Defensie herkent zich niet in het beeld

Bij Defensie werken professionals die dagelijks bereid lijken om hun leven in de waagschaal te leggen voor onze veiligheid. Stuk voor stuk hebben zij een groot incasseringsvermogen en weten zij elke tegenslag het hoofd te bieden. Een beeld dat volledig onderschreven kan worden. Maar professionaliteit van onze militairen staat in schril contrast tot het beeld waarmee Defensie de laatste tijd in de media verschijnt. In dat beeld staat de (sociale) onveiligheid, bureaucratie en toedekken voorop. De bewindspersonen lijken zich de kritiek aan te trekken en beloven beterschap. Toegegeven: het verleden kunnen zij niet meer veranderen, maar hoe gaat Defensie dan op dit moment met dat verleden om?

Exemplarisch is de zaak van de Cougar helikopter (Dodo 44) die in 2009 een noodlanding moest maken na een beschieting in Afghanistan. In de helikopter zaten vier crewleden en tien militairen. De laatsten vervolgden hun reis na de 12 minuten durende hellevlucht met een andere Cougar naar hun eindbestemming, Kandahar. Daar aangekomen taxiede de helikopter naar een verlaten plek op het vliegveld, waar de deuren nog een uur gesloten bleven. Toen de deuren open gingen, werden de militairen naar een verlaten ruimte geleid. Terwijl de crewleden nazorg kregen en werden gelauwerd, werd de passagiers daar verteld dat zij niet mochten spreken over het voorval. Ook in de media werd hun aanwezigheid in de helikopter verzwegen. Van hun aanwezigheid werd geen dossier bewaard en zij kregen van Defensie geen erkenning en medewerking bij hun nazorg. Een aantal van de passagiers kampt tot op de dag van vandaag met zeer ernstige psychische problemen. Van één van hen werden zelfs de zorgkosten door Defensie niet betaald.

 

Mea culpa naar de passagiers

Het was ook niet voor niets dat de staatssecretaris diep in het stof moest bijten toen de media lucht kreeg van het incident. In een brief aan de passagiers schrijft Defensie:

Dit incident is voor alle betrokkenen een ingrijpende gebeurtenis geweest, zowel voor de passagiers als voor de leden van de crew. Terugkijkend moet worden erkend dat er onder de omstandigheden van toen onvoldoende oog is geweest voor de passagiers en de gevoelens die het incident bij hen heeft losgemaakt.

In de tendens waarbij het ene na het andere schandaal over de wijze waarop Defensie met haar personeel omgaat naar buiten komt, lijkt de reactie hoopvol. De brief ademt een beeld dat personeelszorg (in de toekomst) de hoogst mogelijke prioriteit heeft. Wel moeten de geldelijke vergoedingen nog enige tijd op zich laten wachten.

 

Intern herkent Defensie zich niet in het geschetste beeld

Maar in de reactie naar haar eigen medewerkers reageert Defensie dat zij zich in het geschetste beeld niet herkent. Op intranet valt te lezen:

“Vanuit DHC [red. Defensie Helikopter Commando] herkennen wij ons niet in het geschetste beeld en de gang van zaken. Mochten passagiers zich destijds, maar ook nu, niet erkent voelen en niet de juiste zorg hebben ontvangen, dan betreurt ons dit zeer. In een complexe situatie is door onze crew adequaat en professioneel gehandeld om tot een goede afloop te komen. De passagiers zijn gered, de crew is gered en de Cougar is gered. En daar zijn wij trots op!”

 

Juist ja. Waar Defensie naar de passagiers en de media schoorvoetend werkt aan een herstel van het vertrouwen en een beeld probeert uit te stralen dat zorg voor haar eigen personeel topprioriteit heeft, wordt ondertussen achter de schermen een beeld gecreëerd dat zij vrolijk op de oude voet verder gaat. Change perdue!

 

 


De rest van het artikel:

Kamervragen over helikopterongeval in Afghanistan in 2009

Op 18 april 2018 heeft kamerlid Sadet Karabulut (SP) vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Defensie, Barbara Visser. Aanleiding voor die vragen was een artikel in NRC over een helikopterongeval met een Cougar (Dodo 44) in Afghanistan, afgelopen zaterdag.

In dat artikel beschrijft NRC hoe met mijn cliënten, die als militair passagier in de helikopter zaten, na het ongeval is omgegaan. Hoewel de bemanning nazorg kreeg en in de media werd gelauwerd, moesten zij zwijgen, werd hun aanwezigheid in de helikopter verzwegen en kregen zij geen nazorg. Hen werd verteld dat er sprake was van een landing uit voorzorg door een hydraulisch lek, maar later (2015) vertelt de pilote in Pauw dat de helikopter beschoten is. Een jarenlange zoektocht naar de werkelijke toedracht van het ongeval begint voor cliënten. Defensie weigert daar tot op heden openheid van zaken te over geven.

NRC Handelsblad, zaterdag 14 en zondag 15 april 2018: Opeens hing de helikopter scheef.

Kamerlid Karabulut wil onder andere van de staatssecretaris opheldering over het spreekverbod, het zoekraken van documentatie en over het optreden van de pilote in de uitzending van Pauw in 2015. Ook stelt zij vragen over het verschil in de bejegening van de bemanning en de passagiers.

De kamervragen vindt u hier.

Aanstaande woensdag zal de zaak (ook) aan de orde komen in een debat met de Staatssecretaris van Defensie.

Opeens hing de helikopter scheef

NRC: Bijna-helikoptercrash Een helikopter met tien militaire passagiers kwam in 2009 in Afghanistan in de problemen. Vijf van hen kampen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Zij verwijten Defensie het incident te hebben weggewuifd.

 Door: Merijn Rengers en Kasper van Laarhoven

 13 april 2018 om 23:06

10 december 2009, 15.06 uur Kamp Holland

Het is tjokvol en warm in de DODO-44 die opstijgt vanaf de Nederlandse compound nabij Tarin Kowt – de hoofdstad van de Afghaanse provincie Uruzgan. Het deert de tien militaire passagiers in de Cougar transporthelikopter niet. Ze hebben allemaal iets om naar uit te kijken.

Zes van hen komen van de Luchtmobiele Brigade en zijn onderweg naar de stranden van Kreta. Daar sluiten uitgezonden militairen hun periode in Afghanistan traditiegetrouw af met een combinatie van bier, zwembad en een debriefing. De vier overige passagiers komen van andere eenheden en gaan twee weken met verlof.

Alle passagiers dragen zware scherfvesten. Hun volgepakte woodlands, oversized sporttassen in camouflagekleuren, staan opgestapeld in de toch al overvolle helikopter. Eerste bestemming is Kandahar Airport, waar ze zullen overstappen op een nachtvlucht richting Europa. Naast hen vliegt de DODO-45, eenzelfde Cougar, die met nog eens tien passagiers dezelfde route aflegt.

De vlucht van veertig minuten is het gevaarlijkste deel van hun terugreis, dwars door Talibangebied en langs een aantal hoge bergkammen. Voor Defensie is het „een routinevlucht”. Het voorbereiden van een „juiste en gedegen briefing” aan de crewleden (een piloot, gezagvoerder, boordschutter en loadmaster) kostte de inlichtingenman ter plaatse een uurtje. Voldoende om de „vergrote kans op vijandelijk vuur, met name van klein kaliber wapens” het hoofd te bieden, zo staat in een ongevallenrapport van de Luchtmacht.

Later zal de crew gelauwerd worden voor hun koelbloedigheid tijdens deze vlucht, die hen bijna fataal werd. Voor de passagiers is dat anders. Zij zullen te horen krijgen dat er niets aan de hand was. Maar ook dat ze hun mond moeten houden. Vijf van hen behoren inmiddels tot het uitdijende legioen PTSS’ers, (oud)-militairen met oorlogsgerelateerde psychische klachten.

Na twintig minuten in de lucht verandert de helikoptertocht in een hellevlucht. De passagiers horen door de rotorherrie heen ‘tak tak tak’, waarna de heli plotseling scheef hangt. „Kogels”, denken ze gelijk. Dan zien ze in de cockpit waarschuwingslampen oplichten en lekt er hete olie de passagierscabine in, die rookpluimen achterlaat. De heli draait naar links en weer naar rechts en gaat steeds langzamer vliegen.

VIJF VAN DE TIEN HEBBEN PTSS

Vijf van de tien passagiers kampen met symptomen van PTSS. Drie zijn om die reden geen militair meer. Eén inzittende, zonder trauma, is het niet eens met de openbaarheid. Hij vindt het onprofessioneel om het ongenoegen uit te vechten in de media. „Sommige van ons zien dit als het middelpunt van wat er tijdens uitzending is gebeurd, maar het is uiteindelijk maar één van de vele incidenten.”

Ze zien de piloten voorin steeds drukker gebaren. Met een kaartenboek op schoot gaat de gezagvoerder op zoek naar een geschikte plek voor een noodlanding. Minuten later schrijft de boordschutter één woord op een plastic bordje: Frontenac. De passagiers hebben geen idee wie of wat dat is. Dan krabbelt de man „FOB” ernaast, Forward Operating Base. Blijkbaar koersen ze af op een verkenningspost.

Er lekt steeds meer olie de cabine in en de passagiers weten dat het mis is. Sommigen nemen foto’s. „Voor de nabestaanden”, zegt een van hen. Een ander probeert een afscheidsboodschap voor haar man op haar hand te schrijven, maar de balpen hapert. We gaan eraan, gebaart een passagier. Door een crash, of omdat we nauwelijks bewapend neerkomen in vijandelijk gebied. Als de Taliban mij krijgsgevangene maken, schiet ik mezelf dood – bedenkt een ander.

Na de beschieting schokt de DODO-44 nog twaalf minuten scheefhangend door de lucht. Dan dalen ze plotseling. De passagiers grijpen zich vast aan alles wat los en vastzit. Net boven de grond in Frontenac begint de Cougar te draaien en valt de laatste paar meter uit de lucht. „De helikopter is linksomdraaiend op het grind geland en enkele meters doorgerold”, aldus het luchtmachtrapport over de crash.

De passagiers moeten stapels tassen en materieel wegduwen om uit het toestel te komen. Een vrouw raakt verstijfd en in shock. Ze komt pas bij zinnen als een andere passagier haar een harde klap in het gezicht geeft.

Als iedereen op veilige afstand van de DODO-44 staat, blijkt de schade mee te vallen. Er is geen explosiegevaar en de passagiers kunnen zelf de bagage uit de heli halen. De staart van de heli is goed kapot, zwemt in de olie. Er zitten gaten in, kleine en grote. Ze blijven foto’s maken en wisselen de bestanden onderling uit.

Later zal een enorme Russische MI-26 helikopter de Nederlandse Cougar optakelen en terugvliegen naar Kandahar. Beelden daarvan halen het Russische nieuws.

10 december 2009, 18.00 uur Kandahar Airport

Enkele uren na de noodlanding worden de inzittenden in Frontenac opgehaald door een andere Cougar en naar Kandahar Airport gebracht. De ontvangst voelt als „een koude douche”, zegt één van hen. „We werden direct naar een werkcontainer ergens achteraf vervoerd”, vertelt een ander. „Daar waren twee Intell-mannen en de sfeer was onvriendelijk. ‘We weten dat jullie foto’s hebben gemaakt en die met elkaar hebben gedeeld’, zeiden de mannen. ‘We willen kopieën. Jullie mogen de foto’s houden, maar weet dat als er ook maar één naar buiten komt, jullie allemaal hangen.’”

Het tiental krijgt te horen dat er geen sprake was geweest van een beschieting maar van een „hydraulisch probleem” en een „landing uit voorzorg”. „Haal je niets in je hoofd, er is niets gebeurd”, wordt hun gezegd. En dat is het. Zij worden doorgestuurd naar de transitietent om te wachten op hun vlucht richting Europa. Daar staan groepen andere terugkeerders te wachten. Het tiental valt uit elkaar, en iedereen doet zijn verhaal bij naaste collega’s.

Op ongeveer hetzelfde moment doet Defensie een kort persbericht de deur uit. Over passagiers rept het niet, wel over een beschieting. Het bericht insinueert een routine-incident en wordt niet opgepikt door de media. De passagiers, van wie er inmiddels zes onderweg zijn naar Kreta, krijgen er niets van te horen.

Op Kreta volgen de militairen een zogeheten „adaptatieprogramma” om de overgang naar Nederland soepel te laten verlopen. In de bijbehorende groepsgesprekken vertellen de militairen wat ze hebben meegemaakt. Sommige passagiers van de DODO-44 vertellen over het incident. De gespreksleider maakt notities en gaat dan verder met zijn checklist. Niemand hoort er via Defensie iets van terug.

Een jaar later wordt de eerste passagier met stressstoornis PTSS gediagnosticeerd. „Op dat moment hadden de alarmbellen moeten gaan rinkelen bij Defensie”, zegt een andere passagier. „Toen hadden ze moeten beseffen: ‘Oh, mensen hebben hier last van, hier moeten we iets mee.’”

In 2014 blijkt dat ook hij PTSS heeft. Er zijn incidenten tijdens het stappen, agressie. Collega’s herkennen hem niet meer. „Als je je realiseert dat je problemen hebt, ben je al te laat”, zegt hij. „Je denkt dat je normaal reageert op mensen om je heen, totdat je je vrouw er ineens uitzet omdat het in de hersenpan niet meer klopt. Je leeft op het randje, bent continu alert, reageert onwijs snel op alles.”

29 april 2015, 23.00 uur Pauw

Na ruim vijf jaar individuele sores zien de passagiers op 29 april 2015 plots een reclamespotje van Pauw. Die avond blijkt de piloot van hun vlucht te gast bij het tv-programma. Ter ere van 70 jaar bevrijding vertelt zij in geuren en kleuren over de bijna-crash en haar heldhaftige optreden. Om de spanning van de vlucht te illustreren, worden archiefbeelden en audio-opnames uit de heli getoond.

Een van de passagiers zit die avond trillend naast zijn vrouw op de bank. Binnen een milliseconde bevindt hij zich weer in de Cougar. Hij ruikt de lekkende olie en voelt de schokken van de heli. Zijn hartslag versnelt en de angst is terug. Negentig kilometer verderop heeft een andere passagier exact dezelfde ervaring.

Daarna komen de vragen. Waarom wisten zij niet van de uitzending? En waarom praat de piloot op televisie openlijk over het incident, terwijl zij al die tijd hun mond moesten houden? Naast de piloot in uniform zit haar zus, fotograaf en model, die vertelt hoe goed ze is geïnformeerd over het helikopterincident.

Na de uitzending zoeken de twee passagiers contact met elkaar. Samen besluiten ze hun vragen bij de eenheidscommandant en vervolgens de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht neer te leggen. Als ook het contact met deze Defensiebemiddelaar tot niets leidt gaan ze op zoek naar de geluidsband, in de hoop dat het afluisteren helpt bij de verwerking. Ze maken een afspraak op de vliegbasis met de piloot, die de audio-opname op een usb-stick in haar broekzak heeft. Maar de eenheidscommandant intervenieert: ze mogen het niet horen. Privacyredenen, zegt hij. De piloot bemiddelt en ze krijgen tóch toestemming.

Vanwege de angst voor herbelevingen vragen de passagiers of ze de tape thuis kunnen beluisteren, samen met hun therapeut. Maar het mag alleen op de vliegbasis, in de aanwezigheid van de crew. De twee partijen komen er niet uit.

Op zoek naar antwoorden vinden de twee passagiers het ongevallenrapport van de Luchtmacht. Hierin staat dat de helikopter is beschoten, maar ook dat die vrijwel de gehele vlucht op een veilige hoogte heeft gevlogen. Die beweringen zijn moeilijk verenigbaar, aangezien de Taliban in Afghanistan met handvuurwapens geen hoog vliegende helikopters konden raken.

De passagiers vragen zich af of het officiële relaas over de vlieghoogte, de staat van onderhoud van de helikopter en het vervoerde gewicht klopt. Hun scepsis wordt gevoed door de foto’s die zij tijdens de vlucht hebben gemaakt. De bijna-crash zou veroorzaakt zijn doordat één kogel de twee hydraulische leidingen perforeerde en de daarboven gelegen staartrotor-aandrijfas openbrak. Het rapport noemt de metaalmoeheid van de as, maar een onderhoudslogboek van de heli ontbreekt. Defensie zegt desgevraagd dat er geen enkele documentatie meer is: ook de vluchtroute, evaluatie van de crew en passagierslijst ontbreken. Maar een van de passagiers werkt niet meer bij Defensie en krijgt zonder die lijst haar therapie niet vergoed. Zo stapelen het onbegrip en de boosheid zich op.

13 april 2018, 9.00 uur Defensie maakt een ommezwaai

De afgelopen maanden kwam de zaak in een stroomversnelling, dankzij de raadsman van het duo, Ferre van de Nadort. Hij kaartte de zaak bij Defensie aan. Van de Nadort heeft inmiddels contact met negen van de tien inzittenden. Ze delen hun ervaringen en foto’s, waardoor allerlei puzzelstukjes op hun plek vallen.

De samenwerking sorteert effect. Defensie is er inmiddels van doordrongen dat er in het verleden niet altijd zorgvuldig met de problemen van de passagiers is omgegaan. „Wat er is gebeurd, is gebeurd. Nu telt wat we op dit moment kunnen doen. We zijn inmiddels op stoom om het goed met deze mensen te regelen”, zegt een woordvoerder. „En uiteraard erkennen we de impact die het incident heeft gehad op de passagiers. Wij willen op allerlei manieren bijdragen aan hun verwerkingsproces, als daar behoefte aan is.”

Hoe de erkenning er precies uit gaat zien, is nog niet bekend – daarvoor zijn de gesprekken nog te pril. Een van de militairen hoopt dat na de draai van Defensie hij eindelijk kan beginnen met de verwerking van zijn trauma. „Er zijn een hoop dingen die ik nog steeds laat”, zegt hij. „Je ziet mij bijvoorbeeld echt niet in een drukke winkel. Dan heb ik geen overzicht en dan wordt het link, zowel voor mij als de mensen om mij heen.” Eerdaags wordt hij weer uitgezonden. Met zijn collega’s kan hij praten over zijn ervaringen. „Iedereen heeft wel íets meegemaakt”, zegt hij. „Dat maak het makkelijker.”

En of hij nu uitgezonden wordt of niet, hij wordt toch dagelijks met zijn trauma geconfronteerd. „Ik woon tegenover een vliegbasis en als ik daar of op werk een Cougar hoor, dan zit er weer middenin.”

OVER DIT ARTIKEL

Voor dit artikel sprak NRC met twee inzittenden en met Ferre van de Nadort, raadsman van de passagiers van helikopter DODO-44, die in 2009 in Afghanistan in de problemen kwam. NRC zag mails, brieven, foto’s en rapportages over de bijna-crash. De passagiers zijn nog steeds in dienst of anderszins bij Defensie betrokken en verschijnen daarom zonder naam in dit stuk.

 

Het mysterie van DODO 44 (Cougar)

Afghanistan 10 december 2009 15:27 uur | Het is krap aan boord van de twee Cougar helikopters (AS-532U2), DODO-44 en DODO-45 die met elk 10 militaire passagiers onderweg zijn van Tarin Kowt naar Kandahar. Voor de passagiers zit hun uitzending er bijna op. Zij gaan naar huis en hebben hun volgepakte ´woodlandtassen´, een soort oversized sporttassen, in het middenpad opgestapeld.

Na ruim 20 minuten vliegen treedt er plotseling een verzwaring op in de besturing van de hoofdrotor en verliest de heli de tail rotor besturing. De Cougar hangt daardoor scheef en de waarschuwingslampen van het hydraulisch systeem lichten op. Kort daarna lekt er ´rokende´ hydraulische olie de passagierscabine in. In de Cougar ontstaat paniek.

De pilote doet wat zij kan. Onderwijl zitten de militairen klem achter de woodlandtassen in de passagierscabine. Het duurt nog 12 minuten voordat de noodlanding kan worden ingezet op Frontenac, een Amerikaanse Forward Operation Base (FOB) die vlak boven Kandahar ligt.

 

Als er ook maar 1 foto naar buiten komt hangen jullie allemaal…

Volgens een aantal passagiers zijn zij op de dag van het ongeval bij terugkeer in Kandahar direct in een container verzameld en is hen door twee voor hen onbekende personen meegedeeld dat zij niet over de bijna ramp mogen spreken. Als er ook maar 1 foto naar buiten zou komen, dan zouden ze allemaal hangen. Ze moeten doen alsof het nooit is gebeurd. In de berichtgeving over de bijna ramp verzwijgt Defensie de aanwezigheid van passagiers in de Cougar. De passagiers krijgen tot op heden geen erkenning voor hun aanwezigheid in de Cougar. Voor hen volgt een moeizame weg om die aanwezigheid aan te tonen.

De militairen die tijdens de vlucht in doodsangst hebben gezeten kunnen nergens hun verhaal doen en dat veroorzaakt ernstige psychische problemen bij een aantal van hen. Wanneer eind vorig jaar bij Defensie wordt aangeklopt om noodzakelijke psychologische behandelingen, geeft Defensie niet thuis en stelt zij zich op het standpunt dat de psychologische behandelingen uit eigen zak moeten worden betaald.

 

Pilote Dominique in Pauw en Witteman

De verbijstering bij de passagiers is groot, wanneer pilote Dominique op 29 april 2015 haar verhaal in het televisieprogramma van Pauw en Witteman vertelt. Door Defensie wordt zij tijdens de uitzending als ´vechter voor de vrijheid´ geïntroduceerd in het kader van de viering van 70 jaar vrijheid. Tijdens die uitzending wordt voor het eerst bekend gemaakt dat er in de heli ook 10 militaire passagiers hebben gezeten. Volgens de lezing van Defensie is het bijna neerstorten van de Cougar destijds veroorzaakt door beschietingen vanaf de grond. Defensie baseert zich daarbij op de conclusie uit het onderzoeksrapport. Maar dat rapport roept veel vragen op.

 

Veel vragen

De gang van zaken rondom de bijna ramp met de Cougar en de wijze waarop het onderzoek is verricht roept veel vragen op.

  • Waarom is de bemanning van de Cougar tegen alle regels in gezamenlijk ‘gebrieft’ en waarom is het ongeval met het Cougar detachement geëvalueerd, vóórdat de bemanning werd geïnterviewd?
  • Waarom moesten de passagiers zij hun aanwezigheid in de Cougar verzwijgen?
  • Waarom zijn de passagiers niet door de onderzoekers geïnterviewd?
  • Waarom zijn de bemanningsleden van de tweede Cougar niet door de onderzoekers geïnterviewd?
  • Waarom vermeldt het rapport niets over de onderhoudshistorie van de Cougar?
  • Waarom is het autorisatieboek na de vlucht aangepast?
  • Waarom beschikte de heli over een verouderde Cockpit Voice Flight Data Recorder (CVFDR)?
  • Waarom was de apparatuur waarover Defensie beschikte om de CVFDR uit te lezen ‘al enige tijd onbruikbaar‘?
  • Waarom kon de Firma Eurocopter de Voice Data volgens het rapport niet uitlezen?
  • Hoe kan het dat Defensie dan wel over de Voice Data beschikte die door Pauw en Witteman wordt uitgezonden?
  • Waarom is bij het onderzoek deze Voice Data niet gebruikt?
  • Waarom wordt de Voice Data niet aan de passagiers verstrekt?
  • Waarom zaten er ongewapende militairen in de heli?
  • Hoe zijn de onderzoekers tot hun oordeel gekomen dat de heli op de plaats van de vermeende beschieting boven de threatband vloog, terwijl er in het rapport geen vermelding van de vlieghoogte is opgenomen?
  • Waarom is het aanvankelijke rapport van de onderzoekscommissie na commentaar van de commandant teruggebracht van 36 pagina´s tot 26 pagina´s?
  • Waarom benadrukt de commandant in zijn commentaar op het rapport dat de vermoedelijke beschieting heeft plaatsgevonden bij de bergrug, 10 kilometer (‘6 NM’) zuid van Tarin Kowt?

Maar vooral: waarom geeft Defensie de passagiers tot op heden geen duidelijkheid over wat hen die bewuste dag is overkomen en waarom weigerde Defensie tot gisteren elke erkenning?

Lees ook het artikel in het NRC…

Minister over waterschap-affaire: ‘Meting van waterkwaliteit wordt niet aangepast’

HEERHUGOWAARD – Het kabinet ziet geen reden om de meetmethoden rondom bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater tegen het licht te houden. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van D66 en VVD naar aanleiding van berichtgeving van NH Nieuws en NRC over waterdeskundige Rik. Hij kaartte verschillen aan en ondervond daarna grote weerstand van diverse instanties.

Van verslaggever Joost Lammers

Rik is medewerker van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), maar merkte dat er vanaf 2016 ook bijzondere aandacht voor hem ontstond vanuit de Universiteit van Leiden en Rijkswaterstaat. Die instanties zetten grote druk op het waterschap, zodat HHNK zou optreden tegen Rik om een privé-website te sluiten, waarop hij de vervuiling van het oppervlaktewater door bestrijdingsmiddelen laat zien.

Lees ook: Universiteit Leiden ‘dwingt’ Hoogheemraadschap op te treden tegen werknemer

Die nadrukkelijke bemoeienis blijkt uit documenten in het bezit van NH Nieuws. Rik weigert zijn site op zwart te zitten. Het conflict loopt steeds hoger op en begin dit jaar is de waterdeskundige zelfs met bijzonder verlof gestuurd. Volgens het waterschap als gevolg van een arbeidsconflict, maar volgens Rik omdat hij zijn website niet offline zet.

Hij ontdekte bij toeval dat er verschillen zaten in de berekeningen die Nederland hanteert om de normen te handhaven en de uitkomsten van de berekeningen als de Europese norm wordt gehanteerd. Die laatste cijfers vallen lager uit en de verschillen laat hij sinds 2016 zien op de website Pestinfo. Die gegevens wijken af van de cijfers die in de officiële database worden gepresenteerd: de Bestrijdingsmiddelenatlas. De Universiteit van Leiden is verantwoordelijk voor dit officiële kanaal en doet dat in opdracht van onder meer Rijkswaterstaat.

 

Ministers reageren
De affaire waarover steeds meer naar buiten komt, was enkele weken geleden aanleiding voor Tweede Kamerleden van D66 en VVD om om opheldering te vragen aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Kasja Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die antwoorden zijn nu binnen en het kort gezegd komt het er op neer dat de ministers niet van plan zijn om dingen anders te gaan doen. Van Nieuwenhuizen schrijft: “Ik zie geen reden om de toetsing van waterkwaliteit aan te passen.” Ze erkent wel dat er twee meetmethoden zijn, maar dat die niet voor verwarring zorgen.

Lees ook: Kamerleden vragen ministers om opheldering over affaire rondom waterschap

De stelling van de Universiteit van Leiden richting het waterschap dat Rik hun auteursrecht zou hebben geschonden, wordt wel weersproken. Volgens Ollongren bevordert ‘het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beschikbaarstelling van zoveel mogelijk overheidsgegevens voor hergebruik door derden door deze als open data beschikbaar te stellen’. Rik had dan ook alle recht volgens de ministers om deze data te gebruiken.

 

Geen antwoord op rol Rijkswaterstaat
In de antwoorden gaan de ministers niet in op de positie en rol van Rijkswaterstaat (onderdeel van het ministerie van I&W) en de Universiteit van Leiden bij het onder druk zetten van Rik om zijn website met openbare data op zwart te zetten. Een verklaring en verantwoording voor het handelen van de eigen ambtenaren blijft daardoor afwezig.

Het enige wat er gezegd wordt is dat er volgens Van Nieuwenhuizen ‘geen sprake is van de bescherming van monopoliepositie van de Universiteit van Leiden omdat […] metingen van gewasbeschermingsmiddelen altijd door iedereen vrij gebruikt kunnen worden’.

Die indruk wordt overigens wel sterk gewekt in de gesprekken die Rik voert met zijn werkgever en de correspondentie tussen HHNK en de Universiteit van Leiden. In een mail van 30 januari 2017 schrijft het Hoogheemraadschap bijvoorbeeld: “Wij herkennen het belang en de positionering van de Bestrijdingsmiddelenatlas en ook wij vinden het onwenselijk dat er binnen de sector een tweede kanaal bestaat met onduidelijkheden als mogelijk gevolg.”

 

Geen gesprek
D66-Kamerlid Matthijs Sienot wilde nog van de minister weten of ze bereid is ‘in gesprek te gaan met Universiteit Leiden en eventueel
milieudeskundige Rik, zodat zijn website in de lucht gehouden kan worden?’. Daarop antwoordt de minister: “Ik ga niet over het wel of niet in de lucht houden van de betreffende website. Daarom acht ik een gesprek niet nodig.”

Lees ook: Medewerker waterschap onder zware druk gezet om eigen website op zwart te zetten

Rik zit ondertussen nog steeds thuis. Het Hoogheemraadschap heeft het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) opdracht gegeven om de affaire te onderzoeken. Wanneer dat onderzoek is afgerond, is onbekend.

1 4 5 6 7 8