Veiligheid bij Defensie: zelfs het plan is slecht

Het lijkt een nieuwe trend bij Defensie: rapporten met titels die de lading niet dekken. Dinsdag bracht de visitatiecommissie Defensie en Veiligheid (de commissie Verbeet) een rapport uit met als titel “Het begin is er, maar het is te vroeg om tevreden te zijn”.

Een mooie manier om een vernietigend rapport een positieve draai te geven. De commissie komt in hoofdstuk 3 al direct tot de conclusie dat het huidige plan niet tot substantiële verbeteringen van veiligheid leidt. Op de suggestie om een verbeterd plan van aanpak te schrijven is Defensie niet ingegaan.

En dan komt het: hoewel de commissie op grond van veiligheidskundige inzichten vindt dat er behoefte is aan een aangepast plan, heeft zij als taakopdracht om de VOORTGANG van dit – slechte – plan van aanpak te toetsen.

Van een organisatie die flinke klappen heeft gehad en zelf aangeeft dat zij een lerende organisatie is, mag een andere houding worden verwacht als het om veiligheid gaat.

En ja: er zal ongetwijfeld een begin zijn gemaakt met de uitvoering van dit slechte plan. En dat is een slecht begin.


De Visitatiecommissie ziet het plan van aanpak als een middel waarmee Defensie veiliger werken tot stand wil brengen. Het huidige plan van aanpak leidt volgens de Visitatiecommissie echter niet tot een substantiële verbetering van veiligheid. De Visitatiecommissie komt tot dit oordeel op grond van de volgende bevindingen:
– Het plan van aanpak is vooral gericht op de veiligheidsorganisatie en minder op het organiseren van veiligheid.
– Het plan van aanpak is via de leidinggevenden in de organisatie gebracht zonder verdere aandacht voor de uitvoering en sturing.
– Het plan van aanpak zelf is niet voorzien van een meetinstrument en er zijn geen meetbare doelen gesteld.
– De financiering voor het gehele plan van aanpak vindt de Visitatiecommissie niet duidelijk.
– Het plan van aanpak is niet goed bekend bij de meeste manschappen, onderofficieren, officieren en niet-militaire medewerkers.
– In het plan van aanpak ontbreken belangrijke normen voor veiligheid.
– Het plan van aanpak heeft onvoldoende aandacht voor het unieke karakter van de verschillende defensieonderdelen.

Nu de Visitatiecommissie tot dit oordeel is gekomen, voelt zij een dilemma. In haar tussenrapportage heeft de Visitatiecommissie aangegeven dat zij uitkijkt naar een verbeterd plan van aanpak, een plan dat beter aansluit bij de uitdagingen waar de diverse defensieonderdelen voor staan. Defensie heeft deze suggestie voor zover de Visitatiecommissie kan nagaan niet overgenomen. Tegelijkertijd behoort het tot de taakopdracht van de Visitatiecommissie om voortgang van dit plan van aanpak te toetsen. Het huidige plan van aanpak is immers aanvaard beleid. De Visitatiecommissie moet dus kijken naar de voortgang van het plan van aanpak, maar vindt op grond van veiligheidskundige inzichten dat er behoefte is aan een
aangepast plan.

Dit dilemma constateert de Visitatiecommissie ook bij commandanten. Het is de Visitatiecommissie bijvoorbeeld opgevallen op dat er in sommige gevallen pas naar het plan van aanpak en de uitvoering van de maatregelen werd gekeken nadat de Visitatiecommissie hierover vragen stelde aan de bezochte defensieonderdelen.

‘Defensie doet te weinig voor veteranen met PTSS’

Veteranen die kampen met PTSS worden nu niet altijd op de juiste manier geholpen. Dat zegt jurist Ferre van de Nadort, die een aantal veteranen bijstaat, tegen EenVandaag.

Een van hen is oorlogsfotograaf Dave. Hij is voor het Ministerie van Defensie op verschillende missies geweest, waaronder in Afghanistan en Mali. In 2010 krijgt hij de diagnose PTSS, posttraumatische stressstoornis. Nu, bijna 10 jaar later, kampt hij nog steeds met de gevolgen daarvan.

 

‘Zorg valt vies tegen’

Jurist Ferre van de Nadort, die hem bijstaat, ziet dat Dave geen uniek geval is. Er zijn volgens hem veel meer militairen die adequate zorg verdienen, maar dat niet altijd krijgen.

“Er is binnen de organisatie weinig begrip voor deze groep slachtoffers. Ik krijg het idee dat Defensie vooral beleidsmatig zich erop richt dat men kan zeggen: ‘Ik heb wat gedaan’. Maar in de praktijk valt dat vies tegen.”

Jurist Ferre van de Nadort: ‘Defensie heeft te weinig aandacht voor veteranen met wie het niet goed gaat’

Geen goede behandeling

Het blijkt wel uit het verhaal van Dave. Als hij in 2010 de eerste klachten krijgt, meldt hij dit. Hij ondergaat een EMDR-sessie: een oogbewegingstherapie om trauma’s te verwerken. Daarna wordt hij zonder verdere voorbereiding weer twee keer uitgezonden. Dave werkt door, maar krijgt daarna veel kritiek op zijn werk van collega’s. Ook dat meldt hij, maar toch wordt hij ook daarna meerdere keren uitgezonden, zonder behandeling.

In 2017 meldt Dave zich bij de militair arts: hij ondergaat veel herbelevingen van wat hij heeft meegemaakt. Hij krijgt geen behandeling, maar komt thuis te zitten. De herbelevingen stapelen zich daar op. Op zoek naar hulp komt hij in Utrecht nog voor een dichte deur te staan. Uiteindelijk wordt hij opgenomen.

SP: Defensie heeft speciale verantwoordelijkheid

Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) steunt de oproep voor betere zorg voor veteranen. Zij is één van de initiatiefnemers voor het rondetafelgesprek over veteranenzorg.

“Zeker als Defensie heb je gewoon een speciale verantwoordelijkheid. In een oorlog leven of vechten, daar maken mensen, zoals ook zichtbaar wordt, de meest afschuwelijke dingen mee. Dus wanneer mensen uitgezonden worden, dan moeten ze de beste zorg krijgen voordat ze op missie gaan. Tijdens de missie en daarna.”

Evacuatie 218 personen na aanvaring platform en bevoorradingsschip

Op de Noordzee ongeveer 150 kilometer ten westen van de Noorse kust werd vrijdagochtend om 01.55 uur een olieplatform aangevaren door een bevoorradingsschip. Daarbij raakte het reddingsbootstation beschadigd. Tijdens het ongeval bevonden zich 276 personen op het platform, waarvan er 218 zijn geëvacueerd met drie reddingshelikopters. 

Het Noorse bevoorradingsschip, de PSV Sjøborg, kwam tijdens de bevoorrading van het platform, de Statfjord A, in aanvaring met het platform. Bij de aanvaring werd het reddingsboot-station beschadigd. Statford A had ten tijde van de aanvaring een geplande productiestop en produceerde niet ten tijde van de aanvaring.

Volgens de woordvoerder van Equinor, de eigenaar van het platform, leidde de schade aan de het reddingsbootstation en de onbekendheid met de omvang van de schade tot de beslissing om 218 van de 276 opvarenden te evacueren naar de naburige platforms Statfjord B, C en Gullfaks A.

De evacuatie werd uitgevoerd met drie helikopters. Twee Search en Rescue helikopters (SAR) en één helikopter van het reddingsstation. Er vielen geen gewonden.

FACTSHEET – Gezondheidszorg Defensie: de inspectierapporten

Militairen hebben een bijzondere positie. Zij wagen hun leven voor hun werkgever en politieke keuzes die worden gemaakt. Daarom verdienen zij hoogwaardige gezondheidszorg. Maar krijgen militairen ook de gezondheidszorg die zij verdienen?

Wanneer ik de recente inspectierapporten lees, dan krijgen zij dat naar mijn mening niet en vertoont de militaire gezondheidszorg ernstige tekortkomingen. Volgens Defensie en veel militair artsen kan de gezondheidszorg die zij aan militairen verstrekt, echter worden beschreven met superlatieven als ‘hoogwaardig’ en ‘de beste’. Oordeel zelf en lees wat er in de inspectierapporten staat.

FACTSHEET – Gezondheidszorg Defensie: de Algemeen Militair Arts

Volgens Defensie is de gezondheidszorg die zij haar werknemers biedt hoogwaardig. In een reeks artikelen zullen de verschillende aspecten van de militaire gezondheidszorg aan bod. In dit artikel wordt de positie van de Algemeen Militair Arts (AMA) behandeld. De AMA maakt onderdeel uit van het medisch zorgteam, waarvan ook een huisarts en bedrijfsarts deel uitmaken. Volgens Defensie fungeert hij ook als huisarts, bedrijfsarts en GGD-arts.
Van de militair arts wordt volgens Defensie verwacht dat hij werkt als huisarts, bedrijfsarts en GGD-arts en dat hij al zijn patiënten vanuit elk van deze gezichtspunten bekijkt. Anders dan in de civiele wereld volgt hij niet voor elk van deze specialismen een drie- tot vierjarige specialisatie-opleiding, maar een niet-erkende opleiding bij Defensie van twee jaar waarin aan elk van de specialismen aandacht wordt besteed.
Een militair heeft voorafgaande toestemming van zijn commandant nodig om een arts te bezoeken en een militair arts uit het medisch zorgteam informeert de commandant over de inzetbaarheid van de militair ongeacht de toestemming van de militair. Het medische beroepsgeheim heeft zodoende een andere betekenis voor de militair arts, dan het medisch beroepsgeheim buiten Defensie.
1 2 3 4