Hulde aan de Genist!

Echte helden hoor je niet vaak. Zij doen hun werk in alle bescheidenheid en buiten de schijnwerpers. Meestal met gevaar voor eigen leven met een grote verantwoordelijk voor dat van anderen. Zij ontvangen daarvoor geen erkenning. Aan de echte helden die zelf geen aandacht vragen, besteedt dit artikel aandacht.

Foto van beeldbank Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (Arief Rorimpandey).

Tot de echte helden behoren zonder twijfel de genisten. Van oorsprong de bouwvakkers van Defensie. Maar in Afghanistan zijn zij verantwoordelijk voor de veiligheid van patrouilles. Het werk van onze helden is zeer gevaarlijk. Zij lopen voor patrouilles uit, waar zij met metaaldetectoren zoeken naar verstopte mijnen en bermbommen. Daar zijn zij niet beschermd tegen vijandelijk vuur. Zij zorgen er voor dat de weg vrij en begaanbaar is, zodat de patrouille veilig de route kan vervolgen.

Juist op plaatsen waar zij de op afstand bediende bermbommen vinden, lopen zij dat gevaar. Zij zijn dan in het zicht van de vijand, die de op afstand bediende (berm)bommen constant in de gaten houdt. Onder hoge werkdruk, want er was een chronische onderbezetting onder genisten. Terug gekomen op het kamp, stond de volgende patrouille vaak al weer klaar om begeleid te worden.

Genisten zijn de vergeten helden van Afghanistan. Veel militairen danken hun leven aan genisten. Aan hun werk wordt geen aandacht besteed. Kennelijk leent het beroep van (helikopter)piloot of commando zich beter voor promotie. Maar genisten vragen niet om aandacht en verdienen beter. Hulde aan de genist!

 

Met dank aan Rinze Klein (oorlogsfotograaf).

Defensiemeldpunt heeft de schijn tegen

Minister Bijleveld (Defensie) beloofde tijdens het vragenuur vorige week dat zij een meldpunt zal inrichten voor ex-werknemers die ziek zijn geworden door het werken bij Defensie. Gisteren werd een Defensiemeldpunt geopend. Door de slachtoffers die zich via burnpit.nl hebben verenigd, worden grote vraagtekens gezet bij de onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid van dat meldpunt. Ook lijkt Defensie weinig te hebben geleerd uit het verleden.

Defensie heeft er voor gekozen om een meldpunt in te richten bij de Stichting CAOP, volgens haar een onafhankelijke  organisatie. In het bestuur van deze stichting zit een voormalig Hoofd Directeur Personeel van Defensie en tevens oud-contingentscommandant in Afghanistan in 2010. Hij moet toentertijd wel op de hoogte zijn geweest van burnpits in Afghanistan. Naast hem maakt ook de Directeur Werkgeverszaken Defensie deel uit van het bestuur. Daarmee wordt de schijn van partijdigheid gewekt.

 

Niet geleerd van het verleden

De betrokkenheid van oud-commandanten bij het Defensiemeldpunt, vertoont veel gelijkenis met de chroom-6 zaak. Toen koos Defensie er voor om een oud-commandant, oud-generaal Freek Groen, aan te stellen als onderzoeksleider van het onderzoek naar de kankerverwekkende chroomverf. Toen bekend werd dat Groen van 1984 tot en met 1992 een hoge leidinggevende was op de vliegbasis Twenthe, moest hij zich terug trekken.

 

Slachtoffers burnpits hebben zich verenigd in een eigen meldpunt

Het is met name deze onbetrouwbaarheid die door het onafhankelijke Meldpunt burnpits (burnpit.nl). Het collectief dat zich daar heeft verenigd, heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon, omdat zij massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier was het mogelijk ontkenningen door de Minister van Defensie te trotseren en burnpits bovenaan de politieke agenda te krijgen.

Met de vele meldingen het Meldpunt burnpits van het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits door Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek.

 

Aanmelden bij het onafhankelijk Meldpunt burnpits

Sinds 22 november 2018 vraagt het Meldpunt burnpits om informatie en erkenning voor slachtoffers van burnpits. Het Meldpunt burnpits deelt informatie, bundelt kennis en verleent juridische bijstand verleend. Het is een collectief waarbinnen zich slachtoffers hebben verenigd en militairen informatie over burnpits delen. Zo staan zij sterk en zo geeft het Meldpunt burnpits Defensie richting. Daarmee heeft burnpit.nl de problematiek rondom burnpits op de politieke agenda gekregen en erkenning dichterbij gebracht. Daaruit blijkt al dat een collectief sterk is door kennis, onderzoek en juridische bijstand!

Het collectief dat zich bij het Meldpunt burnpits heeft verenigd heeft in korte tijd aandacht gevraagd en gekregen voor burnpits. Dat kon omdat slachtoffers en collega’s massaal informatie hebben gedeeld. Op die manier heeft het Meldpunt burnpits de ontkenningen door de Minister van Defensie getrotseerd en burnpits boven aan op de politieke agenda gekregen.

Maar ze zijn er nog niet. Sterker nog: het collectief is nog maar net begonnen. Met de vele meldingen wil het collectief geneeskundig onderzoek laten uitvoeren, buiten de gezondheidsorganisatie van Defensie. Waarom? Omdat het Meldpunt burnpits Defensie geen invloed wil laten uitoefenen op de uitkomst en de duur van zo’n onderzoek. Het Meldpunt burnpits wil geen tweede slepend  Chroom-6 dossier.

 

Vertrouwelijkheid voorop

Dagelijks komen er tientallen meldingen binnen van slachtoffers, maar ook van (actief) dienende militairen. Deze meldingen zijn van belang voor het onderzoek. Veel melders maken duidelijk dat zij geen of weinig vertrouwen in Defensie hebben en daarom niet willen dat hun identiteit bij Defensie bekend wordt. Dat wordt gerespecteerd.

Meldingen worden bij de het Meldpunt burnpits vertrouwelijk behandeld. Daarom doet het Meldpunt burnpits Defensie geen mededelingen over de identiteit van de melders.

 

Juridische bijstand

Binnen het meldpunt burnpits is het mogelijk om juridische bijstand te krijgen. Door het collectief kunnen de kosten hiervan worden beperkt. Maar het Meldpunt burnpits gaat verder, waar anderen stoppen. Het Meldpunt burnpits werkt actief aan verandering van wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door het verlangen van het recht op periodiek geneeskundig onderzoek en monitoring bij een zorginstelling naar keuze voor rekening van Defensie. Dat zou volgens ons voor alle veteranen moeten gelden. Wij onderscheiden ons met de lobby om regelgeving aan te passen van andere (rechts)hulpverleners. Als lid van het collectief profiteert u daarvan.

Defensie in de fout met getraumatiseerde veteraan

Door: Karel Berkhout, NRC; bron foto NIMH

Een reservist werd tijdens een missie in Afghanistan gepest door beroepsmilitairen. Zijn klachten zijn door Defensie laks afgehandeld, stelt de Veteranenombudsman.

Het ministerie van Defensie heeft zich „niet behoorlijk” gedragen tegenover een getraumatiseerde veteraan, die als reservist deelnam aan de missie in Afghanistan. Door de slechte begeleiding en de lakse afhandeling van zijn klachten, is de veiligheid van de reservist en van andere militairen in het geding gekomen.

Dit schrijft de Veteranenombudsman in een onderzoeksrapport, dat deze week is gepubliceerd. De Veteranenombudsman, die valt onder de Nationale Ombudsman, vindt dat Defensie zijn bijzondere zorgplicht voor veteranen heeft verzaakt en heeft „gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid”.

De reservist, die anoniem wil blijven, zegt over de uitspraak: „Het is jammer dat het zover is gekomen, maar ik ben erg blij mee. Ik krijg eindelijk steun, begrip en medewerking van de zijde van de overheid.” Zijn raadsman Ferre van de Nadort: „De uitspraak is belangrijk voor mijn cliënt, maar ook voor collega’s die hetzelfde meemaken.”

 

Timmerman in Afghanistan

De zaak draait om een timmerman, die als reservist werkte bij de Koninklijke Luchtmacht waar hij onder meer op oproepbasis vliegvelden bewaakte. Hij ging in september 2011 op een tijdelijk beroepscontract naar Afghanistan, waar hij werkte als beveiliger en timmerman in basiskamp Kandahar. Tijdens deze missie had hij te maken met vele (dreigende) raketaanvallen en bomaanslagen, en met pesterijen door de beroepsmilitairen in zijn eenheid, die hem als een buitenbeentje behandelden.

Bij een ernstig incident werd de reservist zo geslagen met een waszak, dat hij een wond in zijn gezicht opliep. De man meldde dit bij de marechaussee, die foto’s maakte van de verwondingen maar geen rapport opstelde. Tegen de dader werden geen stappen ondernomen, mogelijk omdat deze militair dicht tegen zijn pensioen aanzat.

Door alle incidenten was het slachtoffer zo getraumatiseerd, dat hij een gevaar voor zichzelf en anderen was gaan vormen. Zijn commandant stuurde hem in november 2011 naar huis, mede op advies van het Sociaal Medisch Team in het kamp. Bij zijn terugkeer in Nederland bleek de man ernstige ptss-klachten te hebben, waarvoor hij werd behandeld door psychiaters van de krijgsmacht.

 

Psychologische test

Het medisch team in Kandahar had inmiddels ook een rapport opgesteld met het advies om de reservist voor een eventuele vervolguitzending psychologisch te laten testen. Dit rapport is in december 2011 verstuurd naar de Groep Luchtmacht Reserve (GLR), het onderdeel van de luchtmacht waaronder ongeveer vijfhonderd reservisten vallen. De brief met het advies had opgenomen moeten worden in het personeelsdossier van de man, maar dat is nooit gebeurd. „De brief is recent opgevraagd bij het archief […] en alsnog op 16 augustus 2017 aangeboden aan de commandant GLR”, schrijft Defensie aan de ombudsman.

Er ging wel meer mis met de begeleiding van de getraumatiseerde militair. Reiskosten die de man moest maken voor zijn behandeling werden een tijd niet vergoed. Meer dan en eens werd hij van het kastje naar de muur gestuurd bij militaire en burgerlijke instellingen. Zijn integriteitsklacht over het voorval met waszak in Kandahar werd niet inhoudelijk behandeld wegens verjaring. „Ten onrechte is de klacht […] niet in behandeling genomen en afgedaan”, schrijft Defensie.

Naar aanleiding van het onderzoek van de ombudsman heeft Defensie in 2017 het reservistenbeleid bij de luchtmacht aangepast. Zo bespreekt een sociaal-medisch team voortaan vóór uitzending de reservisten om „mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen”. Desgevraagd voegt een woordvoerder van Defensie eraan toe het ministerie het rapport zal bestuderen om „er lering uit te trekken”.

Klein: onderzoek naar defensietop, niet naar Mariniers [OPEN BRIEF]

Excellentie,

Het is goed om te vernemen dat u stellig van mening bent dat alle medewerkers van Defensie zich onder en bij elkaar en bij de organisatie veilig moeten kunnen voelen. De heer Klein juicht een onderzoek naar de wijze waarop door de Chef Defensiestaf (CDS), de Hoofd Directie Personeel (HDP), de Directie Juridische Zaken (DJZ), het Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID)  en de Secretaris-Generaal (SG) met zijn melding is omgegaan en hoe de vertrouwelijkheid is geschonden, toe.

Foto: NIMH

De bemiddeling van de IGK bij het doen van een melding kwam aanvankelijk niet op gang en toen Klein een afspraak wilde maken met de CDS om te melden, werd de vertrouwelijkheid al direct geschonden. Er werd nog vóór die afspraak rondvraag gedaan bij de onderdelen waar hij heeft gewerkt of zij “iets wisten van eventuele meldingen van misstanden tijdens uitzendingen van hem over deze periode”. Toen hij vervolgens de melding bij HDP en DJZ wilde doen werd hij geconfronteerd met een “Peppi en Kokki”-act met “Saam en Moos”-metaforen. Vervolgens meldde hij bij de SG over een onveilige meldcultuur. Maar daar ontstond discussie over de vraag of er wel zou zijn gemeld, of die melding wel bij de SG kon worden gedaan en of de brief waarin de melding werd gedaan, wel een melding was. Vervolgens zou een onderzoek naar het schenden van de vertrouwelijkheid “niet meer opportuun” zijn en bemiddelde het COID in het aanhouden van de melding om een “veelbelovend alternatief traject” niet in de weg te staan. Het komt Klein goed voor dat u deze gang van zaken gaat onderzoeken.

Na wat Klein heeft meegemaakt toen hij misstanden wilde melden was hij verbaasd toen hij de beleidsreactie van u op het rapport Giebels las. Naar zijn mening wordt daarin miskend dat met name de top van een organisatie, bij Defensie de bestuursstaf, een grote invloed heeft op de (on)veiligheid van een organisatie. Ten onrechte wordt de oorzaak van de onveiligheid bij het middenkader gelegd. Wellicht komt dat omdat de bestuursstaf de beleidsreactie heeft geschreven. In de beleving van Klein keek men vanuit nu juist die bestuursstaf een andere kant op, waar het om de onveilige meldcultuur ging.

Een onderzoek naar misdragingen in Tsjaad, zoals u wilt, leidt af van de hoofdzaak: de onveilige meldcultuur. Bovendien is het ‘punt’ dat er een onveilige sociale cultuur binnen Defensie is, inmiddels gemaakt. Dat was anders toen Klein zijn melding medio juli 2017 wilde doen. Toen was er immers nog niets bekend over de Schaarsbergen-zaken en werd er nog geen onderzoek gedaan naar het mortier-incident in Mali.

In uw kamerbrief schrijft u dat u in gesprek zult gaan over de video. U gaat er daarbij aan voorbij, dat er voor cliënt een uiterst onveilige situatie is ontstaan door de wijze waarop er met zijn meldingen is omgegaan. Hij wenst eerst daarnaar onderzoek, voordat hij over overdragen van beeldmateriaal ook maar iets wil vinden. Bovendien was zijn wens om een sociaal onveilige cultuur aan te kaarten, geïllustreerd door beelden, en dat is iets anders dan het treffen van maatregelen tegen een individu.

Zoals gezegd, juicht Klein een onderzoek naar de wijze waarop met zijn melding is omgegaan, toe. Hij is dan ook zeer benieuwd naar de wijze waarop u dat onderzoek wilt doen. Vertrouwen in het COID heeft hij niet meer. Wellicht is het mogelijk om de Commissie Giebels een onderzoek naar de (meld)cultuur binnen de bestuursstaf en naar zijn melding te laten uitvoeren.

1 2 3 29