Op 17 maart 2017 heeft Defensie vastgesteld dat er een vervanger is voor de chroom-6 houdende filterbus (de AMF-12) en wel de MILCF50. Zij geeft aan dat de kosten per filterbus naar verwachting circa 40 euro zullen zijn. Naast het jaarlijks verbruik moeten ook de inzetvoorraden vervangen worden. De nota meldt: “Dit project is echter om financiële redenen uitgesteld tot 2023.”

 

Levensgevaarlijk! Oordeel zelf…

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je "Mothers Finest" op belangrijke posities....

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je “Mothers Finest” op belangrijke posities. Mannen en vrouwen die dat varkentje wel even zullen wassen. Die weten waar ze het over hebben, veiligheid serieus nemen en maak je het voor hen mogelijk om  doortastend en krachtdadig op te treden bij onveilige situaties. Maar je bent vooral eerlijk over veiligheid en licht het personeel juist en volledig voor. Wie zich in het gasmasker (filterbus) dossier verdiept komt bedrogen uit.

Wat is er aan de hand? Defensie gebruikt filterbussen van het type AMF-12. Volgens een onderzoek uit 2016 is het koolstof in deze filterbus geïmpregneerd met chroom-6. Er wordt door Defensie een onderzoek opgestart met als doel het vaststellen van de mate van blootstelling en het toetsen van de blootstelling aan de grenswaarden voor chroom-6.

Volgens Defensie kon met de gebruikte meetmethode de daadwerkelijke hoeveelheid koolstof niet worden vastgesteld, omdat de detectielimiet van de methode 0,1 mg was en de waarden hieronder lagen. Dat wil zeker niet zeggen dat er geen ontoelaatbare blootstelling is, want volgens een berekening verderop in het stuk was de grenswaarde voor de blootstelling 0,050 mg (50 ug) en dat is dus ver onder de detectielimiet van de meetmethode. Met de methode kan dus alleen worden vastgesteld of er een blootstelling is van 0,100 mg, de dubbele toegestane blootstelling. Met de meetmethode kan de stof dus pas ver boven de grenswaarde worden vastgesteld: de meetmethode is dus ongeschikt.

Dan wordt de blootstelling niet gemeten, maar berekend. Volgens die berekening ligt de maximale dosis dan ‘net’ boven de toegelaten dosis per dag. Dus ontoelaatbaar. Het woord ‘net’ verandert daar niets aan. Zeker wanneer bedacht wordt dat de grenswaarde sinds 2017 nog maar 1/5 van die in 2016 is.

De aanbevelingen, volgens het schrijven van 4 juli 2016 luiden dan ook dat de filterbussen vervangen moeten worden en dat er blootstellingsonderzoek moet worden uitgevoerd waarbij specifiek de afgifte van chroom-6 wordt gemeten.

Er is hier wel een opmerking te maken. Volgens het schrijven van Defensie is het niet bekend welke chroomverbinding is gebruikt om het koolstof te impregneren. Vandaar ook de het geadviseerde specifieke onderzoek naar afgifte van chroom-6. Dat onderzoek is niet uit gevoerd. Hoeveel chroom-6 blootstelling er is, kan dus niet worden vastgesteld. Net zomin als dat deze blootstelling gering is. Met de gebruikte meetmethode kan immers pas een blootstelling vanaf tweemaal de grenswaarde worden gedetecteerd. Op 17 maart 2017 heeft Defensie in ieder geval onderkend dat de AMF-12 filterbus chroom-6 bevat en daarom vervangen moet worden (bekijk de brief hier). Haast wordt daar niet mee gemaakt: de vervanging (40 euro per bus) is om financiële redenen uitgesteld tot 2013.

Gisteravond was de hoogste baas op het gebied van veiligheid bij Defensie in Nieuwsuur (bekijk de uitzending hier). De problemen met de filterbussen leken mee te vallen: “Overigens die chroom is bij gebruik niet te meten. Dus het is niet zo dat wij hebben kunnen aantonen dat je het inhaleert.” Deze uitlatingen zijn hoogst opmerkelijk. Je zou verwachten dat Defensie heeft geleerd en in ieder geval in woord duidelijk zal aangeven dat de filterbussen chroom-6 bevatten en écht niet meer gebruikt mogen worden. Dat is het minste wat je zou kunnen doen als goed werkgever. Maar kennelijk neemt men het niet zo nauw met de veiligheid van haar personeel.

 

Levensgevaarlijk

Deze houding – en het niet bekend maken van de onveiligheid van de filterbussen – is levensgevaarlijk. Daarmee ontneem je de werknemer de mogelijkheid om ook zelf een risico in te schatten. Bovendien weet de militair dan niet waarom de filterbus wordt vervangen en je werkt in de hand dat, ondanks dat er een veilig exemplaar beschikbaar is, militairen toch de oude bussen blijven gebruiken. Zij weten immers niet van het gevaar.

Maar het gaat verder. Ik sprak militairen die naar Mali gingen. Zij hebben de filterbussen gecontroleerd en vastgesteld dat hen voorafgaand aan de missie de chroom-6 houdende bussen (AMF-12) zijn verstrekt. Eén van hen zei: “ze hebben zich op papier goed ingedekt, want volgens mijn kledinglijst heb ik de nieuwe MILCF50-bus”. Hij had dus de nieuwe  chroomvrije filterbus moeten hebben, maar die was hem niet verstrekt. Kennelijk heeft de medewerker bij KPU (het kledingmagazijn) gedacht: we maken eerst de oude op, dan pas de nieuwe. Hij of zij moet zich van geen kwaad bewust zijn geweest…

Levensgevaarlijk! Oordeel zelf…

Wanneer een organisatie zegt dat veiligheid voor haar eigen personeel hoog in het vaandel staat, dan schept dat verwachtingen. Zeker bij Defensie. Dan zet je "Mothers Finest" op belangrijke posities....

Schaam je je ook? Als veteraan met PTSS komt deze vraag van een zorgverlener bekend voor. Het enige wat je dan kunt doen is janken. Al die kleine dingetjes die je niet gelijk kunt opnoemen. Een week lang na het gesprek druppelt alles beetje bij beetje weer bij je binnen. Dat helpt dan. Maar de vraag blijft: waar is het dan mis gegaan? En schaam ik mij ook?

Foto: Rinze Klein. Het ‘Nederlands Instituut voor Militaire Historie’ wil als bron genoemd worden.

Nederland heeft zich in 2002 in een oorlog gestort die vandaag de dag nog onverkort woedt. Een oorlog die voor de 48 miljoen Afghanen al 55 jaar onafgebroken gaande is. Dan komen wij vrede en veiligheid brengen. Hoe ga je daar dan mee om? Al vroeg leerde ik als infanterist dat spiegelzonnebrillen, petjes, maskers, duivelse-onderdeel plaatjes/patches niet zijn toegestaan op het uniform, want ja hoe wil je overkomen in de wereld? Een typisch Nederlandse en correcte gedachte. Er waren momenten dat de Amerikanen de Nederlandse aanpak te soft vonden. Nederland is beïnvloedbaar en dat vind ik jammer, want wij zouden het verdraaid goed kunnen doen. Wij nemen of krijgen niet voor niets vaak het voortouw.

Ik maakte onderdeel uit van de mediamachine van Defensie; werkzaam in oorlogsgebied. Als ik als oorlogsfotograaf met buitenlandse eenheden mee ging bij operaties zag ik van alles en vond ik daar ook wat van. Overdag maakte ik overal plaatjes van die ik in de avonduren verwerkte. Die stuurde ik naar mediacentra van Defensie in Den Haag, Amsterdam of Brussel (NATO). Mijn beelden vertelden wat ik zag. De oorlog, Afghanen, kinderen en militairen. Ik heb dat zo waarheidsgetrouw mogelijk willen vastleggen.

Je wilt weten wat er met dat beeldmateriaal is gebeurd. Daarom hou je de media nauwlettend in de gaten. Al snel merkte ik dat veel van mijn beelden de media niet bereikten. Het beeld van Afghanistan in de media was daardoor te rooskleurig, want de beelden waaruit de realiteit van oorlog naar voren kwam, ontbraken. Zo leek Afghanistan vooral een vredesgebied. Een beeld dat volgens mij niet klopt.

Als veteraan voel ik mij onbegrepen en dat levert veel gevoelens van onmacht op. Het beeld dat bij veel Nederlanders leeft over Afghanistan, komt niet overeen met mijn eigen ervaringen en staat daar veelal haaks op. Dat is frustrerend en ik voel mij daardoor onbegrepen en vervreemd. Gevoelens die ook bij veel andere veteranen die ik spreek leven.

Ook nu nog moet de gehele Nederlandse bevolking onder de indruk zijn dat hun jongens en meisjes, mannen en vrouwen bezig zijn een land op te bouwen met beloften van vrede, veiligheid en een toekomst van democratie. Na 55 jaar oorlog zijn daar nog steeds tientallen militaire nationaliteiten actief mee bezig. Maar zij vechten tegen een onbekende onzichtbare vijand, worden door de bevolking als bezetter gezien in een uitzichtloze oorlog en boeken volgens mij geen vooruitgang. Dan vervagen de normen en waarden op alle niveaus. De foto boven toont dat. En ja. Daar schaam ik mij voor.

Rinze Klein

Toch wel vreemd dat Defensie foto’s verkoopt die zijn gemaakt voor rekening van de belastingbetaler. Defensie vroeg 64 euro per foto die fotograaf Rinze Klein maakte in oorlogsgebied. Dat deed zij op een speciaal daarvoor ingerichte website. Tot voor kort, want nadat ik opheldering vroeg over deze gang van zaken en inzage in de boeken van deze website wilde, kunnen de foto’s nu door eenieder gratis worden gedownload. Toch blijft Defensie weigeren om Klein toestemming te geven om de foto’s voor zijn eigen portfolio te gebruiken. Een merkwaardige gang van zaken.

De foto is gemaakt door Rinze Klein. De ‘Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie’ (Defensie) wil graag als bron vermeld worden.

Het begon met de zaak van Rinze Klein. Hij was combat-fotograaf en heeft voor Defensie veel foto’s gemaakt in oorlogsgebied. Klein heeft als gevolg van zijn werk een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Voor hem zijn de foto’s erg belangrijk en hij wil ze kunnen gebruiken voor zijn portfolio. Defensie was van mening dat zij de rechten op de foto´s had en weigerde toestemming te geven aan Klein.

Daarom verzocht Klein op 14 november 2017 om de foto’s op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie aan hem te verstrekken. Volgens deze wet kan informatie die door de overheid is geproduceerd door het publiek worden hergebruikt. Dus ook door Klein. Defensie wees het verzoek af, want de foto’s zouden niet openbaar zijn. Een vreemde reactie, want op de website van Defensie, de NIMH-beeldbank, heeft Defensie 1678 foto’s van Klein in de verkoop tegen een bedrag van 64 euro per foto. Dat maakt nieuwsgierig. Houdt Defensie er een lucratief winkeltje op na? Wil Defensie misschien geld van Klein hebben?

Klein heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt, want Klein blijft van mening dat hij recht heeft op verstrekking van de foto’s. Hoewel Defensie de tijd lijkt te nemen om een besluit op het bezwaar van Klein te nemen, heeft het bezwaar er kennelijk wel toe geleid dat Defensie de foto’s op de NIHM-Beeldbank nu niet meer tegen betaling maar gratis aanbiedt. Iedereen kan de foto’s nu gratis downloaden, dus ook die van Klein.

 

En Klein?

Klein wordt na bijna een jaar leuren nog steeds door zijn (ex)werkgever aan het lijntje gehouden. Hoewel iedereen zijn foto’s nu mag gebruiken en gratis kan downloaden, heeft hij als maker nog altijd geen toestemming van Defensie gekregen om zijn foto´s voor zijn eigen portfolio te gebruiken.  Kom op Defensie: stel u nu eens op als goed werkgever, geef Klein de langverwachte toestemming en stuur hem de foto’s digitaal toe!

Het was maar liefst drie jaar wachten op het rapport van het RIVM, maar eindelijk was het dan zo ver. En het oordeel was niet mild: Defensie heeft decennia lang verzuimd om haar werknemers te beschermen tegen blootstelling aan Chroom-6, terwijl de schadelijkheid daarvan bekend was. Al snel komen er berichten over een ‘coulanceregeling’ voor diegenen die aannemelijk kunnen maken dat zij zijn blootgesteld aan chroom-6 én dat zij een aandoening hebben die verband houdt met die blootstelling. Dát is dus het addertje. Want hoe toon je dat aan en hoe vind je de weg in de op “onhandige wijze” door Defensie openbaar gemaakte documenten?

Door het RIVM wordt geschreven: “Bij het Defensiepersoneel dat werkzaam was in technische onderhoudsfuncties was er sprake van blootstelling aan chroom-6 die de volgende ziekten kan hebben veroorzaakt: longkanker, neus- en neusbijholtekanker, maagkanker, chroom-6-gerelateerde allergisch contacteczeem, allergische astma en allergische rhinitis, chronische longziekten en perforatie van het neustussenschot door chroomzweren. Doordat de meeste van deze ziekten ook andere oorzaken kunnen hebben, kan in veel gevallen niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze ziekten bij oud-werknemers het gevolg zijn van blootstelling aan chroom-6 op de POMS-locaties. (…) Het chroom-6 waaraan Defensiepersoneel in de periode 1984-2006 heeft blootgestaan, kan nu niet meer worden aangetoond in het lichaam. Chroom-6 wordt namelijk in het lichaam omgezet in chroom-3 en vervolgens uitgescheiden.

Juist ja: ondanks dat een militair kan aantonen dat er blootstelling is geweest en je een aandoening hebt die door chroom-6 kan zijn veroorzaakt, dan nog “kan in veel gevallen niet meer met zekerheid worden vastgesteld dat deze ziekten bij oud-medewerkers het gevolg zijn van blootstelling aan chroom-6”. Ongetwijfeld zal het in de drie jaar dat het RIVM over het onderzoek heeft gedaan voor een groot aantal medewerkers onmogelijk zijn geworden om een verband met chroom-6 aannemelijk te maken.

Het aantonen van een blootstelling en oorzaak kan dus problematisch zijn. Daar komt nog bij dat Defensie de documenten “openbaar” heeft gemaakt op een wijze waarop de documenten niet door Google gevonden kunnen worden en ook niet doorzoekbaar zijn. Ik heb de chroom-6 documenten voor Google vindbaar en doorzoekbaar gemaakt.

GA NAAR ONZE SPECIALE CHROOM-6 DEFENSIE SITE EN DOORZOEK RUIM 1.700 DOCUMENTEN.

1 3 4 5 6 7 8