zorg in te roepen.”

Lees meer over de Algemeen Militair Arts (AMA)

Drentse jurist laakt gezondheidszorg voor militairen: ‘Onderzoeken keuringsartsen allerbelabberdst’

Militair artsen spelen veel te vaak een dubieuze rol bij ontslagzaken in de krijgsmacht, stelt de Drentse jurist Ferre van de Nadort.

Bron: Dagblad van het Noorden; door Bart Olmer

Op zijn bureau ligt een formeel klaagschrift, gericht aan het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, tegen een keuringsarts – een ex-luitenant-vlieger – die alle PTSS-klachten van een Afghanistanveteraan van tafel heeft geveegd. Die PTSS-klachten zouden niets te maken hebben met zijn uitzending naar Afghanistan, aldus zijn oordeel. En dat heeft zeer grote consequenties, want daardoor komt er geen invaliditeitsuitkering voor de zieke ex-militair. Zo lopen er vele klaagschriften van hem.

Volgens de jurist zijn de onderzoeken van de keuringsarts zó allerbelabberdst dat alleen nog klachten bij het tuchtcollege passend zijn. „Een arts rapporteerde bijvoorbeeld dat een cliënt slechts een enkele keer onder mortiervuur had gelegen in Afghanistan, terwijl dat in werkelijkheid maar liefst 52 keer was. Twee-en-vijf-tig keer. Besef je wel wat zoiets doet met een mens?”

Van dit soort tuchtklachten gaan er veel meer komen, bezweert de jurist, die online een meldpunt heeft opricht over de militaire gezondheidszorg, vergelijkbaar met het ‘Meldpunt Burnpits’ dat hij vorig jaar oprichtte. Dat meldpunt bracht de Defensieminister zelfs even aan het wankelen, toen honderden (ex-)militairen zich meldden met gezondheidsklachten die zij toeschrijven aan fijnstof en de schadelijke rook van de brandende afvalhopen in missiegebieden.

Inzetbaarheid

Beroepsmilitairen hebben weinig te kiezen als het om gezondheidszorg gaat: die zijn aangewezen op militair artsen én hun voorgeschreven behandeling. Tenzij het een ingreep betreft, die mag eventueel geweigerd worden. Maar ‘shoppen’, in de gezondheidszorg, nee, onmogelijk.

„Je bent dus afhankelijk van de militair arts”, zegt de jurist, die door alle dossiers cynisch is geworden over militair artsen: „Die vinden het belangrijk of je inzetbaar bent voor Defensie. De individuele gezondheid staat niet altijd centraal. De missie moet slagen. De gezondheidszorg is gecentreerd rond de vraag of iemand inzetbaar is.”

De individuele gezondheid staat niet altijd centraal

„Besef je dat goed voordat je in dienst gaat, want je bent de controle over je lijf kwijt. Je verkoopt je lichaam aan Defensie. Dat is prima, zolang je redelijk wordt gecompenseerd bij invaliditeit, als je kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg krijgt en Defensie ook eerlijk is over de risico’s die je loopt. Maar in werkelijkheid ben je overgeleverd aan militaire artsen, die een monopoliepositie hebben als het gaat om het vaststellen van aansprakelijkheid van Defensie. Als je wat overkomt, kun je doodvallen. Het is een belabberd medisch stelsel. Militairen die ik ken zijn bang voor de militaire arts, die bepaalt alles zodra je ziek bent.”

Hij kent zoveel militairen die gebukt gaan onder PTSS maar géén adequate behandeling krijgen. Hij grossiert in zulke dossiers. Zoals militairen, weggepest na medische klachten, die zo in de war raakten maar geen behandeling kregen, dat ze agressief werden. „Dat had voorkomen kunnen worden als er medisch adequaat was gehandeld, maar doordat zij jarenlang niet de juiste zorg kregen, gleden zij af.”

Negen jaar wachten

Neem de officier, die negen keer op uitzending ging, maar nu opgesloten zit voor een intensieve behandeling voor zijn PTSS en zijn agressiviteit. Of de reservisten die na uitzendingen Afghanistan en Mali psychische klachten kregen. „Niet vreemd, toch, als je na een explosie een kindervoetje in een schoen moet opruimen? Een van mijn veteranen is doorgedraaid, en is gaan zwaaien met een mes, toen zijn behandeling ineens werd gecanceld. Daar had hij drie jaar op gewacht. Toen is-ie doorgeslagen en afgevoerd door de Marechaussee.”

 Fragment uit de huiveringwekkende IS-video waarin een gevangengenomen F16-piloot in brand wordt gestoken.

Lang niet iedereen die traumabehandeling nodig heeft, krijgt die ook, zegt Van de Nadort: „Gisteren bezocht ik Dutchbatters die na bijna 25 jaar behandeling ineens een streep kregen door hun behandelsessies. Ze hadden volgens de keuringsarts ineens geen PTSS meer, toen ze Defensie om een uitkering vroegen. Een andere ex-militair moest negen jaar wachten op behandeling.”

„Bij Afghanistanveteranen zie je vaak hetzelfde beeld: PTSS mét fysieke klachten. Maar ja, het lijkt niet erg sexy als je als militair arts problemen creëert voor Defensie. Die artsen zijn officieren en draaien mee in hetzelfde circuitje als de commandant, ze drinken bier met hem, feesten met hem, delen dezelfde officiersmess.”

„Waarom hebben de militair artsen in Afghanistan geen stroom alarmerende rapporten geschreven over de gezondheidsklachten over burnpits? Het is daar een gekkenhuis geweest op Kandahar met militairen die artsen bezochten met longklachten en bloedneuzen!”

Het lijkt niet erg sexy als je als militair arts problemen creëert voor Defensie

„Geen van de artsen trok aan de bel over de arbeidsomstandigheden. Besef goed dat die artsen niet alleen ‘huisarts’ zijn, maar ook bedrijfsarts, verzekeringsarts en GGD-arts. Een arts heeft constant contact met de commandant over de inzetbaarheid van de manschappen. Daarom moet dat stelsel eens flink onder de loep worden genomen.”

Structurele keuze

„Nee, de positie van militair artsen is geen weeffoutje. Het is een structurele keuze: bij Defensie staat je gezondheid niet alleen centraal. Het gaat ook om inzetbaarheid. Daarom kan er ook nooit een vertrouwensrelatie zijn met een militair arts. Je kunt niet open en eerlijk zijn tegen een militair arts, want het heeft onmiddellijk consequenties voor je functie. Ik ken militairen die daarom militaire artsen vrezen.”

„Je wilt toch eerlijk zijn tegenover je arts, zonder te hoeven vrezen voor ontslag of zelfs strafontslag, of dienstongeschikt te worden verklaard. Dan is het einde oefening, dan kun je je koffers pakken en naar huis. Daarom werkt dit systeem niet. Heel veel militairen lopen met PTSS rond, maar willen zich niet laten behandelen, uit vrees dat ze dan hun baan verliezen. Ik hoor zo vaak: ‘Ik laat me niet behandelen, anders word ik afgekeurd en verlies ik mijn baan’. Met als consequentie dat er mensen met wapens rondlopen, op zware voertuigen rijden, die PTSS hebben.”

De Drentse jurist laat het niet bij signaleren alleen. Dit wordt zijn nieuwe onderzoek: de rol van de militair arts. „Dus starten we klachtprocedures bij tuchtcolleges, zaken bij rechtbanken, we willen het systeem veranderen. Het is écht een onderbelicht aspect dat je als militair voor je fysieke en psychische gezondheid afhankelijk bent van het militaire systeem. Dat moet veranderen.”

Hulde aan de Genist!

Echte helden hoor je niet vaak. Zij doen hun werk in alle bescheidenheid en buiten de schijnwerpers. Meestal met gevaar voor eigen leven met een grote verantwoordelijk voor dat van anderen. Zij ontvangen daarvoor geen erkenning. Aan de echte helden die zelf geen aandacht vragen, besteedt dit artikel aandacht.

Foto van beeldbank Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (Arief Rorimpandey).

Tot de echte helden behoren zonder twijfel de genisten. Van oorsprong de bouwvakkers van Defensie. Maar in Afghanistan zijn zij verantwoordelijk voor de veiligheid van patrouilles. Het werk van onze helden is zeer gevaarlijk. Zij lopen voor patrouilles uit, waar zij met metaaldetectoren zoeken naar verstopte mijnen en bermbommen. Daar zijn zij niet beschermd tegen vijandelijk vuur. Zij zorgen er voor dat de weg vrij en begaanbaar is, zodat de patrouille veilig de route kan vervolgen.

Juist op plaatsen waar zij de op afstand bediende bermbommen vinden, lopen zij dat gevaar. Zij zijn dan in het zicht van de vijand, die de op afstand bediende (berm)bommen constant in de gaten houdt. Onder hoge werkdruk, want er was een chronische onderbezetting onder genisten. Terug gekomen op het kamp, stond de volgende patrouille vaak al weer klaar om begeleid te worden.

Genisten zijn de vergeten helden van Afghanistan. Veel militairen danken hun leven aan genisten. Aan hun werk wordt geen aandacht besteed. Kennelijk leent het beroep van (helikopter)piloot of commando zich beter voor promotie. Maar genisten vragen niet om aandacht en verdienen beter. Hulde aan de genist!

 

Met dank aan Rinze Klein (oorlogsfotograaf).

Defensiemeldpunt heeft de schijn tegen

Minister Bijleveld (Defensie) beloofde tijdens het vragenuur vorige week dat zij een meldpunt zal inrichten voor ex-werknemers die ziek zijn geworden door het werken bij Defensie. Gisteren werd een Defensiemeldpunt geopend. Door de slachtoffers die zich via burnpit.nl hebben verenigd, worden grote vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van dat meldpunt. Ook lijkt Defensie weinig te hebben geleerd uit het verleden.

Defensie heeft er voor gekozen om een meldpunt in te richten bij de Stichting CAOP, volgens haar een onafhankelijke  organisatie. In het bestuur van deze stichting zit een voormalig Hoofd Directeur Personeel van Defensie en tevens oud-contingentscommandant in Afghanistan in 2010. Hij moet toentertijd wel op de hoogte zijn geweest van burnpits in Afghanistan. Naast hem maakt ook de Directeur Werkgeverszaken Defensie deel uit van het bestuur. Daarmee wordt de schijn van partijdigheid gewekt.

 

Niet geleerd van het verleden

De betrokkenheid van oud-commandanten bij het Defensiemeldpunt, vertoont veel gelijkenis met de chroom-6 zaak. Toen koos Defensie er voor om een oud-commandant, oud-generaal Freek Groen, aan te stellen als onderzoeksleider van het onderzoek naar de kankerverwekkende chroomverf. Toen bekend werd dat Groen van 1984 tot en met 1992 een hoge leidinggevende was op de vliegbasis Twenthe, moest hij zich terug trekken.

 

Slachtoffers burnpits hebben zich verenigd in een eigen meldpunt

Het is met name deze onbetrouwbaarheid die door het onafhankelijke Meldpunt burnpits (burnpit.nl). Het collectief dat zich daar heeft verenigd, heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon, omdat zij massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier was het mogelijk ontkenningen door de Minister van Defensie te trotseren en burnpits bovenaan de politieke agenda te krijgen.

Met de vele meldingen het Meldpunt burnpits van het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits door Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek.

 

Aanmelden bij het onafhankelijk Meldpunt burnpits

Sinds 22 november 2018 vraagt het Meldpunt burnpits om informatie en erkenning voor slachtoffers van burnpits. Het Meldpunt burnpits deelt informatie, bundelt kennis en verleent juridische bijstand verleend. Het is een collectief waarbinnen zich slachtoffers hebben verenigd en militairen informatie over burnpits delen. Zo staan zij sterk en zo geeft het Meldpunt burnpits Defensie richting. Daarmee heeft burnpit.nl de problematiek rondom burnpits op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Daaruit blijkt al dat een collectief sterk is door kennis, onderzoek en juridische bijstand!

Het collectief dat zich bij het Meldpunt burnpits heeft verenigd heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon omdat slachtoffers en collega’s massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier heeft het Meldpunt burnpits de ontkenningen door de Minister van Defensie getrotseerd en burnpits boven aan op de politieke agenda gekregen.

Maar ze zijn er nog niet. Sterker nog: het collectief is nog maar net begonnen. Met de vele meldingen wil het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren, buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek. Het Meldpunt burnpits wil geen tweede slepend  Chroom-6 dossier.

 

Vertrouwelijkheid voorop

Dagelijks komen er tientallen meldingen binnen van slachtoffers, maar ook van (actief) dienende militairen. Deze meldingen zijn van belang voor het onderzoek. Veel melders maken duidelijk dat zij geen of weinig vertrouwen in Defensie hebben en daarom niet willen dat hun identiteit bij Defensie bekend wordt. Dat wordt gerespecteerd.

Meldingen worden bij de het Meldpunt burnpits vertrouwelijk behandeld. Daarom doet het Meldpunt burnpits Defensie geen mededelingen over de identiteit van de melders.

 

Juridische bijstand

Binnen het meldpunt burnpits is het mogelijk om juridische bijstand te krijgen. Door het collectief kunnen de kosten hiervan worden beperkt. Maar het Meldpunt burnpits gaat verder, waar anderen stoppen. Het Meldpunt burnpits werkt actief aan verandering van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door het verlangen van het recht op periodiek geneeskundig onderzoek en monitoring bij een zorginstelling naar keuze voor rekening van Defensie. Dat zou volgens ons voor alle veteranen moeten gelden. Wij onderscheiden ons met de lobby om regelgeving aan te passen van andere (rechts)hulpverleners. Als lid van het collectief profiteert u daarvan.

1 2 3 4 5 13